donderdag 18 juni 2026

Bella Ciao


Bij tenniswedstrijden op het hoogste niveau is het tegenwoordig gebruikelijk dat tijdens een zitpauze snoeiharde muziek wordt gedraaid. Niet heel verheffend, tenzij er opeens een pareltje voorbij komt. In een lelijke versie, dat wel …

Vorige week was ik met een vriend (net als ik tennisliefhebber) bij het Libéma Open in Rosmalen, een grastoernooi waar internationale toppers komen ter voorbereiding op Wimbledon. Met Medvedev, Auger Aliassime en De Minaur had de organisatie een drietal toptienspelers weten binnen te hengelen.

Tussen de regenbuien door zagen we een spannende partij tussen Lamens en Potapova, het restant van de wedstrijd tussen Griekspoor en Van de Zandschulp en een aardig potje tussen loopwonder De Minaur en Damm. Een prima oogst voor de woensdag. En een prettige sfeer bovendien, daar in de Brabantse buitenlucht.

Wat voor de een sfeerverhogend zal werken, voor de ander beslist niet, is de snoeiharde muziek die tijdens een zitpauze over de baan schalt. Je kunt je afvragen of de spelers er zelf op zitten te wachten dat nummers als Conga, Macarena, Lambada en Mambo no.5 met het volume op tien hun momentje van contemplatie verstoren. In het publiek zijn er natuurlijk altijd wel een paar die vrolijk mee springen, vooral als de camera kijkt.

dinsdag 9 juni 2026

Son of America


Je zou C.W. Stoneking een atypische Australiër kunnen noemen, met zijn voorkeur voor stokoude blues. De muzikale invloed van zijn Amerikaanse ouders zal zeker een rol hebben gespeeld.

C.W. Stoneking laat zich vooral inspireren door blues uit de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw. Ik ben al een tijdje fan van de ietwat zonderlinge zanger/gitarist. Waar ik hem voor het eerst hoorde, weet ik niet meer. Het zal wel weer via een algoritme op Spotify zijn geweest. Want de man heeft muzikale verwantschap met Tom Waits en die wil ik nog wel eens draaien.

Onlangs stond C.W. Stoneking in een uitverkochte Pandora-zaal van TivoliVredenburg. De start van het optreden was nogal rommelig. Hij begon met de mededeling dat hij al een paar dagen zijn stem kwijt was. Vervolgens struikelde hij bijna over zijn gitaar. Na een paar nummers knapte er een snaar. Een reservegitaar had hij niet paraat, dus repareerde hij zijn instrument zelf. Dat duurde best lang. ‘Nog even stemmen.’ Prima, we hadden de tijd.

maandag 8 juni 2026

Bangaranga


Nee, ik ben allesbehalve een liefhebber van het songfestival. Dit jaar moest ik er toch aan geloven omdat het moederland van mijn vriendin een grote kans maakte op een hoge eindklassering.

Een aantal jaren geleden begon ik het bijna leuk te vinden. Met Anouk, The Common Limits en Douwe Bob had Nederland een paar edities achter elkaar best een aardige inbreng. Dat positieve gevoel heeft helaas niet lang stand gehouden. Dit jaar toch maar alle aandacht gericht op Bulgarije, want om dat land gaat het. Ook al omdat er geen Nederlandse inzending was, vanwege de deelname van Israël. 

Met een zak chips en een flesje wijn nestelden we ons -in een vakantiehuisje in Drenthe waar we een paar dagen verbleven- op de bank voor de grand finale. Op een vier- of vijftal nummers na vond ik het weer een beproeving. Tijdens de halve finale was er nog een vluchtroute geweest, in de vorm van een frisse avondwandeling door de Drentsche Aa. Maar nu was er geen ontkomen meer aan.

woensdag 20 mei 2026

Cuby


In een uithoek van Nederland ligt een van de leukste musea van het land: het C+B Museum. Terecht dat in het Drentse Grolloo voor deze plek is gekozen, want de voormalige boerderij was ooit de woning en oefenruimte voor Harry (Cuby) Muskee en band.


De ontvangst in het Drentse blues-dorp is toepasselijk, met de tekst ‘Welcome to the blues village Grolloo’, onder het blauwe bord met de dorpsnaam. Alsof je een groezelig blues-stadje ergens in het zuiden van de VS binnenrijdt. De koeien, paarden en het blakend groene weiland direct naast het bord helpen je snel uit die droom. Nee, geen katoenvelden hier.

