woensdag 9 april 2003

Dead Brothers


De magie van muziek. Gisteren zag ik een optreden van de Zwitserse band The Dead Brothers in Moira. In het land van herkomst schijnt de vijfkoppige formatie een begrip te zijn. 

Ik had echter nog nooit iets van ze gehoord totdat in op de lokale radio een nummer van ze hoorde. Een soort hoempapa-rockabilly. Een artikel in het Utrechts Nieuwsblad deed de rest. Die band moest ik zien. Dat werd dus gisteravond, voor circa 45 mensen in de Moira, een popzaaltje in Utrecht met voornamelijk alternatieve pop op het programma.

Bij het eerste nummer van ene optreden hoor je vaak al af of het een goed of slecht concert wordt. En vanaf de eerste tonen was het raak. Een minutenlang monotoon, onheilspellend riedeltje van de gitarist was de inleiding voor een van de meest bizarre en fascinerende live-optredens die ik ooit zag. Een tuba, een banjo, een schuiftrompet, een accordeon, een paar trommels en een uiterst curieuze, charismatische en op het oog beschonken dan wel krankzinnige voorman met een priemende blik die uiterlijk verdacht veel weg had van Jerry Kosinski, de Poolse schrijver van o.a. Being There.

vrijdag 14 maart 2003

Het Uur U

Een geluidsband met een oproep tot het inleveren van chemisch afval vormde het opmerkelijke intro van het alleszins opmerkelijke gezelschap Most Unpleasant Men, de opening van de eerste halve finale van het Uur U. 

Vier jongemannen in pak verrasten het publiek in de rookvrije (!) Kleine Zaal van Vredenburg afgelopen zaterdag met een ongewone combinatie van jazz, avant-garde, theater en pop, in de stijl van Antwerpse bands als dEUS en Zita Swoon. Meeslepende, broeierige spanning openbaarde zich in het laatste nummer, dat begon met een ingetogen, bijna klassieke pianomelodie en ontaardde in een wilde, expressieve improvisatie.