750 jaar Oudaen
Stadskasteel Oudaen bestaat 750 jaar en is daarmee een van de oudste gebouwen van Utrecht. Tegenwoordig is het een chique grand café, maar lang geleden lag het nog onder vuur van de Spanjaarden.
In de jaren tachtig van de vorige eeuw was het nog maar de vraag of het markante stadskasteel aan de Oudegracht behouden kon blijven. Het stond al jaren leeg en was in verregaande staat van verval. Gelukkig nam gemeente Utrecht op dat moment het initiatief om een stichting op te zetten ‘ter instandhouding en restauratie van het pand’, Stichting Oudaen. De kosten van het herstel en behoud moesten komen uit de opbrengst van de exploitatie, want Oudaen kreeg een ‘sociaal/culturele bestemming, ten behoeve van de Utrechtse gemeenschap’. Het Rijk, de Provincie Utrecht en de Ridderlijke Duitse Orde droegen eveneens bij.
Voormalig wethouder van gemeente Utrecht Ger Mik is vanaf 1994 bestuurslid van Stichting Oudaen. In de statige bovenzaal vertelt hij met graagte over de bewogen geschiedenis van het gebouw. ‘Toen het stadskasteel eind dertiende eeuw door de vermogende familie Zoudenbalch gebouwd werd, stonden er voornamelijk nog houten huizen met rieten daken aan de Oudegracht. Door zoiets te bouwen, liet je zien hoe rijk en machtig je was. Het had wel iets protserigs ja.’
Het pand aan de Oudegracht mocht dan wel de allure hebben van een stadskasteel, die functie had het niet. De grote zalen werden vooral gebruikt voor feesten en partijen. Mik: ‘Door de kantelen zag het er uit als een verdedigingskasteel, maar dat was het niet. De ridderzaal zat namelijk op de begane grond. In een echt kasteel zou die op de eerste verdieping zijn geweest, zodat soldaten eerst een trap op moesten rennen.’
Na het vertrek van de familie Zoudenbalch kwam het stadkasteel in handen van een aantal andere gefortuneerden. Door de intrek van de familie Houdaen in 1523 kreeg het zijn huidige naam.
Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1848) had Oudaen het zwaar te verduren. De Spanjaarden beschoten het gebouw vanuit hun vestiging op Vredenburg. Mik: ‘Dat heeft een paar weken geduurd. Een aantal kogels zijn als herinnering in de voor- en achtergevel ingemetseld.’ Uiteindelijk trokken de Spanjaarden zich terug en werd kasteel Vredenburg afgebroken, o.l.v. de Utrechtse verzetsheldin Trijn van Leemput.
Door de beschietingen was Oudaen flink beschadigd, maar het kon wel behouden blijven. Halverwege de achttiende eeuw verkocht de toenmalige eigenaar het pand voor 16.000 gulden aan de Nederduitse Hervormde Gemeente. Het kreeg de functie van ‘oude mannen- en vrouwenhuis’, bestemd voor arme mannen en vrouwen van 50 jaar (!) en ouder. ‘Mannen en vrouwen sliepen gescheiden van elkaar, behalve als ze getrouwd waren. Dat was best modern in die tijd,’ vertelt Mik.
Oudere Utrechters leidden er een sober bestaan, maar de omstandigheden waren er beter dan wanneer ze aan hun lot waren overgelaten. Ongeveer tweehonderd jaar, tot in de jaren zestig van de vorige eeuw, deed Oudaen dienst als bejaardentehuis.
Daarna diende Oudaen nog als onderkomen voor een winkelcentrum en studentenvereniging Veritas. Omdat Veritas de noodzakelijke restauratie niet kon financieren, werd het pand verkocht aan Het Utrechtse Monumentenfonds. Wat volgde was een jarenlange leegstand en verwaarlozing, totdat de Stichting Oudaen zich in 1984 ontfermde over het stadskasteel.
Niet alleen het Beleg van Vredenburg was een markeerpunt in de geschiedenis van Oudaen, ook de Vrede van Utrecht (1713). In het restaurant op de begane grond hangt een schilderij ter ere van deze historische gebeurtenis, die het einde markeerde van de Spaanse successieoorlog.
Tijdens de Vrede van Utrecht kwamen vertegenwoordigers van Europese landen naar de Domstad om afspraken te maken over vrede. ‘De Franse afgevaardigde, Melchior de Polignac had domicilie in Oudaen. Op het schilderij dat boven de schouw hangt, zitten alle onderhandelaars samen aan een zinnebeeldige tafel.’ In 2013 werd het schilderij officieel onthuld in het bijzijn van diplomaten uit de betreffende Europese landen.
