donderdag 10 augustus 2023

Amber Arcades: Bluegrass en wildplukken


Singer-songwriter Annelotte de Graaf staat met Amber Arcades voor de eerste keer op Lowlands. Uiteraard kijkt ze daar erg naar uit, maar: ‘Wij gaan geen gekke dingen doen.’

Je zou het niet meteen verwachten: zangeres en liedjesschrijver Annelotte de Graaf, die onder de naam Amber Arcades een drietal albums uitbracht met experimentele dreampop, begon met muziek maken door het spelen van bluegrass. ‘Toen ik in Philadelphia studeerde, wilde ik iets doen met die Amerikaanse muziek. Dus ik kocht een mandoline en ben, zonder enige ambitie, met een stel vrienden in een park gaan spelen. Met het geld dat we verdienden, gingen we ‘s avonds barbecueën.’

En nu staat De Graaf met haar band (vernoemd naar een sprookjesverhaal van Godfried Bomans) voor de eerste keer op Lowlands. ‘We hebben al veel leuke dingen gedaan, zoals Down the Rabbit Hole, Best Kept Secret, Into The Great Wide Open en, niet te vergeten Glastonbury, maar Lowlands is wel een dingetje hoor.’ Al was het voor de zangeres geen must om ooit gespeeld te hebben op het festival in Biddinghuizen. ‘Ik was er nooit zo mee bezig eerlijk gezegd en zag het ook dit jaar niet aankomen. Maar het is wel cool natuurlijk!’

Jonge Utrechtse saxofonist speelt op straat én in bigband 


Mink Jaspers (13) uit Utrecht won onlangs de aanmoedigingsprijs van het Koninklijk Concertgebouw Concours. Dat hij koos voor de saxofoon als instrument, is min of meer toevallig. Nu speelt hij in een bigband en na de zomer gaat Mink naar de vooropleiding van het conservatorium.


De aanmoedigingsprijs bestond uit een privé masterclass. ‘Ik mocht zelf een professionele muzikant uitkiezen die mij een uur les gaat geven. Dat is saxofonist Mete Erker gworden. Van hem ga ik superveel leren!’ Heeft Mink een vermoeden waarom juist hij de onderscheiding kreeg? ‘Ik deed iets wat anderen niet deden: improviseren op een jazzstuk. De overige deelnemers speelden vooral klassieke stukken.’

Foto: Angeliek de Jonge
Waarom heb je ervoor gekozen om saxofoon te aan spelen?

‘Ik ben begonnen toen ik zeven jaar was. Eigenlijk wilde ik drummer worden, maar tijdens de open dag van de muziekschool zat het drumlokaal helemaal vol. Daar kon ik dus niet meer bij. Toen ik langs het saxofoonlokaal liep, kreeg ik een saxofoon in mijn handen gedrukt. Ik vond de kleur heel mooi en ik kreeg er gelijk geluid uit. Dat vond ik zo vet dat ik saxofoon ben blijven spelen.’

Kampong: Het begin van de opmars


Bart Jan Bekooij schreef een alleraardigst boek over het kampioensjaar van Kampong in 1962/1963, toen zijn vader in het eerste speelde: ‘Kampong 1 Voetbal. Het begin van de opmars!’. De NUK sprak met de auteur.


Het voetbalseizoen 1962/1963 betekende voor voetbalclub Kampong een afrekening met het verleden, waarin amateurisme en geploeter in de marge hoogtij vierden. Twee spelers van het team dat die jaargang kampioen werd en promoveerde naar de eerste klasse, rechtsback Bob Bekooij en rechtsbuiten Charles Tetteroo, hebben dat succesvolle jaar vastgelegd in gedetailleerde statistieken, leuke tekeningen en amusante wedstrijdverslagen. Bart Jan Bekooij, de zoon van Bob, kwam het werk van beide voormalig Kampongspelers op het spoor en maakte er een fijn voetbalboek van. Het boek is niet alleen een adequate, bij vlagen hilarische reconstructie van een cruciaal seizoen voor de Utrechtse voetbalclub, maar het geeft ook een mooi tijdsbeeld van een sportvereniging begin jaren 60.

Goede timing om dit boek nu uit te brengen. Kampong promoveerde het afgelopen seizoen opnieuw …

‘Ja, maar dat is toeval hoor. Het komt wel goed uit natuurlijk. Afgelopen woensdag was er een vrijwilligersbarbecue bij Kampong en Hans Créton (die heel belangrijk was voor het kampioenschap in 62/63, maar hierover later meer) deed ook een woordje. Hij is 88 jaar intussen, maar nog messcherp. Hij trok een parallel tussen het kampioenschap van toen met dat van afgelopen seizoen. ‘Van krantenjongen tot krantenmagnaat,’ zo omschreef hij het. In 1962 stond Kampong nog volstrekt amateuristisch en onbeholpen in het voetballeven. Inmiddels is de club uitgegroeid tot een volwassen derde divisionist.’

Grease Lightnin'

De film Grease deed 45 jaar geleden menig tienerhart sneller kloppen. Maar ook de gelijknamige Broadwaymusical, nu te zien in de stadsschouwburg, blijkt een echte kaskraker. Wat is toch de magie van Grease? Redacteur Machiel Coehorst, als kind groot fan, ging op zoek naar het antwoord.

