donderdag 23 juli 2026

De Tour


Elk jaar weer een fijne bron van vermaak: de Tour de France. Niet alleen een van de mooiste sportwedstrijden, maar ook een aangename drieweekse reis langs pittoreske plekjes van la douce France. En daar hoort mooie muziek bij uiteraard.  


Na twee weken is de tour alweer beslist. Gisteren knalde de voornaamste uitdager (voor zover je daar nog van kon spreken) van Tadej Pogačar, Jonas Vingegaard in een lastige bocht tegen een stoepje. Gebroken sleutelbeen, einde tour. Uiteraard trekt de karavaan gewoon verder door het mooie land, met hopelijk ook nog enig Nederlands succes in het verschiet.

Het is helaas karig gesteld met Nederlandse ronderenners op het moment. Thymen Arensman is een lichtpuntje, maar die vertrok gisteren tien seconden te laat voor zijn tijdrit, dus het is maar de vraag of dat nog iets wordt. Hoe anders was dat eind jaren 70/begin jaren 80, toen de Nederlandse Raleighploeg huishield in de tour. Het was bijna uitzonderlijk als er een etappe niet werd gewonnen door de ploeg van Peter Post.

Zoetemelk, Knetemann, Raas, Van der Velde, Lubberding, Winnen, het kon niet op. In die tijd werkte ik tijdens de zomervakantie bij een boomkwekerij in het dorp. Eindeloze rijen appelboompjes moesten worden afgewerkt (gebonden, geoculeerd, gestroopt of van riet voorzien), vaak in de brandende zon. Gelukkig was daar mijn trouwe Philips radiocassetterecorder (met batterijen), die standaard stond afgesteld op Radio Tour de France. Steeds als we een rits boompjes gedaan hadden, werd het apparaat een stukje verderop in de rij geplaatst en schalde de stem van Theo Koomen over het veld.

Ego


Het WK is voorbij. Gelukkig won het pure voetbal uiteindelijk van het afbraakvoetbal. Eindeloos is er voor-, tussen en nabeschouwd, o.a. bij NOS WK Avond. Regelmatig schoof daar een wonderlijke man aan.


Met stijgende verbazing (en stijgende ergernis) heb ik de aanwezigheid van Kenneth Pérez aanschouwd bij het WK-programma op NPO 1. Pérez was een heel behoorlijke voetballer, maar in zijn hoedanigheid van analyticus kan ik hem veel minder goed hebben. Wat heet: zelden zo’n zelfingenomen man op tv gezien. Ok, Louis van Gaal, maar die heeft nog enig recht van spreken.

Toegegeven: af en toe komen er best zinnige dingen uit de mond van Pérez. Maar de manier waarop hij een en ander presenteert, is veelal tenenkrommend en schier ondraaglijk. Met een air van ‘Ik heb het voetbal uitgevonden en ‘Ik weet het beter dan jullie allemaal,’ degradeert hij andere tafelgenoten tot figuranten. En dat zijn niet de minsten: vader en zoon Mulder, Wim Kieft, Guus Hiddink, Edwin Winkels, om er maar een paar te noemen.

maandag 13 juli 2026

I want you


Ondanks zijn talent als songwriter heb ik over Elvis Costello altijd gemengde gevoelens gehad. Ik vond hem meer een poseur dan een integere muzikant, hoewel hij ontegenzeggelijk een aantal popklassiekers achter zijn naam heeft. Met een uitschieter bovendien.

In een dagboekje, geschreven ergens in mijn studententijd, vergelijk ik twee optredens die ik vlak na elkaar zag bij Rockpalast, het legendarische liveprogramma op de Duitse tv-zender WDR. Het betrof shows van Herman Brood en Elvis Costello. ‘Echte rock ’n roll, tegenover een intellectueel die doet alsof,’ zoiets stond er. Ik wil dit wel meteen even nuanceren: Costello was een veel betere songwriter en zanger dan Brood. Die had weer andere kwaliteiten.
foto: Sébastien Micke

Maar goed, ik heb me nooit echt verdiept in de muziek van Elvis Costello, terwijl tijdgenoot -en eveneens angry young man- Joe Jackson me wel altijd heeft weten te boeien. Het was die nasale, zeurderige en regelmatig overslaande stem. En daarbij gooide hij me iets te veel verschillende genres op een hoop, zoals punk, pop, rock ‘n roll, reggae, jazz, klassiek, country en smartlap. En deze lijst is lang niet compleet. Ik kreeg geen hoogte van de man. ‘Spike’ vond ik wel een goed album, misschien omdat gitarist Marc Ribot er op mee speelde.

Ronflonflon


Een paar weken geleden overleed Wim T. Schippers, dat zal weinig mensen zijn ontgaan. Behalve als markante stem van Ernie, blijft hij vooral in mijn herinnering als Jacques Plafond in het radioprogramma Ronflonflon.