Het 750-jarig bestaan van Oudaen wordt uiteraard groots gevierd. Er zijn rondleidingen, lezingen en diners met middeleeuws eten ‘waarbij acteurs tussen de gangen door de geschiedenis verbeelden’. Ook komt er een jubileumbier (‘blond en donker’), gefabriceerd in de brouwerij van Oudaen.
Volgens Mik kan Oudaen best wat extra aandacht gebruiken. ‘Oudaen is een van de belangrijkste monumenten van Utrecht en Nederland: er zijn weinig voorbeelden van bewaard gebleven stadskastelen die zo hun uiterlijk hebben weten te behouden, en dat al 750 jaar. Het is waard om gevierd te worden!’
Het pand aan de Oudegracht mocht dan wel de allure hebben van een stadskasteel, die functie had het niet. De grote zalen werden vooral gebruikt voor feesten en partijen. Mik: ‘Door de kantelen zag het er uit als een verdedigingskasteel, maar dat was het niet. De ridderzaal zat namelijk op de begane grond. In een echt kasteel zou die op de eerste verdieping zijn geweest, zodat soldaten eerst een trap op moesten rennen.’
Na het vertrek van de familie Zoudenbalch kwam het stadkasteel in handen van een aantal andere gefortuneerden. Door de intrek van de familie Houdaen in 1523 kreeg het zijn huidige naam.
Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1848) had Oudaen het zwaar te verduren. De Spanjaarden beschoten het gebouw vanuit hun vestiging op Vredenburg. Mik: ‘Dat heeft een paar weken geduurd. Een aantal kogels zijn als herinnering in de voor- en achtergevel ingemetseld.’ Uiteindelijk trokken de Spanjaarden zich terug en werd kasteel Vredenburg afgebroken, o.l.v. de Utrechtse verzetsheldin Trijn van Leemput.
Door de beschietingen was Oudaen flink beschadigd, maar het kon wel behouden blijven. Halverwege de achttiende eeuw verkocht de toenmalige eigenaar het pand voor 16.000 gulden aan de Nederduitse Hervormde Gemeente. Het kreeg de functie van ‘oude mannen- en vrouwenhuis’, bestemd voor arme mannen en vrouwen van 50 jaar (!) en ouder. ‘Mannen en vrouwen sliepen gescheiden van elkaar, behalve als ze getrouwd waren. Dat was best modern in die tijd,’ vertelt Mik.
Oudere Utrechters leidden er een sober bestaan, maar de omstandigheden waren er beter dan wanneer ze aan hun lot waren overgelaten. Ongeveer tweehonderd jaar, tot in de jaren zestig van de vorige eeuw, deed Oudaen dienst als bejaardentehuis.
Daarna diende Oudaen nog als onderkomen voor een winkelcentrum en studentenvereniging Veritas. Omdat Veritas de noodzakelijke restauratie niet kon financieren, werd het pand verkocht aan Het Utrechtse Monumentenfonds. Wat volgde was een jarenlange leegstand en verwaarlozing, totdat de Stichting Oudaen zich in 1984 ontfermde over het stadskasteel.
Niet alleen het Beleg van Vredenburg was een markeerpunt in de geschiedenis van Oudaen, ook de Vrede van Utrecht (1713). In het restaurant op de begane grond hangt een schilderij ter ere van deze historische gebeurtenis, die het einde markeerde van de Spaanse successieoorlog.
Tijdens de Vrede van Utrecht kwamen vertegenwoordigers van Europese landen naar de Domstad om afspraken te maken over vrede. ‘De Franse afgevaardigde, Melchior de Polignac had domicilie in Oudaen. Op het schilderij dat boven de schouw hangt, zitten alle onderhandelaars samen aan een zinnebeeldige tafel.’ In 2013 werd het schilderij officieel onthuld in het bijzijn van diplomaten uit de betreffende Europese landen.
Het 750-jarig bestaan van Oudaen wordt uiteraard groots gevierd. Er zijn rondleidingen, lezingen en diners met middeleeuws eten ‘waarbij acteurs tussen de gangen door de geschiedenis verbeelden’. Ook komt er een jubileumbier (‘blond en donker’), gefabriceerd in de brouwerij van Oudaen.
Volgens Mik kan Oudaen best wat extra aandacht gebruiken. ‘Oudaen is een van de belangrijkste monumenten van Utrecht en Nederland: er zijn weinig voorbeelden van bewaard gebleven stadskastelen die zo hun uiterlijk hebben weten te behouden, en dat al 750 jaar. Het is waard om gevierd te worden!’
Eerdere publicatie in AD Utrechts Nieuwsblad

Geen opmerkingen:
Een reactie posten