maandag 21 april 2008

Blue Highways 2008


Vanwege gehannes met gitaarkabels laat de start van het optreden van Dayna Kurtz een poosje op zich wachten. Een kwartier later dan gepland zet de in rode jurk en dito laarzen gehulde zangeres sterk in met Nola, een fraaie wals afkomstig van haar laatste album. 

De donkere, expressieve stem van Kurtz combineert mooi met het bluesy geluid van haar kompaan, de fiks behaarde en bebaarde Peter Vitalone op piano, accordeon en orgel. Kurtz tokkelt op de banjo in het schitterende, duistere folkliedje Banks of the Edisto. Ook het klaaglijke Venezuela met Vitalone op accordeon is sterk. 

Als Kurtz te horen krijgt dat er nog tijd rest voor slechts twee nummers, lijkt de puf er een beetje uit: de blues die volgt klinkt niet erg geïnspireerd en als slotnummer raffelt ze op elektrische gitaar een rock ’n roll-nummertje af. “Thanks for suffering with me”, en weg is Dayna Kurtz. Jammer van het einde, voor de rest een spannend optreden.

maandag 14 april 2008

Stilte graag!


Of het iets is van de laatste tijd of dat het er altijd al is geweest, ik weet het niet. Storend is het in ieder geval zeker: het onophoudelijke geroezemoes bij liveoptredens. Afgelopen vrijdag in De Helling in Utrecht, tijdens het prachtige concert van Alela Diane was het weer eens zover. 

Het voorprogramma van Mariee Sioux was achter in de zaal nauwelijks te volgen, hetgeen de organisator noopte tot een oproep tot stilte bij het volgende optreden, dat van Alea Diane. En, het zij gezegd, het publiek hield zich vervolgens behoorlijk koest, behalve dan bij mij in de buurt. Ik had me met enige moeite redelijk vooraan weten te posteren, toen twee giechelende meiden gezellig naast me kwamen staan. In het Frans keuvelden ze er vrolijk op los. 

Tijdens een optreden van, laten we zeggen, de Belgische stone-rock van Triggerfinger zou het niet opvallen, maar de ingetogen en ragfijne folk van Alele Diane verdient volledige aandacht en stilte. Elke vorm van afleiding is dan storend. Na een paar nummers was ik het beu. “Silence s’il vous plaît” kreeg ik niet over mijn lippen, ik hield het maar bij “sssst”. Om niet al te bozig over te komen, glimlachte ik er een beetje bij. En zowaar, het hielp. Het hardop praten werd gefluister en toen de grootste kwebbelkous verdwenen was keerde de rust helemaal terug.

maandag 7 april 2008

Stelletje muzikanten


Al enige jaren kun je voorafgaand aan Blue Highways voor een paar euro’s in Plato een cd kopen met een compilatie van de optredende artiesten. Een aardig opwarmertje: zo kun je alvast je programma voor de dag uitstippelen. 

Op de meest recente cd kun je niet alleen luisteren naar het merendeel van de bands die op 19 april het plankier in Vredenburg Leidsche Rijn betreden, er staan ook twee live-opnames van afgelopen jaar op: van het soulvolle gezelschap Ollabelle en van Kris Delmhorst. Het optreden van deze charmante en goedlachse zangeres vond ik vorig jaar een van de hoogtepunten: soms ingetogen, soms flink rockend en met een fijne begeleidingsband. 

maandag 17 maart 2008

De solo


Twee weken geleden overleed op slechts 41-jarige leeftijd Jeff Healey. Het verhaal is wellicht bekend: Healey was blind van jongs af aan en bespeelde de gitaar op zijn schoot. Toen ik eind jaren tachtig de wahwah van See the Light voor het eerst op de radio hoorde, was ik verbijsterd: de power, expressiviteit en virtuositeit! 

Het was in de tijd dat ik kickte op gitaarsolo’s, dat mag duidelijk zijn. Of het nu ging om de bluesy licks van Stevie Ray Vaughan en Brian Setzer of om het experimentele, geïmproviseerde geluid van Jimi Hendrix, Frank Zappa en Jan Akkerman, de lang uitgesponnen gitaarsolo was voor mij de ultieme vorm van muziek. Tegenwoordig heb ik er geen geduld meer voor en hou ik eigenlijk meer van een mooi afgerond liedje. 

dinsdag 11 maart 2008

Tom Brosseau

Bijzonder fraai is het laatste album van Tom Brosseau, Cavalier. Het muzikale universum van deze Amerikaanse liedjesschrijver is vergelijkbaar met dat van de veelbelovende Amsterdamse jongeling Lucky Fonz III. 

Allebei vinden ze hun inspiratie in de folk uit de jaren dertig van de vorige eeuw, beschikken ze over een sensitief en hoog stemgeluid en hebben ze patent op lyrische melodieën met een lichte droefheid. In een interview met KindaMuzik zegt Brosseau hierover: “Ik kom uit North Dakota: een staat met veel open ruimtes, weinig inwoners en ijskoude winters. Daar heerst veel droefheid. Dat trieste is mij dan ook met de paplepel ingegoten.” Loodzwaar wordt de muziek van Brosseau echter nimmer, er schijnt voldoende zonlicht door. 

vrijdag 7 maart 2008

Tweede kans


Vrijdag treedt Claw Boys Claw op in Utrecht. Na elf jaar is de formatie van Peter te Bos terug met een album en een aantal liveoptredens. Claw Boys Claw was jarenlang de vaandeldrager van de alternatieve rock in Nederland. Een jaar of vijftien geleden was ik getuige van een optreden van de band in Tivoli. 

Geweldige show, maar wat me vooral is bijgebleven van die avond is het korte gesprek dat ik had met de frontman van die andere Amerikaans georiënteerde -maar minder vooruitstrevende- Amsterdamse formatie van die tijd: Fatal Flowers. Deze toentertijd behoorlijk populaire band had net besloten om het bijltje er bij neer te gooien. ‘Dead Flowers’ kopte Oor met veel gevoel voor pathetiek. Ik luisterde toen veel naar de Fatal Flowers en ik heb de band een keer of vijf live gezien, stuk voor stuk optredens die stonden als een huis. 

maandag 25 februari 2008

Wanhoop


De film Last Days van Gus van Sant toont de laatste dagen van Kurt Cobain voordat hij zelfmoord pleegde. Van Sant spaart de zanger van Nirvana niet. 

Doelloos, volstrekt in zichzelf gekeerd en teksten voor zich uit bazelend als: “Ik verloor iets op weg naar de plaats waar ik nu ben” dwaalt de junk door het bos. Ook zien we Cobain gekleed in een jurk en met een jachtgeweer om zijn schouder dolend door zijn kolossale landhuis. Als een vriend belt neemt hij de telefoon op, maar zegt geen woord terug. En tijdens een onderhoud met een man van de Gouden Gids is de vervreemding en apathie bij de zanger compleet. 

Als de film ook maar enigszins in de buurt komt van de werkelijkheid, was Cobain er niet best aan toe, zoveel wordt wel duidelijk. Over Kurt Cobain de muzikant kom je niet zo gek veel te weten en veel muziek is er niet in de film. Even hoor je hem door een open raam een liedje spelen, iets onbekends dat van Nirvana afkomstig had kunnen zijn. En ‘vrienden’ van hem somberen er vrolijk op los op de sinistere klanken van Venus in Furs van The Velvet Underground. Ook zien we Cobain mediteren terwijl op tv een gladgestreken R&B-clipje uit het begin van de jaren negentig wordt vertoond. Een bizar beeld.