Voor Hoepla was ik nog te jong, Van Oekel’s Discohoek heb ik jaren later teruggezien op dvd. Tamelijk briljant vond ik het, die totale (maar tot in de puntjes uitgeschreven) chaos van omvallende kasten, absurde dialogen en idiote aankondigingen, waarin een wereldster als Donna Summer haar kalmte moest zien te bewaren. Zij zal haar optreden met Ir. v.d.Pik (‘Mevrouw, er is geloof ik telefoon voor u’) en Sjef van Oekel in katzwijm niet licht vergeten zijn.

Ik haakte aan bij ‘We zijn weer thuis’, een parodie op de soaps uit die tijd. Ook hier: wanorde en miscommunicatie. Het verhaal deed er eigenlijk niet zo veel toe. De serie is maar liefst vijf jaar op de buis is geweest bij de VPRO, tussen 1989 en 1994. Ter vergelijking; Hoepla, met die beroemde blootscene, kwam niet verder dan drie uitzendingen. Maar dat was dan ook in 1967.

zaterdag 4 juli 2026

Een prettig weerzien


Op de laatste editie van Pinkpop was The Cure een van de headliners. Ik was er niet bij, maar zag het optreden live op tv. Toen de band voor het eerst op Pinkpop stond, in 1986, stond ik wel tussen het publiek.

Even schrikken was het wel, toen ik hoorde dat het alweer veertig jaar geleden was dat ik The Cure zag tijdens Pinkpop in Geleen. Zeventien jaar was ik, en samen met drie vrienden toog ik die dag vanuit Baarlo naar Zuid-Limburg. Veel bier zal er nog niet aan te pas zijn gekomen, ik vermoed dat we op station Venlo een paar blikjes hebben gekocht voor de heenreis. In mijn herinnering droeg ik de groene, lange stofjas die ik geërfd had van mijn opa. Erg praktisch was die niet, maar ik vond hem best cool.
foto Paul Cox

Ook best cool was het dat de zus van een van mijn vrienden, samen met een paar vriendinnen, meereisde naar Geleen. Of nou ja, of ik dat cool vond, weet ik eigenlijk niet meer. Ik was nog behoorlijk bleu op dat gebied. Maar tijdens die gezamenlijke reis werd wel de kiem gelegd voor mijn eerste ‘liefdeservaring’, een paar weken later. Het zal die jas zijn geweest ...

donderdag 18 juni 2026

Bella ciao


Bij tenniswedstrijden op het hoogste niveau wordt tegenwoordig tijdens een zitpauze snoeiharde muziek gedraaid. Niet heel verheffend, tenzij er opeens een vergeten pareltje voorbij komt. In een iets andere versie, dat wel helaas …

Vorige week was ik met een vriend (net als ik tennisliefhebber) bij het Libéma Open in Rosmalen, een grastoernooi waar internationale toppers komen ter voorbereiding op Wimbledon. Met Medvedev, Auger Aliassime en De Minaur had de organisatie een drietal toptienspelers weten binnen te hengelen.

Tussen de regenbuien door zagen we een spannende partij tussen Lamens en Potapova, het restant van de wedstrijd tussen Griekspoor en Van de Zandschulp en een aardig potje tussen loopwonder De Minaur en Damm. Een prima oogst voor de woensdag. En een prettige sfeer bovendien, daar in de Brabantse buitenlucht.

Wat voor de een sfeerverhogend zal werken, voor de ander beslist niet, is de snoeiharde muziek die tijdens een zitpauze over de baan schalt. Je kunt je afvragen of de spelers er zelf op zitten te wachten dat nummers als Conga, Macarena, Lambada en Mambo no.5 met het volume op tien hun momentje van contemplatie verstoren. In het publiek zijn er natuurlijk altijd wel een paar die vrolijk mee springen, vooral als de camera kijkt.

dinsdag 9 juni 2026

Son of America


Je zou C.W. Stoneking een atypische Australiër kunnen noemen, met zijn voorkeur voor stokoude blues. De muzikale invloed van zijn Amerikaanse ouders zal zeker een rol hebben gespeeld.

C.W. Stoneking laat zich vooral inspireren door blues uit de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw. Ik ben al een tijdje fan van de ietwat zonderlinge zanger/gitarist. Waar ik hem voor het eerst hoorde, weet ik niet meer. Het zal wel weer via een algoritme op Spotify zijn geweest. Want de man heeft muzikale verwantschap met Tom Waits en die wil ik nog wel eens draaien.

Onlangs stond C.W. Stoneking in een uitverkochte Pandora-zaal van TivoliVredenburg. De start van het optreden was nogal rommelig. Hij begon met de mededeling dat hij al een paar dagen zijn stem kwijt was. Vervolgens struikelde hij bijna over zijn gitaar. Na een paar nummers knapte er een snaar. Een reservegitaar had hij niet paraat, dus repareerde hij zijn instrument zelf. Dat duurde best lang. ‘Nog even stemmen.’ Prima, we hadden de tijd.