Over nieuwe geluiden, tijdloze muziek en andere muzikale (en niet muzikale) overpeinzingen.
maandag 7 januari 2008
Vrouwen
Het is een merkwaardig fenomeen: al die vrouwen die opeens tot mijn muziekcollectie zijn doorgedrongen. Tot een jaar of vijf geleden was ik in de serieuze veronderstelling dat de beste muziek door mannen wordt gemaakt. Eigenlijk denk ik dat nog steeds, maar soms is er ook twijfel.
Zingende dames in mijn verzameling waren toentertijd nog op een hand te tellen: Rickie Lee Jones, Joan Armatrading, Tori Amos, dat was het wel zo’n beetje. De laatste tijd is er geen houden meer aan. Lucinda Willams, Mary Gauthier en Gillian Welch zijn geen verrassende namen, maar er zijn ook nog: Ane Brun, The Be Good Tanya’s, Cat Power, Joan As Police Woman, Jolie Holland, Karen Pernick, Kris Delmhorst, Eleni Mandell, Alela Diane, Amy Winehouse, en zelfs zuchtmeisjes als Carla Bruni, Keren Ann en Charlotte Gainsbourg. En dan ben ik er vast nog een stel vergeten. Het moet niet gekker worden.
Dagelijks luisteren doe ik naar geen van allen, maar dat ze me omringen en proberen in te palmen valt niet langer te ontkennen. Eigenlijk ging het voor de eerste keer echt mis tijdens het beluisteren van de cd Escondida van Jolie Holland en haar optreden in De Vloer in Utrecht ongeveer vier jaar geleden. Een openbaring! Dat er betere zangeressen zijn weet ik ondertussen ook, maar op dat moment raakte haar stem me zeer; bij Black Stars sprongen de tranen me in de ogen. Ik wist niet wat me overkwam.
Wellicht interessante materie voor een uitgebreide psychologische analyse, maar ik laat het hier maar bij. Gelukkig dan toch dat ik deze (mannelijke) uitvoering van een typisch vrouwenliedje nog steeds geweldig blijk te vinden. Het origineel mag er trouwens ook zijn.
zondag 6 januari 2008
Cold Mountain
Soms vormen film en muziek een onlosmakelijk koppel. Denk maar aan de soundtracks van ‘Paris, Texas’, ‘Pulp Fiction’, ‘Gadjo Dilo’ of ‘O Brother Where Art Thou’. De laatste is alom gelauwerd, van vergelijkbare snit maar veel minder bekend is de filmmuziek van ‘Cold Mountain’.
De rolprent zelf die zich afspeelt ten tijde van de Amerikaanse burgeroorlog met hoofdrollen voor Nicole Kidman en Jude Law kon mij niet erg bekoren, de soundtrack daarentegen is prachtig. Veel oude country, bluegrass en folk, net als op ‘O Brother Where Art Thou’. Nog een overeenkomst: beide cd’s zijn geproduceerd door T-Bone Burnett. De klassieke microfoons die Burnett gebruikte bij de opnames passen perfect bij de muziek.
Verrassend op de cd zijn de ingetogen bijdrages van Jack White, o.a. in ‘Wayfaring Stranger’ en Howlin' Wolf’s ‘Sittin On Top Of The World. Bijzonder fraai is het door T-Bone Burnett en Elvis Costello geschreven ‘The Scarlet Tide’ dat wordt gezongen door Alison Krauss, de zangeres die mij op andere momenten te zoetgevooisd in de oren klinkt. En zo valt er nog wel het een ander te genieten.
Behoudens de lichtelijk pompeuze bijdrages van de Sacred Harp Singers At Liberty Church en de overdadig sentimentele piano- en vioolmuziek van Gabriel Yared is dit de perfecte soundtrack voor een herfstige dag in de winter. Luister maar naar Jack White’s ‘Wayfaring Stranger’.
vrijdag 28 december 2007
Top 10 2007
Enige tijd schreef ik cd-, concertrecensies en columns voor Altcountry.nl. In december maakten alle medewerkers een lijstje met hun favoriete altcountry-platen van dat jaar. In 2007 was dit mijn top 10.
1. Two Gallants - Two Gallants
2. Wilco - Sky Blue Sky 3. Whip - Blues For Lovers 4. Elvis Perkins - Ash Wednesday 5. Alela Diane - The Pirate’s Gospel 6. Beirut - The Flying Club Cup 7. Lucky Fonz III - Life is Short 8. Mark Davis - Mistakes I Meant To Make 9. Ian Siegal - Swagger 10. Fink - Distance and Time
maandag 24 december 2007
Kerstkaart
Mooiste kerstnummer allertijden is ‘Christmas Card from a Hooker in Minneapolis’, afkomstig van Tom Waits’ album ‘Blue Valentine’. De chroniqueur van de zelfkant had de mensheid al met een vijftal prachtalbums verblijd toen hij in 1978 met dit meesterwerkje op de proppen kwam.
