dinsdag 17 oktober 2017

"Een boek kan prima zonder film"
Arnon Grunberg over zijn tweede liefde: de cinema


Als tiener had hij de droom om acteur te worden, maar Arnon Grunberg werd een succesvol romanschrijver. De passie voor de cinema is echter gebleven, zo bewijst ook zijn rol als 'Blikverruimer' (gastprogrammeur) bij het NFF in Utrecht.

Zelf is hij de eerste om zijn rol als gastcurator bij het NFF te relativeren: "Mijn bijdrage
is slechts symbolisch, het gaat natuurlijk om de films. Het gedoe eromheen is hooguit een manier om aandacht voor films te krijgen. Daar moet je redelijk nuchter over blijven."

23 september zal Arnon Grunberg aanwezig zijn in Pathé Rembrandt bij de première van de nieuwste film van Michael Haneke, Happy End. "Haneke is een van mijn favoriete regisseurs. Hij onderzoekt de menselijke wreedheid, zonder zich te laten verleiden tot de makkelijkste reflex: afkeuring. Haneke neemt het perspectief van daders én slachtoffers in en alles wat er tussenin zit." Grunberg heeft de nieuwe film van de Oostenrijkse filmmaker, die veelbesproken films regisseerde als 'Amour', 'Funny Games' en 'La Pianiste', zelf nog niet gezien. "Van sommige regisseurs kun je ongezien iets laten zien."

Maar de schrijver is ook liefhebber van de films van Charlie Chaplin, Martin Scorsese, Roman Polanski en Stanley Kubrick. Filmmakers met een gemeenschappelijk kenmerk: hun wereldbeeld. "Al deze regisseurs kijken naar de wereld op een manier die ik herken. Ongenadig, maar met humor. Ook leren ze mij iets over mijzelf, de wereld en andere mensen."

Utrechtse rockband met fijn gevoel voor de 'groove'


23 september presenteert My Blue Van haar derde album in De Helling. Samen met producent Simon Akkermans werd gezocht naar een iets ander geluid.

"Aanvankelijk noemden we onszelf een bluesrockband, maar dat zijn we eigenlijk nooit geweest. We laten ons niet leiden door genres," vertelt drummer Dennis Wechgelaar. Samen met Bas Beenackers (gitaar en zang) en Johan van Bussel (bas) vormt hij de Utrechtse band My Blue Van. Het trio is muzikaal gezien niet zo eenvoudig in een hokje te plaatsen, en laveert ergens tussen blues, soul en alternatieve rock. Wel met één constante: een fijne groove.

Wechgelaar: "Die groove komt toch vooral door mij. Bas vaart daar lekker in mee." In de jaren 90 luisterde Wechgelaar veel naar metalbands als Korn en Limb Bizkit, want: "die speelden ook heel ritmisch in een hard genre." Over andere inspiratiebronnen van My Blue Van wil hij verder niet veel kwijt. "We zijn allemaal breed georiënteerd, van jazz en hiphop tot wereldmuziek. Het is nooit vooraf ons plan geweest om een bepaald soort muziek te maken." En best verrassend: "Bas luistert zelfs nauwelijks naar muziek, hij wil zich niet teveel laten inspireren door anderen."

Bas is zanger, gitarist en tekstschrijver Bas Beenackers, die met zijn soulvolle stem en prima gitaarspel een belangrijke factor is binnen de band. Het klikte vanaf het begin tussen beiden. Wechgelaar: "Met Bas had ik meteen een connectie: we wisten precies waar we samen muzikaal gezien naar toe wilden. Dat had ik nog nooit zo gehad met een andere muzikant." Over diens gitaarspel is hij lovend: "Bas speelt heel ritmisch en ongepolijst. Soms laat hij het ook nog eens lekker vunzig klinken."

maandag 18 september 2017

Schrijfster Lisa Weeda gaat op zoek naar haar Russische roots


Om inspiratie op te doen voor haar debuutroman gaat Liza Weeda drie jaar op reis door het voormalige Sovjet Unie. Een groot deel van haar familie woont er nog steeds.

