dinsdag 29 september 2026

Corsica: L’Ile de Beauté

Voor de tweede keer in Corsica. De eerste keer was een paar jaar na mijn studie en met een rugzak. Andere tijden. Maar ik heb wel altijd in mijn achterhoofd gehouden dat ik nog eens terug wilde. En ik begrijp nu waarom.  

Calvi
Vlakbij het vliegveld van Bastia is onze eerste korte stop. De volgende dag rijden we door naar Calvi. De kok van het restaurant bij ons hotel is zo aardig om ons zo laat nog (een uur of tien in de avond) een heerlijke plank met lokale kaasjes en vleesjes te serveren, terwijl de keuken al gesloten is. Met The Cramps en The Cure op de achtergrond is dat een fijne start van onze reis.

Op onze hotelkamer zien we vervolgens nog een stukje van de liveregistratie van een concert van The Cure vlakbij Parijs, en het eerste nummer dat we de volgende dag in de huurauto onderweg naar Calvi horen is Boys don’t cry: de band van Robert Smith is populair op Corsica.

De volgende dag is het even wennen in de Skoda met drukknopbediening i.p.v. van een autosleutel, maar na een mooie tocht door de bergen en een kort bezoekje aan de citadel en kathedraal van St. Vincent (onder tropische omstandigheden, mijn camera blijkt oververhit en geeft aanvankelijk geen kik) arriveren we in Calvi. Een huurauto parkeren in een piepkleine betonnen keldergarage blijkt geen sinecure, na een stiekem toch best vermoeiend ritje van een paar uur.

Ongeveer 13 cijfercodes zijn er dan nodig om ons B&B appartement binnen te kunnen. Klementina heeft ze gelukkig allemaal foutloos genoteerd op een stukje krant, na een ietwat moeizaam gesprek met de razendsnel Frans sprekende eigenaar. Nog meer moeite kost het om de Wifi op gang te krijgen. We zoeken het hele appartement af naar het boekje waar de code te vinden zou zijn. Het blijkt een onmogelijke, ellenlange combinatie van cijfers en letters, waar we een hele poos zoet mee zijn omdat er uiteraard steeds een teken verkeerd wordt ingevoerd.

Maar goed, het appartement voor onze eerste week is heerlijk ruim en licht en heeft een groot balkon met een prachtig uitzicht. Op de slaapkamer hangt (tegen de warmte) een soort minidrone met roterende propellertjes aan het plafond, met louter goede bedoelingen gelukkig. De nacht ervoor had ik (echt waar) over Poetin gedroomd. Als je de ‘drone’ uitzet, klapt hij zijn vleugeltjes in, heel schattig. Gezien het recente nieuws over bosbranden, maak ik me een beetje zorgen om de hitte, de stevige zeewind en de vele bossen die het appartement (en Corsica) omringen, maar dat komt vast goed.

Calvi is prachtig gelegen in een grote baai, met aan de ene kant de fraaie citadel van waaruit de Genuezen in de 16e eeuw hun vijanden op afstand hielden, en aan de andere kant de imposante bergen. Volgens sommigen is Columbus hier geboren (er is ook een gedenksteen), maar anderen ontkennen dat. Het zeewater is bijzonder aangenaam ervaren we al snel, de opwarming van de aarde is ook aan Corsica niet voorbij gegaan.

L'Île-Rousse
Er loopt een spoorlijntje langs de kust van Calvi. Onder best luxe omstandigheden (veel beenruimte, airco en een groot raam) tuffen we langs de mooie kustlijn van Corsica naar L’Ile Rousse. Hier was ik de eerste keer ook, ik herinnerde me gelijk (van de oude foto’s) de roodachtige rotsen en de lange pier, met aan het eind de vuurtoren. Het stadje diende in de 16e eeuw juist als bolwerk tégen de Genuezen.

De terugweg was iets minder comfortabel, met een propvolle trein, die bij elke halte voller en voller werd totdat er echt niemand meer bij kon. De jonge vrouwelijke conducteur stond zelfs ingeklemd tegen de buitendeur aangedrukt. Wat haar er overigens niet van weerhield om uitgebreid en in alle kalmte haar sociale media te checken.

De wandeling naar de toren op de pier was een soort ‘Trip down memory lane’. Met name het zwemmen in dat prachtige water kon ik me nog goed voor de geest halen. Toen had ik gesnorkeld, wist ik nog. Nu ging ik op zoek naar de plek waar ik jaren geleden met mijn studievriend de weg naar beneden had gevonden. Uiteindelijk vonden we een redelijk begaanbaar pad dat leidde naar een mooie instapplek. Of het exact dezelfde was als die van toen weet ik niet. Maar het zwemwater voelde nog even goddelijk.

Bonifato
In het bos van Bonifato, een haf uurtje rijden van Calvi, maakten we een mooie wandeling langs de Figaghjola rivier. Het begon met een stevig klimmetje in de hitte, maar het resultaat tijdens de lunch mocht er al zijn: een prachtig uitzicht op een van de vele bergtoppen van Corsica én het aangename gezelschap van een aantal nieuwsgierige hagedisjes. Aan het eind van de tocht vonden we een natuurlijk ligbad in de rivierbedding, waar het heerlijk koel (en ook behoorlijk fris) toeven was (en waar de meest merkwaardige foto ooit van mij is gemaakt …)

Het uitrijden van de geïmproviseerde parkeerplaats in het bos bleek een ware Tour de force. Na vele rondjes zoeken naar de uitgang, over verschillende etages van het bijzonder slecht begaanbare zandpad, troffen we de uitrijd-slagboom aan, helaas boven op een helling. Daar moest je ook betalen met je pinkaart, maar het lukte ons (mij) diverse keren niet om tijdig door de slagboom te rijden. Huurauto, drukknopbediening, ‘hellinkje trekken’, oververhitte hersenen, etc. De boom ging steeds weer voor onze neus (en die van de auto) omlaag.

Algajola en Ostriconi
Een rustig dagje vandaag, met een bezoek aan twee mooie stranden in de buurt van Calvi. Voor de eerste was een wandelingetje vereist van een klein half uurtje door de maquis, bij de tweede hadden we aan het eind van de dag het voorrecht van een mooie ondergaande zon, bij een heerlijk diner aan zee (Magret de Canard voor Klementina, Tagliata de Boeuf voor Machiel).

Links en rechts van ons werd er op luide toon in de Duitse taal geconverseerd, niet voor het eerst tijdens deze reis. En ik hoor liever Frans praten in een Franstalig land. Ook in een niet-Franstalig land eigenlijk. Het valt op in Corsica: het grote aantal Duitsers. Eigenlijk horen we maar twee talen: Frans (of Corsicaans) en Duits. Heel af en toe een vleugje Engels of Nederlands.

Wat hiervan de reden is: geen idee. Feit is dat best veel mensen naar Corsica komen voor een actieve vakantie, met name hiking is erg populair. Zou kunnen dat Duitsers meer genegen zijn om stevige bergwandelingen te maken. Zo kan het dus gebeuren dat we regelmatig ‘Bonjour!’ zeggen tegen een Duits stel, met als vriendelijke reactie terug: ‘Bonjour!’
 
Le Fango
We maakten een erg mooie wandeling (in de wederom zinderende hitte) langs de rivier de Fango. Het duurde even voordat we de oude Genuese brug aan het begin van de route goed konden fotograferen, zonder mensen die in het midden van de brug net iets te lang halt hielden voor het mooie uitzicht (wat wij natuurlijk ook hebben gedaan). Je vergeet nog wel eens dat je zelf geen haar beter bent dan andere toeristen.

Helemaal heerlijk was de (verdiende) duik in het kristalheldere water van de rivier op de terugweg van onze lange en hete wandeling. Veel rivierbeddingen die we zien staan helemaal droog, dus dat we hier konden zwemmen was wel bijzonder. Honderd meter verder namen we alweer de volgende duik, aangezien we niet echt af waren gekoeld van het water dat, verrassend genoeg, een vergelijkbare temperatuur had als de zee bij Calvi (een graad of zes warmer was dan het rivierwater bij het Bos van Bonifato).

Een toevallig voorbij zwemmende Française, in het dagelijkse leven gids op een boot voor toeristen, wist ons te vertellen -in een charmant, maar moeilijk te volgen mengelmoesje van Frans en Engels- dat de extreme warmte van het rivierater van de Fango veroorzaakt wordt door de speciale rotsen eromheen, die de hitte vasthouden en afgeven aan het water. ‘De warmste zomer ooit op Corsica’, las ik de volgende dag in de Corse-Matin. Tja, waar niet?
 
Pigna en Belgodère
In de jaren 60 werd in het bergdorp Pigna de ‘Corsicada’ opgericht, een bond van Corsicaanse ambachtelijke kunstenaars. En ook nu wordt dit prachtige dorpje met de vele blauwe luiken nog bewoond door tal van kunstenaars. Helaas was het Museum Musica gesloten toen wij er waren, op onze doortocht naar Corte. Maar het was aan het begin van de dag fijn rondstruinen in dit dorp, dat als een van de mooiste van Frankrijk wordt beschouwd. In de omgeving zagen we veel rode wouwen vliegen. Het lukte helaas niet om die prachtige roofvogel zo hoog in de lucht goed te fotograferen. 

In Belgodère hadden we op een gezellig pleintje een fijne lunch. Een omelet met brood voor mij (het eerste ei sinds lange tijd) en een Corsicaanse salade voor Klementina. Het leek alsof een familie de zaken runde van twee verschillende terrassen naast elkaar, er werd wat afgerend. De ouderen onder de familieleden hadden duidelijk te kampen met de hitte. ‘Nog nooit meegemaakt!’ We hebben het meer gehoord.

Grappig momentje: ik wilde een glas bestellen bij mijn blikje cola. ‘Une glace s’il vous plaît.’ Vervolgens nam de niet meer piepjonge serveerster pardoes het halfvolle glas van een verbouwereerde Klementina van tafel. We dachten dat ze bevangen was door de hitte. Even later kwam ze terug met hetzelfde glas, aangevuld met een blokje ijs. Daar had ik niks tegen in te brengen.

Na een korte klim vanuit het terras naar een mooie ‘point de vue’, troffen we helemaal boven nog een beeld aan van Jezus, die over het dorp keek en zag dat het goed was.

Een stukje verderop werden we voor korte tijd opgehouden door een paar koeien die (onbewust) de weg barricadeerden. Zachtjes toeteren, klein beetje gas geven, niks leek te helpen. Misschien kon ik er toch tussendoor, maar dat zou krap worden. Ik kon de breedte van onze huurauto ook niet exact inschatten. Uiteindelijk ben ik toch maar gaan rijden, heel voorzichtigjes natuurlijk. De koeien gaven (volkomen terecht) geen krimp. Het paste net.
 
Corte en de Restonica-vallei
Bij de camping in Corte bleek onze boeking via Booking.com niet geregistreerd te zijn. Ergens was iets fout gegaan, hoogstwaarschijnlijk bij Booking zelf. Probleempje dus, onze plek bleek al gereserveerd voor andere mensen. De sympathieke vrouw van de camping werd steeds nerveuzer en leed er zichtbaar onder. Na veel gebel kon ze ons op een andere plek twee nachten aanbieden, i.p.v. de gewenste vijf. Na nog meer gebel werden dat er toch nog vijf. Hoera! En wat een mooie plek, met een uitzicht over de hele camping!

Ik acht het niet uitgesloten dat ik tijdens mijn eerdere bezoek aan Corte op dezelfde camping stond, toen met een gammel tentje, nu in een mooi chalet. Het kwam me allemaal zo bekend voor, ook het uitzicht vanaf de camping op de citadel van Corte. De foto die we namen van het dorp is volgens mij identiek aan eentje van lang geleden, maar dat ga ik thuis checken.

Corte ligt bijzonder mooi tegen een berg aan, de foto’s spreken wel voor zich denk ik. Twee dingetjes nog: in een lichtelijk vervallen pand boven in het dorp woonden lang geleden tijdelijk de ouders van Napoleon, zo leerde ons een informatiebordje. Sommige historische bronnen zeggen dat de Kleine Generaal er ook verwekt is, voordat hij werd geboren in Ajaccio (hierover later meer).

Ook zagen we, vanuit het terras waar we toevallig dineerden, de authentieke kogelgaten uit 1750 in de muren van het toenmalige huis van de Corsicaanse held Jean-Pierre Gastori, ontstaan tijdens een belegering door de Genuezen. De held was overigens zelf niet thuis op dat moment, zijn vrouw moest het huis verdedigen en deed dat met verve. Het beeld voor het huis met de kogelgaten is desalniettemin van Jean-Pierre.

De wandeltocht langs de rivier Restonica de volgende dag hadden we toch ietwat onderschat. Na een tamelijk kalme start ging het opeens bijna kaarsrecht omhoog over een moeilijk begaanbaar pad, vol grote stenen en keien. Vervolgens vlakte het een beetje af, maar al met al bleef het behoorlijk zweten en afzien. Daar kwam bij dat ik om de een of andere reden minder energie had dan andere dagen. De prachtige vergezichten maakten wel veel goed.

Toch besloten we na de heenreis dat het welletjes was en het busje terug te nemen naar Corte. Hoewel al volgeboekt voor de rest van de dag, waren er nog een paar plekjes achter in de bus vrij. In een zucht en een vloek legden we vervolgens over de weg dezelfde afstand af die we eerder puffend en ploeterend door de Restonica-vallei hadden afgelegd.

Wat mij in het busje, ietwat overmoedig misschien, deed verzuchten dat we net zo goed terug hadden kunnen lopen over de weg. Maar dan was er wellicht geen tijd meer geweest voor een heerlijk verkoelend plonsje in diezelfde rivier, prima bereikbaar via onze privé-entree op de camping …

Voor het gebrek aan energie tijdens de klim- en klauterpartij volgde al snel de reden: ik was de ochtend (onbewust en ongewild) aangevangen met twee cafeïnevrije koffies …

Tavignano vallei 
Vandaag deden we het iets rustiger aan, met een tamelijk vlakke etappe door de Tavignanu-vallei naar het Lac des Anguilles (het Palingmeer). Bij de start werden we gelijk gepasseerd door een groepje bijzonder energieke en balorige Franse jongens. Uiteraard waren zij eerder op de plaats van bestemming dan wij en was het voor ons even wachten voordat het plekje bij deze oase vrijkwam.

Het vrolijke stel plofte vervolgens neer op een grote rots, verorberde gezamenlijk een lunch om tenslotte een hele tijd voor pampus te gaan. Toen we vertrokken, lagen ze er nog steeds te ronken. Misschien hadden ze er al een flink stuk van de GR20 opzitten, of een feestje de avond ervoor, dat kan natuurlijk ook.

Na de bescheiden inspanning om bij deze plek te komen (en uiteraard een frisse duik, geen paling gezien), volgde een grotere op de terugweg, toen we besloten om niet beneden langs de rivier te lopen, maar via een route die een stuk hoger op de berg lag. Klimmen dus, en flink ook. Af en toe door moeilijk doordringbare maquis. Maar ook nu werden we weer beloond met vorstelijke uitzichten. Helaas namen we ergens een verkeerde afslag, zodat we uiteindelijk nog maar net voor het donker het woud verlieten.

Cascade des Anglaises
Deze waterval (of eigenlijk zijn het meerdere watervalletjes) in de Vizzavona-vallei is vernoemd naar de heldenmoed van Britse aristocraten aan het begin van de 20e eeuw. Zij durfden het aan om het ijskoude rivierwater te trotseren, om zo te ontsnappen aan de zomerhitte. Enige tijd later waagden twee vermetele Nederlandse toeristen zich er ook aan: best frisjes inderdaad, maar goed te doen.

We kunnen nu ook zeggen dat we een gedeelte van de GR20 hebben gelopen, al was het dan maar een klein stukje. De route liep over een mooi bospad, bezaaid met grote en kleinere keien. Prachtig waren de paarse bloemetjes die overal groeiden (en die we niet konden determineren). En oh ja: die foto waarop ik lijk te plassen is gezichtsbedrog. In werkelijkheid maak ik een foto van de cascade.

Maar zonder gekheid: die combinatie van het woeste rotsige landschap bij de waterval, het vele groen, de bergen en de riviermeertjes was werkelijk imponerend.
 
Trein Corte-Ajaccio
Natuurlijk werd het haasten om vanaf de camping de trein van 9.30 te halen, maar uiteindelijk waren we ruim op tijd bij het kleine station van Corte. Ook al omdat de trein een kwartier later arriveerde. Ik had gehoord en gelezen dat de treinrit van Corte naar Ajaccio, dwars door het onherbergzame binnenland van Corsica, een belevenis moest zijn. En ergens diep in mijn geheugen meende ik nog een fijne herinnering te hebben aan een eerdere keer dat ik deze tocht maakte.

Een beetje teleurstellend was het dat het geen gammel boemeltreintje betrof dat de bergen beklom, maar een redelijk moderne trein met airco en gesloten ramen. Maar de tocht zelf was erg mooi en bij vlagen spectaculair. Vanuit het grote raam van de trein keek je zo de diepte in. En de vergezichten waren ook hier weer indrukwekkend.

In Ajaccio was het even wennen aan de stadsdrukte, na de rust en de natuur van Corte. In alle heisa vergat ik mijn mobieltje op een terras waar we snel weer waren vertrokken vanwege de barse bediening. Een minuut of vijf was ik in de waan dat hij gestolen was (‘In de reisgids stond nog dat je goed op je spullen moest passen’, etc.)

De citadel was een stukje kleiner (en minder toegankelijk) dan eerdere exemplaren die we zagen. Maar de oude binnenstad was erg sfeervol, met tal van mooie straatjes en gezellige terrasjes.

Een ervan was ‘A Bona Parte’ (leuke naam), waar een sympathieke oudere man, met authentieke Corsicaanse muziek op de achtergrond, de paar mensen die op zijn terras pasten met een glimlach voorzag van een drankje en een hapje. En waarschijnlijk deed hij dat al wat jaartjes.

Over Bonaparte gesproken, op het Place Maréchal-Foch midden in de stad staat een vrij kolderiek beeld van Napoleon (geboren in Ajaccio) als Romeins consul. Hij lijkt op het beeld een stuk groter dan hij in werkelijkheid was (1.70 meter). De geschiedenis een andere draai geven begon toen (rond 1800) al.

De terugweg met de trein naar Corte verliep min of meer hetzelfde als de heenweg. Met dat verschil dat er nu wel ramen geopend waren en de heerlijke geur van maquiskruiden de treincoupé vulde.

Onderweg naar Porto-Vecchio
Een prachtige tocht was het door de bergen van Corte naar Porto-Vecchio. Aangezien ik achter het stuur zat en er verstandig aan deed om de vele kronkel- en haarspeldbochten in de gaten te houden (ook al gezien het onstuimige rijgedrag van de Corsicanen), heb ik niet alles meegekregen van wat er te zien was. Gelukkig zijn de foto’s van Klementina er nog.



Onderweg belandden we weer op zo’n sfeervol en lommerrijk terrasje, met een fijne bediening. Rond een uur of een in de middag werd er al uitgebreid gegourmet en wijn gedronken. Voor elke bestelling moest de eigenaar een behoorlijk hellende weg oversteken naar de keuken aan de overkant, voor de voorbijrazende automobilisten, motorrijders en wielrenners.

De plek op het terras beviel ons zo goed dat we niet meteen na de koffie opstapten, zoals eigenlijk de bedoeling was, maar eerst nog een bijzonder smakelijke lunch van omelet, gevuld met Corsicaanse kaas en munt, nuttigden.

Porto-Vecchio
Ook hier zitten we op een fijne plek, boven op een heuvel met mooi uitzicht op de zee en de bergen. Gisteravond was er vanaf ons balkon prachtig zicht op een ‘jonge, dunne maansikkel, met een heldere planeet Venus er vlak naast’ (dank je, AI!). Ook krijgen we elke avond een privé-concert van een enkele krekel. Toen die gisteravond opeens stopte met tsjirpen, maakten we ons een beetje zorgen. Wat kon er zijn voorgevallen? Gelukkig horen we hem nu weer als vanouds met zijn vleugeltjes wrijven. Het kan ook een ander zijn natuurlijk.

In de omgeving van Porto-Vecchio zijn vele mooie stranden. De een is wat makkelijker te bereiken dan de ander. Vanaf de weg is het vaak moeilijk te zien waar de paden lopen. Zo belandden we de eerste dag in de tuin van een privéwoning (in de VS zou je dan worden weggejaagd door een hond, of door het geweer van de bewoner), maar gisteren verdwaalden we zelfs bijna.



Twintig minuten lopen zou het zijn volgens Google Maps. Maar de maquis waardoor we ons aanvankelijk vrij moeiteloos een weg hadden gebaand, werd steeds stekeliger en ondoordringbaarder. Het uitzicht op het strand was prachtig, maar allemachtig, wat was het nog een eind naar beneden!

Van boven af gezien leek het alsof we nog een heel bos door moesten voordat we bij zee waren. En inderdaad: verkeerd gelopen. Stukje terug dus en vanaf daar ging het redelijk rap naar beneden. Een half uurtje later zagen de strandgasten desalniettemin twee tamelijk verwilderde en oververhitte mensen uit de struiken tevoorschijn komen.

Vervolgens was het natuurlijk wel weer heerlijk zwemmen en snorkelen. Het was even zoeken naar de vissen, maar dichtbij de rotsen zag ik veel moois voorbij zwemmen. Met de nieuw aangeschafte duikbril verliep dat veel prettiger dan met het zwembrilletje een dag eerder, toen mijn neus voortdurend volliep met water. Ik meende zelfs enkele paarden onder water te zien, maar dat kan ook de hitte zijn geweest.

Een paar vissen die ik ook voorbij zag komen, waren dorades. Een dag eerder hadden we bij de lokale Spar een exorbitante prijs betaald voor een paar eetbare exemplaren. Ons advies is dus: doe dat niet in de buurt van Porte Vecchio! Ook al zijn ze bereid met zout uit een van de étangs in de omgeving. De paella van diezelfde Spar is overigens wel zeer aan te raden (drie keer gegeten).

Opvallend in het winkelaanbod zijn de vele vitrines met messen, dolken, etc. Met name de toeristenwinkels lopen er mee te koop. Corsica heeft een verleden natuurlijk van opstand en verzet tegen indringers van buiten, met name de Genuezen (van de 13e tot de 18e eeuw was Corsica bezit van de Republiek Genua) en vervolgens Frankrijk, waartoe het eiland sinds 1811 officieel toe behoort. En beslist niet tot ieders goeddunken hier.

De neiging tot rebellie zie je niet alleen in de winkelvitrines. Veel Franse plaatsnaamborden hebben ook een Corsicaanse variant, her en der is er graffiti te zien met leuzen over rebellie en autonomie en er wordt veel Corsicaans gesproken (lijkt erg op het Italiaans). Het inheemse Corsicaans wordt door de Fransen overigens erkend als regionale taal. Maar blijkbaar broeit er nog wel het een en ander bij de Corsicanen.

Bonifacio
Voor de aloude, een beetje dommige uitspraak ‘Frankrijk is een mooi land, jammer dat er Fransen wonen’, zou je de variant kunnen bedenken: ‘Bonifacio is een mooie stad, jammer dat er toeristen bestaan.’ Even dommig inderdaad, ook al omdat we dat zelf ook zijn.

Maar feit is wel dat je in deze bijzondere stad, omgeven door kalksteenrotsen van soms wel zestig meter hoog waar de huisjes bijna vanaf lijken te kieperen, op sommige plekken bijna letterlijk over de mensen kunt lopen. Met name in de oude binnenstad, waar tal van mooie smalle straatjes worden ontsierd door busladingen toeristen. In slierten van twintig, dertig man sjokken ze achter elkaar aan. En ja, we doen er zelf aan mee. Maar toch net iets anders vind ik, niet zo massaal en luidruchtig.

Na het gekrioel in de smalle straatjes (met een bezoekje aan een shop met koraalsieraden) en de klim naar boven voor het prachtige uitzicht, was het dus wel tijd voor een rustgevend boottochtje langs de kalkrotsen. De kakelende Françaises achter ons konden de pret niet bederven: dit was mooi. Af en toe sloegen flinke golven over de boot. De Franse dames bleken net verkeerd te zitten, ze kregen een lading zeewater over zich heen.
 
Piscines de Cavu
Op een half uurtje rijden van Porte-Vecchio ontdekten we dit natuurparadijs. Of nou ja, ontdekten: uiteraard waren we niet de enige daar. Zeker niet bij al die mooie riviermeertjes. Hadden we er eindelijk eentje gevonden (ontdekt dus) waar we dachten alleen te zijn, lag er toch weer een Frans stelletje onder een boom te zonnebaden, of piepte er net weer een gezelschap achter een rots vandaan.

Wat ook opeens ons wandelpad kruiste, was een zwarte slang. Hij schoot opeens over het pad. Niet al te groot en vrij dun. Maar toch imposant genoeg om de vooroploper van dat moment enigszins de stuipen op het lijf te jagen. De geelgroene toornslag (die ook zwart kan zijn) zou het geweest kunnen zijn, zo luidde de conclusie na afloop. Volkomen ongevaarlijk ...

Maar goed, mooiere natuur dan deze is bijna niet denkbaar. We maakten een flinke tocht deze dag (ongeveer 13 km inclusief vele hoogtemeters), maar met flink wat fotomomentjes. Mijn met Corsicaanse lijm geplakte wandelschoen hield het net op de vele puntige rotsen en stenen. En had ik al gezegd dat het heerlijk zwemmen is in het kristalheldere, koele rivierwater? En dan vooral na gedane arbeid? Bij deze …
 
Stranden bij Porto-Vecchio
De laatste twee dagen van onze reis hebben we voornamelijk besteed aan zwemmen en luieren. En ook dat is geen straf in Corsica, want de stranden zijn hier prachtig, met het zeewater in alle kleuren blauw en de vele pijnbomen die de kuststrook opsieren. Het decor wordt vervolmaakt door de imposante bergtoppen op de achtergrond. Vanuit het water, dus zwemmend, heb je het mooiste zicht op dit alles. De keren dat ik een duikbril ophad, was het uitzicht ook zeer de moeite waard, maar dan een andere kant op.

Toen we op het rotsige Plage de Palombaggia waren, stond er een stevige wind en was de zee behoorlijk onstuimig, met flinke golven. Zo zie ik de zee eigenlijk het liefst: in beweging. Zwemmen is dan ook heel aangenaam vind ik, maar daar waren de meningen over verdeeld. Ook fijn aan een dagje strand (voornamelijk in de schaduw doorgebracht) is dat de laatste Mojo’s (Engels muziekblad) eindelijk eens doorgebladerd kunnen worden.

In Porto-Vecchio zelf kochten we nog een paar koraal-gerelateerde souvenirs (sieraden), aten we een typisch Corsicaans recept (Veau aux olives) en hoorden we tijdens het diner een mooi muziekoptreden aan de voet van de Eglise de Saint Jean Baptiste. Heel knap, de samenzang van deze jongemannen.

Onderweg in de auto hadden we al (via de radio en een Spotify-playlist) kennis genomen van de traditionele Corsicaanse muziek, die veelal meerstemmig is en gezongen wordt door mannen. Strijdlustig van toon, of juist heel melancholisch. Ook de twee jongens op het Piazza van Porte-Vecchio bleken goed onderlegd in dit genre. Onder het genot van een laatste Pietra biertje (aanrader!) een mooi afscheid van Corsica.
 
Bastia
Aangezien we pas in de avond terug zouden vliegen vanuit Bastia, waren er nog wat uren stuk te slaan. Het was een eindje rijden van het zuiden van Corsica naar het noorden, maar er resteerde nog genoeg tijd om Bastia te verkennen. Onderweg viel de eerste regen in drie weken tijd. Heel fijn, zo werd onze huurauto die onder het stof zat eens flink schoongespoeld. Jammer dat we het vuil aan de binnenkant vergeten waren …

Bastia is een interessante stad, na Ajaccio de grootste van Corsica. Het enige wat ik ervan wist, was dat Johnny Rep er ooit gevoetbald had en dat Bastia in 1978 (met Rep) de UEFA Cup-finale verloor van PSV. De havenstad heeft een wat rauw karakter en is een beetje vergelijkbaar met Genua. Niet zo gek, want ook hier deelden de Genuezen enige tijd de lakens uit.

De stad oogt best armoedig, maar ook authentiek en sfeervol, met een aantal mooie gebouwen. Het contrast tussen de jachten in de haven en de oude, vervallen huizen eromheen is wel groot. Er heerst een weldadige rust, veel toeristen zie je er niet lopen. Toen de regen echt losbarstte, bleek een kerk in de buurt van de citadel (en vervolgens een terras met parasols én goede koffie) een prima schuilplek. Totdat het echt losging en we in het mini-cafeetje bij het terras moesten schuilen.

Dat het hondenweer was, belette een hond in het café er niet van om hevig tegen te spartelen op het moment dat zijn baasje naar buiten wilde gaan. Die kon aan de riem trekken wat ze wilde, het beest had zijn hakken stevig in de houten vloer gezet. Pas toen het iets minder hard leek te regenen, liep hij schoorvoetend mee naar buiten.
 
Het een en ander bleek de opmaat tot een paar minder prettige, laatste uurtjes van ons verblijf op Corsica. Vanaf het moment dat we de huurauto terug wilden brengen tot aan de aankomst op het vliegveld. Daar ga ik verder niet te veel over uitweiden omdat het al met al geen enkele afbreuk deed aan onze geweldige reis.

In het kort: lange file, haperende gps, verkeerd rijden, kapotte rits van koffer, oplopende stress en, als klap op de vuurpijl, een schandalig hoge boete van het autoverhuurbedrijf omdat we vergeten waren om de auto ook van binnen te reinigen.

Maar deze ongelukkige voorvalletjes aan het eind van de reis gaan we ook snel vergeten. Het vliegtuig werd ruimschoots gehaald, de reis was prachtig. Corsica bleek nog even mooi als in mijn herinnering.

Meer lezen en bekijken kan hier: 
https://www.polarsteps.com/MachielCoehorst/28731550-l-ile-de-beaute?s=a6d74f52-c04d-4717-a8f6-7d56071bc2de

  

Geen opmerkingen:

Een reactie posten