Aanvankelijk werd bluesman pur sang Harry Muskee gegrepen door de jazz, zo leert de expo ons. Maar vanaf het moment dat hij John Lee Hooker voor het eerst hoorde, stond zijn leven in het teken van de blues. Al luisterde hij ook veel naar klassiek (Mozart) en fado (Cristina Branco). Via luisterfragmenten, filmopnames, brieven, ansichtkaarten en schoolrapporten (niet zo best) wordt in de voormalige boerderij het leven van de in 2011 overleden blueszanger ontvouwd.

dinsdag 12 mei 2026

Bijna Elvis


Almost in Elvis is een periodiek die op onregelmatige basis verschijnt, met verhalen gerelateerd aan Elvis Presley. Niet louter bedoeld als heldenverering, maar het fenomeen gezien in zijn tijd.

Onlangs verscheen de 22e uitgave getiteld Black Star, waarin 'de geboorte van de moderne popmuziek ten tijde van de segregatie in de VS' centraal staat. En dat alles dus gelinkt aan Elvis. Te lezen zijn o.a. beschouwingen, gedichten, (al dan niet fictieve) reportages en een albumrecensie (Almost in Love), een terugkerende rubriek. Behalve van initiatiefnemer en schrijver van het eerste uur Dennis van Tiel zelf zijn er ook bijdrages van andere auteurs, zoals Ludo Diels en John Schoorl.

Ik was er ook voor gevraagd, maar ik heb toch net iets te weinig affiniteit met Elvis. Die Sun Sessions uit zijn begintijd vind ik steengoed en daarna heeft de man zeker nog een aantal sterke songs gemaakt, maar een fan of iets in die trant ben ik nooit geweest. Wel was ik ooit op Graceland (ik had het anders ingericht) en in de Sun Studio in Memphis. Dat laatste was natuurlijk geweldig, vooral omdat Johnny Cash er had opgenomen.

Uit het oog, maar niet uit het hart


Een band die ik eerlijk gezegd een beetje uit het oog en oor verloren was, is Les Négresses Vertes. En toen stond de vrolijke Franse formatie opeens in Paradiso. Daar moest ik bij zijn.

Het was een verfrissend geluid eind jaren 80, begin jaren negentig ten tijde van de grunge en hiphop, die fijne mix van Franse accordeon, feestelijke blazers, opzwepende rai en punk (light) van Les Négresses Vertes. ‘De Franse versie van The Pogues’ werden ze liefkozend genoemd.

Hun eerste albums Mlah (1988) en Famille nombreuse (1991) heb ik indertijd veel gedraaid. Er bestond ook een Nederlandse variant, Les Charmeurs, die zeker niet onverdienstelijk uit hetzelfde muzikale vaatje tapte. En je had ook nog Mano Negra natuurlijk.

woensdag 25 maart 2026

Tom Waits in de bieb


Een tijdje terug was ik van zins om een podcast te maken over Tom Waits, samen met een medewerker van Broese, die net zo’n grote fan is als ik. Het kwam er niet van, maar onlangs was er in de boekenwinkel een evenement met een vergelijkbare insteek.

In Broese vroeg de betreffende medewerker muziekjournalist Gijsbert Kamer en muzikant/schrijver Jaap Boots naar leuke anekdotes over Waits. Beiden hebben de muzikant geïnterviewd. Die anekdotes kwamen er, zonder opsmuk opgediend door Kamer en met meer bombarie (en Waitsimitaties) door Boots. De voornaamste conclusie van de twee: Tom Waits is overal en altijd een acteur. Voor Anton Corbijn, die verderop in het gebouw zijn boeken met Waitsfoto's signeerde, zal het vast nooit zo'n probleem zijn geweest. Eerder een voordeel.  

De Waits-avond begon met een aardige quiz, waar alle bezoekers aan mee konden doen door te gaan staan of zitten bij de keuze van een antwoord. Vragen over de hoedjes van Tom Waits kregen iets te veel de overhand. Ik redde het tot de derde ronde, maar moest afhaken bij een vraag over een Waitscover van Willem Duyn (Big Mouth). In the Neighourhood (Stamcafé) bleek het juiste antwoord te zijn, en niet Closing Time.