Vorige maand maakte ik een reis door Mexico. In een bar in een verre uithoek van het land schalde het opeens door de speakers: het nummer Grease van Franki Valli, de titelsong van de gelijknamige filmmusical. Meteen werd ik teruggeworpen naar 1978, naar de tienjarige versie van mijzelf. In één klap idolaat was ik destijds, van de film en van de hoofdrolspelers. Maar waarom eigenlijk?

Mijn helden
Eenmaal terug in Nederland besluit ik op zoek te gaan naar de buttons, stickers en posters van 45 jaar geleden. Toen bezat ik namelijk een grote verzameling Grease-parafernalia. Stickers met mijn helden kon je in setjes van vijf kopen bij de drogist, buttons maakte ik zelf door een foto van John of Olivia over een badge van Unicef te plakken. Ik zoek tevergeefs – blijkbaar heeft mijn collectie van toen mijn laatste verhuizing niet overleefd. Wat ik wel vind: een oude schoolagenda, jaargang 1978/1979, gekregen van mijn oudere zus. Zij zat al een paar jaar op de middelbare school in de stad, maakte zelf uiteraard geen gebruik van die suffe, gratis schoolagenda, maar schafte een hip exemplaar aan. Het suffe exemplaar ging naar mij.

Theatermaker Greg Nottrot wil geld zien


Wat te doen met overtollig kapitaal? In de voorstelling Goed goud geld van NUT zoekt theatermaker Greg Nottrot uit in hoeverre hij een bijdrage kan leveren aan het veranderen van het geldsysteem. Want dat moet op de schop, vindt hij.

De tiende zomervoorstelling van NUT vormt de opmaat voor een grote theatervoorstelling die Nottrot in 2025 wil organiseren. Theatermakers, vermogenden, politici en wetenschappers zullen dan samenkomen om te broeden op een alternatief plan voor het huidige geldsysteem. Hiervoor heeft Nottrot veel geld nodig: een half miljoen euro om precies te zijn. In Goed goud geld vraagt hij het publiek om giften.

Hoe ga je dat aanpakken?

‘Ik begin de voorstelling met: ‘Lieve mensen, leuk dat jullie er allemaal zijn. Mijn naam is Greg. Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen. Ik wil geld van jullie, veel geld. En dit is geen grap!’ Soms geeft niemand iets als ik dit vraag, een andere keer krijg ik meteen vijftig euro. Dat kan ongemakkelijke situaties opleveren als de ene persoon wel iets kan missen en de andere niet. Dat ongemak zoek ik ook op. De kunst is vervolgens om het toch nog gezellig te krijgen in de rest van de voorstelling.’

Gaat dB’s het redden? ‘Het moet!’


dB’s zit in zwaar weer. De verhuizing naar de Vlampijpstraat leek rond te zijn, maar op die plek is nog niks gebouwd. En in november moet dB’s het CAB gebouw aan de Cartesiusweg verlaten. De NUK sprak met Johan Gijsen, Pepijn Zwanenberg, Maurits Westerik en Mart van Lier over de penibele situatie van de Utrechtse culturele broedplaats.

Johan Gijsen (voormalig organisator LGW)

‘dB’s is een belangrijke schakel in de Utrechtse muziekketen. Als je die weghaalt, stort alles in. Voor veel bands en artiesten begint het hier. Het is een essentiële plek met oefenruimtes en een concertpodium met een onderscheidend internationaal programma waarvoor verder in Utrecht geen plek is. Dat zou dan allemaal verdwijnen en dat mag niet gebeuren!

Foto: Han Ernest
Nog los van wat dB’s muzikaal oplevert, denk aan de Kensingtons en de John Coffeys: het is ook de plek waar creatievelingen zich op een laagdrempelige manier kunnen ontwikkelen. Veel jonge mensen ontdekken zichzelf bij dB’s. Het is een ontmoetingsplek waar je volwassen kunt worden, muzikaal én sociaal. En het is ook een thuis voor veel muzikanten. Zelfs voor Kensington. Als zij met een grote touringcar op tournee gaan, starten ze bij dB’s. Daar kunnen ze hun bus kwijt en voelen ze zich thuis.

DJ St. Paul: Al 25 jaar een missionaris


De clubavond Pop-O-Matic bestaat 25 jaar. DJ St. Paul (Paul Nederveen) staat al vanaf het begin aan het roer, samen met de vj Switchdoctor. Tot een paar jaar geleden was het wekelijks feest in Tivoli/TivoliVredenburg, nu is dat nog een keer per maand in de Ronda. Samen met De NUK blikt dj St. Paul terug op 25 jaar Pop-O-Matic.


Hoe verklaar je het jarenlange succes van Pop-O-Matic?

‘In een tijd waarin alles heel snel gaat, is het fijn om ankerpunten te hebben. Door de jaren heen heeft deze avond een vertrouwde positie verworven binnen het Utrechtse nachtleven. Dat komt voor een groot deel door de flexibele, brede formule van de avond, met aandacht voor veel genres. Pop-O-Matic is enerzijds niet gebonden aan hypes en anderzijds aan sentiment. Daardoor is het makkelijk om in te blijven spelen op de popculturele tijdsgeest. Vanaf het begin zijn er de vertrouwde elementen: ik als dj, de vaste vj en Tivoli als host. Zo krijgt deze avond een eigen karakter, een handtekening. Pop-O-Matic is vertrouwd door de makers en flexibel door de formule.’