Dichter Alexis de Roode probeert het kwaad te begrijpen
'Een steen openvouwen' is de titel van de vierde dichtbundel van de Utrechtse dichter Alexis de Roode." 16 september treedt De Roode op tijdens de Nacht van de Poëzie.
Daar kijk je zeker erg naar uit?
"Het is de derde keer voor mij, maar het blijft een hele eer. Na zes jaar heb ik eindelijk mijn vierde bundel klaar, en die is kennelijk in goede aarde gevallen. Ik ben al druk aan het denken over wat ik zal gaan voorlezen. Je hebt maar zeven minuten, daarin moet het gebeuren."
Wat maakt de Nacht van de Poëzie voor jou zo bijzonder?
"Jarenlang was het een droom voor mij om daar te staan. In 1998 bezocht ik voor het eerst 'De Nacht' als bezoeker. Om de een of andere onlogische reden had ik het gevoel: hier ben ik dan. Ik dacht: jullie kennen mij nu nog niet, maar ik ben er. Ik had toen nog geen gedicht gepubliceerd of zelfs maar voorgelezen, en was pas sinds kort serieus met poëzie bezig. Ik weet nog dat ik een Escher-stropdas droeg."
En toen werd je zelf gevraagd om er voor te dragen … "Negen jaar later ja. Het duurde tot 2005 voor ik debuteerde met mijn eerste bundel. In 2006 werd ik helaas niet uitgenodigd, maar in 2007 wel. Dat had ik te danken aan een nominatie voor de Buddingh'-prijs. Alle genomineerden mochten toen optreden in de Nacht. Ik moest als laatste dichter het podium op, tegen 4 uur 's ochtends, en bracht toen een dichterlijke ode aan de zon."
Een belangrijk thema van je laatste bundel is goed versus kwaad. Wanneer is die fascinatie ontstaan?
"Dat is pas laat gebeurd. Vroeger was ik helemaal niet geïnteresseerd in de realiteit, in nieuws en politiek. Ik was meer geneigd om boven het aardoppervlak te zweven en was vooral met de fantasiewereld bezig. Maar met het vorderen van de jaren kreeg ik meer interesse voor de wereld om me heen. Ik ging me afvragen: "Wat is een goed leven en hoe relatief is dat? Is er een absoluut goed en een absoluut kwaad? En wat is het ergste kwaad?"




