maandag 9 maart 2026

Scepter


Dit jaar kreeg ik weer eens een snippertje carnaval mee. Bij de optocht in Baarlo, het dorp waar ik ben opgegroeid, was ik getuige van milde kritiek, leuke kolder én dubieuze humor.

Oorspronkelijk was het de bedoeling om samen met mijn moeder naar de optocht in Venlo te gaan, zoals we enkele jaren geleden hadden gedaan. Daar is het allemaal toch net een stukje uitbundiger qua uitdossingen en muziek. Maar het weer werkte niet mee, dus we togen naar de hoofdstraat van Baarlo waar de optocht zou beginnen. Net voorbij de fietsenmaker vonden we een prima plekje.

Een aantal fraaie carnavalwagens passeerden ons. Onder andere het verdwijnen van de plaatselijke kerk ten behoeve van nieuwe woningen (!) en de mogelijke verbunkering van het jongerencentrum werden bekritiseerd. De kerk van Baarlo was op indrukwekkende wijze nagebouwd. Daar hadden vast heel wat uurtjes werk in gezeten. Ook liep er een groepje met een stuk waterleiding in de hand, met de boodschap: ‘Wij hebben de leiding’. Tussen Baarlo en Blerick, 5 km verderop, komt een nieuwe rioolleiding, vandaar. Zo te zien schiet dat project niet echt op.

Opvallende deelnemers aan de optocht waren twee solo-lopers, allebei met een nogal platte boodschap. De een luidde: ‘Ik ben een zakkenwasser’, waarbij een borstel langs het kruis werd geveegd. De ander liep met de tekst:‘Ik heb tiet genoag’ en met twee grote aangeplakte borsten. Opeens bleek Baarlo niet zo veel veranderd in vergelijking met het boerendorp dat ik kende uit mijn jeugd. Naast mij stond een kennis van mijn moeder, een vrouw die in Baarlo woonde maar oorspronkelijk uit Noord-Holland komt. Vol afschuw reageerde ze op de twee mannen. ‘Dit kan toch echt niet meer! Die hadden ze niet mee moeten laten lopen.’ Ze had natuurlijk volkomen gelijk.

Die morgen had ik aan de ontbijttafel van mijn moeder in de Limburger nog een artikel gelezen over Prins Carnaval uit het naburige Panningen, die zijn scepter ‘met kracht tegen het achterste van een vrouw’ zou hebben geduwd. De prins zelf zei dat het om ‘een tikje op de billen’ ging. Na gesprekken met de betreffende besloot de carnavalsvereniging de man wegens gebrek aan bewijs niet uit zijn tijdelijke functie te ontheffen. De vrouw naast mij was stellig: ‘Ik had hem een klap voor zijn kop gegeven!’ Ooit was ze zelf tijdens carnaval bij de borsten gegrepen, zo vertelde ze. ‘Die vent heb ik keihard in de ballen getrapt.’ Misschien was dit de Noord-Hollandse mentaliteit. Prima. Even later barstte er een enorme hoosbui uit, wellicht bedoeld om de ranzigheden van de Veldstraat te spoelen. 

Onderweg naar Baarlo hoorde ik in de auto bij de Limburgse zender L1 dit oeroude, en o zo onschuldige carnavalsliedje uit 1975. Andere tijden waren dat. 

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten