dinsdag 27 oktober 2020

Schoolkinderen in Marokko krijgen een steuntje in de rug 


In een jeep vol met schooltassen rijdt de Utrechter Karim Boulidam (33) samen met zijn vriend Jamal (33) dwars door Marokko. Ongeveer 150 tassen per dag deelt het Utrechtse tweetal uit aan schoolkinderen. ‘We maken die kinderen superblij, ontlasten de ouders en helpen de lokale economie een handje.’


‘Wacht, ik zet de wagen even aan de kant.’ Het blijkt nog niet zo eenvoudig om rijdend over een onverharde weg in Marokko via een mobieltje zijn verhaal te doen. Vanuit Al Hoceima, een havenstad in het noorden van Marokko, is Karim onderweg naar het Atlasgebergte waar hij wederom een aantal kinderen hoopt te verblijden met een schooltas. Eerder deed hij dat al in de bergen nabij de kustplaats, waar hij bij zijn familie aanvankelijk vakantie aan het vieren was. 

Na een maand sloeg de verveling toe, zo vertelt hij. ‘Door de corona blijven de meeste Europese Marokkanen thuis, dus er was niet zo gek veel te beleven.’ Karim besloot zich nuttig te maken en kocht in een plaatselijke winkel twintig schooltassen. Met een vriend trok hij het Rifgebergte in waar hij de tassen uitdeelde aan schoolgaande kinderen. Hij poste een filmpje op Instagram en dat werd een groot succes. ‘Ik kreeg meteen superveel berichten van mensen die me wilden helpen en geld wilde doneren,’ vertelt Karim enthousiast. 

Spinvis verzint 

Erik de Jong gebruikte de lockdownperiode om alle details voor een nieuwe Spinvisplaat -7.6.9.6.- uit te werken. 'Ik zocht een albumtitel die nog vers was.'

Nadat hij maanden in de studio aan liedjes had gewerkt, trad Erik de Jong (1961) -zoals Spinvis volgens de burgelijke stand heet - onlangs voor het eerst weer op met zijn band. ‘Ja, het was lang geleden dat we nog eens met de hele band op het podium stonden,’ merkt De Jong op bij een kopje muntthee in het café Gegeven Paard bij TivoliVredenburg. Op een volkomen leeg strand van Vlieland speelde Spinvis voor een tv-uitzending over Into The Great Wide Open, op een bloedhete dag in augustus, een aantal oude en nieuwe liedjes. Het oogt bijna surrealistisch: de band in rokkostuum en met de meeuwen als enige toeschouwers. 

Ook aan Spinvis zijn de coronaperikelen niet voorbij gegaan. De band stond vlak voor de lockdown klaar om op te treden voor een uitverkochte zaal in Arnhem, toen de directeur zei: ‘Pak alles maar weer in.’ De rest van het verhaal is bekend. Een voordeel van de gedwongen rustpauze was dat De Jong in zijn studio in Nieuwegein in alle rust zijn nieuwe album af kon ronden. ‘Vanaf maart had ik niks meer te doen: de telefoon ging niet en er waren ook geen optredens. Voor de nieuwe plaat was dat eigenlijk heel goed. Ik had alle tijd om de details uit te werken.’

‘Het is een mythe dat je schrijven niet kunt leren’ 


Samen met dichter Ingmar Heytze en schrijver/performer Maud Vanhauwaert organiseert de Amersfoortse dichter Tjitske Jansen op 2, 3 en 4 oktober een workshop poëzie bij de Expeditie in Amersfoort. ‘Moed is het voornaamste talent dat je nodig hebt om dichter te kunnen zijn.’

Toch maar eerst even de corona. Hoe heeft zij de crisis ervaren? ‘Een week voor de lockdown heb ik al mijn werk afgezegd omdat ik overwerkt was. Als ik een weekje had gewacht, had niemand dat hoeven weten.’ Het is ironisch bedoeld natuurlijk. Jansen had een paar maanden nodig om bij te komen. Veel deed ze niet in die periode. Schrijven lukte nog net. 

In juli ging ze weer aan de slag en werkte ze vier weken bij Buitenkunst, waar kunstenaars in alle disciplines workshops geven in de buitenlucht. ‘Daar heb ik erg van genoten. Het prachtige weer, de inspirerende collega’s, de mooie locatie … En het besef dat het met een beetje pech ook niet door had kunnen gaan maakte me extra dankbaar. Tijdens het lesgeven kreeg ik vleugels en weer veel zin om zelf cursussen te organiseren.’

Jansen bracht tot nog toe drie bundels uit met een combinatie van poëzie, proza en theater. Ze treedt ook regelmatig op bij culturele festivals en onderwijst middelbare scholieren in het lezen en schrijven van gedichten. Ook gaf ze les op schrijfopleidingen. ‘Maar dat betaalde zo slecht dat ik besloot om zelf schrijf- en poëziecursussen te gaan organiseren.’

De verbindende kracht van muziek


Catching Cultures Orchestra is een muzikaal project dat de muziek van vluchtelingen combineert met Westerse jazz en fanfare. Het 25-koppige gezelschap bestaat uit blazers en zangers, en uit bespelers van Arabische instrumenten als de sas, ney, ud en darbuka.

Op een terras in het Griftpark sprak de NUK met oprichter Roelof Wittink en de Syrische sas-speler Dalshad Hasan over dit bijzondere project. Wittink is niet alleen zakelijk leider bij Catching Cultures, maar speelt ook sousafoon, piano en accordeon. Ook is hij lid van het Utrechtse blaasorkest Tegenwind.

Wat is het idee achter Catching Cultures Orchestra?
‘We willen laten zien dat muziek de kracht heeft om mensen bij elkaar te brengen en te verbinden. Het is natuurlijk leuk om groepsgewijs muziek te maken, maar om goed samen te kunnen spelen moet je goed naar elkaar luisteren. Zo leer je van elkaar en leer je elkaar beter kennen. Catching Cultures Orchestra is een gemeenschap van mensen die samen plezier hebben, en om elkaar geven. Dat is best bijzonder. Muziek krijgt zo nieuwe dimensies waar iedereen iets uit kan halen.’

Vrijplaats voor bands 


Vierde dB’s vorig jaar nog zijn 25-jarig bestaan, nu is het nog maar de vraag of de oefenstudio in de Cartesiusdriehoek kan blijven. De komende jaren verrijst daar namelijk een groen woon-, werk- en leefgebied met drieduizend nieuwe woningen. Een deel daarvan wordt gebouwd boven op het monumentale CAB-gebouw waarin dB’s zetelt.


Talloze bekende en minder bekende Utrechtse bands hebben er gerepeteerd in een van zeventien oefenruimtes, opgetreden in de concertzaal of een album opgenomen in Studio Moskou. Wat betekent het verdwijnen van dB’s voor de lokale muziekscene? Een gesprek met drie mensen die nauw bij de studio’s betrokken zijn. ‘dB’s is een kloppend hart voor popmuziek in Utrecht. En zonder kloppend hart stroomt er geen bloed door de stad.’ 

maandag 14 september 2020

 ‘Als het mag zoals het nu gaat, zing ik het wel uit.’ 

Vanaf 9 september is Herman van Veen te zien in de theaters met de voorstelling: ‘75 ‘Dat kun je wel zien dat is hij’. De muzikant/schrijver/schilder denkt in deze onzekere tijd niet aan stoppen. ‘’Ik ben nu een jong iemand met 75 jaar ervaring.’ 

Foto: ANP
Op 14 maart vierde Herman van Veen zijn 75ste verjaardag, precies rond het tijdstip dat het coronavirus serieuze vormen aannam. Hij zag zich gedwongen om zestig voorstellingen te verplaatsen. Over die periode zegt hij nu, zes maanden later: ‘Het is vooral het ongewisse dat het lastig maakt. Het ontbreken van een duidelijk perspectief. Naast mijn theaterwerk run ik samen met Edith Leerkes een kunstencentrum op Landgoed De Paltz in Soest. Ongeveer 25 mensen zijn hier economisch afhankelijk van. Wij hebben nogal moeten aanpoten. 

‘Uw nieuwe voorstelling is getiteld: 75 ‘Dat kun je wel zien dat is hij’.
Wat zijn uw ambities op uw 75e?
‘Overeind blijven en genieten van wat er kan, met de mensen die ik liefheb.’

Verwijst de titel van de show ook naar het kinderlijke dat nooit verloren mag gaan?
‘Ja, dat klopt wel. Tevens refereert het aan mijn opgetogen gezicht vanwege het feit dat ik er nog ben.’

Wat wilt u vertellen met deze voorstelling?
‘Dramaturgisch functioneert het als een dagboek, in de vorm van een tijdreis. Het laveert tussen wat was, is en wellicht kan komen, met oud en nieuw werk door elkaar. Er is veel muziek uiteraard en veel om te lachen ook. Elke avond wordt een beetje anders.’

woensdag 9 september 2020

Vliegende Hollander is een opera over hoogmoed en eeuwig leven


Van 19 augustus t/m 13 september is de opera Vliegende Hollander te zien in de Veerensmederij in Amersfoort. In een aangepaste setting uiteraard, maar het gezelschap van Holland Opera mag eindelijk weer het podium op.

‘This fall suits you best,’ roept regisseur Joke Hoolboom. Over een kleine drie weken is de try out van Vliegende Hollander en God en de Duivel repeteren een scene. Het blijkt nog geen sinecure om de Canadese sopraan Stephanie Desjardins (God) comfortabel en geloofwaardig te laten vallen op het houten podium na een ruwe ingreep van de duivel, gespeeld door bariton Arnout Lems. ‘Het gaat nu om de details. Fysiek moet alles kloppen,’ vertelt Hoolboom na afloop van de repetitie in de foyer. 

De regisseuse is verheugd om, na een maandenlange pauze, weer op te kunnen treden. ‘Ook Holland Opera is hard geraakt door de coronacrisis. Het Zwanenmeer is afgezegd, net als Ruimtevlucht en Dido. En in de Werkspoorkathedraal in Utrecht zouden we een opera op locatie doen, Divorce of Figaro, maar die ging ook niet door. Dit is voor ons de eerste keer weer. We hebben er heel veel zin in!’