Voornamelijk broeierige jazzy blues met piano en sax bepaalde in die periode het repertoire van Tom Waits; het zou nog een jaar of vijf duren aleer hij zijn experimentele kant toonde op (het geniale) ‘Swordfishtrombone’.
Aan ‘Blue Valentine’ koester ik om meerdere redenen fijne herinneringen. Om te beginnen was het mijn kennismaking met de man die ik tot de dag van vandaag beschouw als meest begaafde liedjesschrijver en performer ooit. ‘Blue Valentine’ is een van mijn favoriete Waits-albums, met name vanwege het wonderschone titelnummer. Niet alleen de grommende stem in combinatie met de muziek sprak op mijn vijftiende tot de verbeelding, ook de afbeelding op de achterkant van de hoes prikkelde de fantasie. In groen-tinten zien we een jeugdige Waits, in gedachten verzonken, bij een tankstation gebogen staan over een blondine in het rood die bevallig tegen een Ford Thunderbird leunt. Je ziet de bijbehorende film zo voor je. (Pas jaren later kwam ik erachter dat het hier zijn toenmalige vriendin Rickie Lee Jones betreft)
Arno Adams is een Limburgse troubadour met op het repertoire doorleefde, donkere en veelal autobiografische liedjes. Alom bekend en erkend in het zuiden des lands, boven de rivieren is het nog even wachten op een doorbraak. Verbazingwekkend is dat; zowel tekstueel als muzikaal is Adams bepaald een hoogvlieger.
De man uit Belfeld verdient meer aandacht, dat constateer ik nog maar eens na het beluisteren onlangs van zijn cd ‘Dans Met Mich’ uit 2002. Het hele album is de moeite waard, een nummer springt er wat mij betreft uit: ‘Doëd’. Er is veel moois geschreven en gezongen over de dood -denk aan My Death van David Bowie, A Handful of Dust van Loudon Wainwright III of Kraaien van Krang- ook Doëd is fraaie ode aan het verscheiden. Het lied is een beklemmend relaas van een man die bij een auto-ongeluk om het leven is gekomen, met als sinistere bijzonderheid dat de dode man de verteller is.
Krang, de eigenzinnige formatie van Andre Manuel, is alweer een poosje ter ziele. Gelukkig blijkt er ergens in Nederland nog een ketterse fanfare rond te lopen.
Skarl is de ietwat curieuze naam voor het Friese gezelschap met een soortgelijke muzikale intentie als de formatie van Manuel. Na een tip van een (Friese) vriend was het voor mij een fijne ontdekking dat er naast De Kift en Stuurbaard Bakkebaard in dit land nog andere bands een volkomen eigen koers varen.
De formatie Skarl, die tot mijn verbazing al een jaar of tien blijkt te bestaan, speelt theatrale ketelmuziek van de betere soort en veelal gezongen in het dialect. En de bandnaam? “Skarl duidt op een procesmatige manier van werken. Zoals ‘Jan fan ‘e Strjitte’ (Jan van de Straat) zijn kostje bij elkaar scharrelt, zo scharrelt Skarl klanken, woorden en oude instrumenten bij elkaar op zoek naar de geur, de smaak en de kleur”, zo meldt hun website.
De teksten van hun laatste cd ‘Serenade’ zijn geromantiseerde verhalen die aan het begin van de vorige eeuw in lokale cafés van kleine visserdorpjes werden uitgewisseld tussen dorpsgenoten, zeelieden, marskramers en circusartiesten. Voor de liefhebbers van puffende en piepende potten-en pannenmuziek (denk ook aan de Dead Brothers) met gebruik van instrumenten als ukelele, trombone en traporgel: beluister en bekijk de live-uitvoering van ’Sear Dien’.
woensdag 5 december 2007
Jeugdig talent
1. Een openbaring voor mij is de plotse verschijning van Lucky Fonz III aan het firmament van de singer-songwriters. De pas 26-jarige Amsterdammer kwam onlangs met zijn tweede album Life Is Short dat vol staat met lyrische folk- en countryliedjes met een scherp randje. Voor zijn leeftijd opvallende doorleefd gezongen, met lichte wiebelstem, en liedjes die compositorisch sterk zijn en bij vlagen ontroerend.
Liefhebbers van Will Oldham, Johnny Cash en Leonard Cohen komen ruimschoots aan hun trekken bij deze cd van een waarachtig talent van eigen bodem. Voorheen leidde Lucky Fonz III (echte naam Otto Fons Wichers) al levens als klassiek-pianist, gabber, dj, straatmuzikant en barpianist. En nu is hij dus veelbelovend singer-songwriter.