In mei dit jaar tekende de Utrechtse schrijfster een contract bij uitgeverij de Bezige Bij. "Dat is wel echt geweldig ja. En er waren ook nog vier andere uitgevers geïnteresseerd," vertelt ze niet zonder trots. Over vier jaar moet haar eerste roman klaar zijn. Ter inspiratie reist ze, vanaf oktober, drie jaar door de voormalige Sovjet-republieken. Tussendoor geeft ze ook nog les aan de Kunstacademie ArtEZ en de Rockacademy in Tilburg, dus Weeda pendelt op en neer tussen de voormalige Sovjet Unie en Nederland: ze bezoekt steeds een land en keert dan weer terug.

Of haar boek fictie of non-fictie zal worden, dat is nog even ongewis. Een overkoepelend thema heeft Weeda wel al in gedachten: "Ik ga mensen de volgende vraag stellen: "Stel dat je een museum zou mogen inrichten, met aan de ene kant alles wat goed was aan de voormalige Sovjet Unie, en aan de andere kant alles wat slecht was, wat zet je dan waar neer?" Op basis van de antwoorden van de geïnterviewden en de overige reiservaringen construeert Weeda haar verhaal.

Bevroren tenen en een nieuwe liefde


Na een monstertocht van 55.000 kilometer -per fiets- arriveerde Rick Creemers op 2 september weer in zijn thuisstad Utrecht.


"Ik dacht dat er een man of dertig zouden staan bij de Dom, maar het waren er zo'n tweehonderd schat ik. Pure waanzin!" Creemers is nog vol van de grootse ontvangst bij zijn terugkomst in Utrecht. "Ik voel me een hele normale jongen hoor, en doe gewoon wat ik leuk vind." Hoe kijkt deze 'normale jongen' terug op zijn fietsreis rond de wereld? "Al met al viel het me toch tegen. Gaandeweg werd het steeds zwaarder." 

Maar er is ook veel om met voldoening op terug te kijken. "In de Andes, in Peru, ben ik een berg van 4872 meter omhoog gefietst. Dat is bijna vijf kilometer hoog, weet je!", vertelt hij enthousiast. Moeiteloos somt hij nog een lijstje op met onvergetelijke ervaringen: "De outpack in Australië waar het zaadje van deze reis ooit is geplant, de Golden Gate Bridge in San Fransisco, Hawaï, Alaska. Het kost me nog moeite om te beseffen wat ik allemaal gedaan heb, maar ik ben wel supertrots!"

Het merendeel van zijn beoogde reisdoelen heeft hij bereikt. "Maar voor de Himalaya, Mongolië, Siberië en de Noordpool was het te gevaarlijk, of het seizoen was niet geschikt." Waar het seizoen ook niet goed voor was: de woestijn van Oezbekistan. Het was er koud, erg koud. -32 graden om precies te zijn. "Daar heb ik een grote fout gemaakt." De Siberische winden arriveerden er twee maanden eerder dan gepland, maar Creemers besloot er toch zijn tent op te slaan.

Dichter Alexis de Roode probeert het kwaad te begrijpen


'Een steen openvouwen' is de titel van de vierde dichtbundel van de Utrechtse dichter Alexis de Roode." 16 september treedt De Roode op tijdens de Nacht van de Poëzie.

Daar kijk je zeker erg naar uit?
"Het is de derde keer voor mij, maar het blijft een hele eer. Na zes jaar heb ik eindelijk mijn vierde bundel klaar, en die is kennelijk in goede aarde gevallen. Ik ben al druk aan het denken over wat ik zal gaan voorlezen. Je hebt maar zeven minuten, daarin moet het gebeuren."

Wat maakt de Nacht van de Poëzie voor jou zo bijzonder?
"Jarenlang was het een droom voor mij om daar te staan. In 1998 bezocht ik voor het eerst 'De Nacht' als bezoeker. Om de een of andere onlogische reden had ik het gevoel: hier ben ik dan. Ik dacht: jullie kennen mij nu nog niet, maar ik ben er. Ik had toen nog geen gedicht gepubliceerd of zelfs maar voorgelezen, en was pas sinds kort serieus met poëzie bezig. Ik weet nog dat ik een Escher-stropdas droeg."

En toen werd je zelf gevraagd om er voor te dragen …
"Negen jaar later ja. Het duurde tot 2005 voor ik debuteerde met mijn eerste bundel. In 2006 werd ik helaas niet uitgenodigd, maar in 2007 wel. Dat had ik te danken aan een nominatie voor de Buddingh'-prijs. Alle genomineerden mochten toen optreden in de Nacht. Ik moest als laatste dichter het podium op, tegen 4 uur 's ochtends, en bracht toen een dichterlijke ode aan de zon."

Een belangrijk thema van je laatste bundel is goed versus kwaad. Wanneer is die fascinatie ontstaan?
"Dat is pas laat gebeurd. Vroeger was ik helemaal niet geïnteresseerd in de realiteit, in nieuws en politiek. Ik was meer geneigd om boven het aardoppervlak te zweven en was vooral met de fantasiewereld bezig. Maar met het vorderen van de jaren kreeg ik meer interesse voor de wereld om me heen. Ik ging me afvragen: "Wat is een goed leven en hoe relatief is dat? Is er een absoluut goed en een absoluut kwaad? En wat is het ergste kwaad?"

maandag 14 augustus 2017

Theatergezelschap Het Nut zet de tijd stil in Leidsche Rijn


‘De denderende tijd’ is de vijfde zomervoorstelling in Leidsche Rijn van Het NUT. Dit keer speelt het theatergezelschap rondom de grootste bouwput van Nederland, waar hijskranen de toekomst uit de Romeinse grond trekken.

Het is 15 februari 1894. Martial Bourdin wandelt richting Greenwich, Londen, met een tijdbom om zijn middel. Zijn missie is duidelijk: een aanslag plegen op het Koninklijk Observatorium, het ijkpunt van de tijd. De aanslag van de Fransman mislukt echter omdat de bom -hoe ironisch- te vroeg afgaat. Deze historische gebeurtenis is het uitgangspunt van de voorstelling 'De denderende tijd' van Het NUT (Nieuw Utrechts Toneel) op het Berlijnplein in Leidsche Rijn. "Ik ben eigenlijk niet zo van de grote idealen, maar in het stilzetten van de tijd kan ik me wel vinden," vertelt schrijver/acteur Greg Nottrot. 

Voort tikkend
Samen met co-auteur/medespeler en levensgezellin Floor Leene onderzoekt Nottrot in deze voorstelling de motieven van Martial Bourdin. Nottrot vermoedt dat Bourdin de tijd -en dus de vooruitgang- stil wilde zetten, omdat zijn toekomst als kleermaker op het spel stond. Dit vanwege het begin van de industrialisatie en de komst van fabrieken. Beide theatermakers vragen zich tevens af hoe zij heden ten dage de tijd tot stilstand zouden kunnen brengen. Het lijkt de enige manier om te kunnen ontsnappen aan het alsmaar voort tikkende verval. Zo wordt de mislukte terreurdaad van Bourdin verweven met het persoonlijke relaas van twee dertigers die worstelen met de tijd. "Veel mensen van mijn generatie kampen met een burn-out, stress of doelloosheid. Dat heeft alles te maken met onze overspannen ambities," vertelt Nottrot. "Het stopzetten van de tijd is dan een aantrekkelijk alternatief."

De Wëreldbänd op de Parade: 'Slapstick is van alle tijden.'


De muzikale slapstick van de Wëreldbänd misstaat niet tussen de bonte stoet van optredende artiesten op De Parade. De voorstelling Släpstick is een ode aan de muzikale komiek.


De lovende kritieken op de voorstelling hebben geleid tot een bomvolle tent, 'De Reizende Schouwburg'. En ook vanavond wordt de muzikale slapstick van de Wëreldbänd hooglijk gewaardeerd, zo blijkt uit de vele lachsalvo's uit het publiek. 'Släpstick' is ook entertainment van hoog niveau: muzikaal, acrobatisch en geestig tegelijk.

Zo wordt een filmpje van Charlie Chaplin muzikaal geniaal ondersteund door het viertal, voeren twee muzikanten op knappe wijze eenzelfde koddig dansje uit als Laurel en Hardy in een ander filmpje, en nodigt de band uit tot hilarische publieksparticipatie middels blikgooien (waarbij de blikken steeds groter worden) en vissenvangen met een enorme hengel.

"Ja, de Parade is super," vertelt Ro Krauss, medeoprichter en multi-instrumentalist van de Wëreldbänd tussen twee optredens door. "Het oude circusgevoel dat het festival oproept maakt je nostalgisch." Krauss prijst de onderlinge samenwerking op het theaterfestival: "Van acteur en regisseur tot de poffertjesman en de man die de zweefmolen bedient: met zijn allen moet je ervoor zorgen dat de bezoeker zich vermaakt."