maandag 20 juni 2022

Samen de berg afdonderen


Vrijdag 25 februari treedt het duo Lind’n Kelder op in het Beauforthuis. Saxofonist Johan van der Linden en pianist Henry Kelder spelen stukken van hun spectaculaire album ZBOP!. ‘Het wordt virtuoos en cross-over, een rollercoaster. Je stapt erin en we donderen samen de berg af.’


Het optreden van Lind’s Kelder is het tweede concert in het kader van Intieme Concerten, een platform voor musici en muziekliefhebbers opgericht door flamencogitarist Jeff Heijne. Het Beauforthuis sprak met Johan van der Keuken.

Wat vind je van het initiatief van Jeff Heijne?

‘Dit is een mooi project. Het leren van het ambacht doe je alleen, zo weet ik als docent op het conservatorium, maar muziek maken doe je met elkaar. Dat kan in een duo zijn, maar ook in een groot ensemble. Daarom is het belangrijk om tijdens je opleiding veel te netwerken. Je leven later bestaat uit samenspelen met anderen. Muziek maken is meer dan alleen je eigen ding spelen.’

Jullie spelen vooral muziek die door anderen is gecomponeerd. Hoe is dat zo ontstaan?

‘Het repertoire voor saxofoon en piano is gigantisch, zelfs groter dan voor fluit en piano. Een aantal stukken komt steeds weer langs en ons leek het leuk om andere componisten te vragen iets te maken. Tien jaar geleden hebben we een concours uitgeschreven voor componisten in het kader van een overleden vriend en componist van ons: Henk Alkema. Hij componeerde vanuit een cross-over stijl, vanuit een harmonisch besef en niet vanuit een twaalftoonstechniek. En altijd met een knipoog naar de jazz. Uit dat concours zijn vijftig stukken ontstaan vanuit de hele wereld. Opeens hadden we een heel pak muziek met mooie stukken. Daar hebben we een repertoire uit opgebouwd. Wel met een eigen signatuur van ons.’

Clannad neemt uitgebreid afscheid van haar fans


Na ruim vijftig jaar houdt de populaire Ierse folkband Clannad op te bestaan. Er volgt nog een uitgebreide afscheidstournee door het land, met op 11 april een optreden in Amara in Den Haag. Het AD sprak met een van de oprichters, zangeres/harpiste Moya Brennan, over het naderende einde.

Dat de band in Nederland op maar liefst tien podia afscheid neemt van haar fans, is niet zonder reden. ‘Nederland is al die jaren heel goed voor ons geweest. Ik hou echt van het Nederlands publiek. Na afloop van een optreden spreek ik altijd nog met mensen en ik heb ook veel vrienden in Nederland,’ zegt Moya Brennan. Ik hoop dat onze fans wel beseffen dat het echt de laatste keer is dat ze Clannad live kunnen zien!’. 

De ‘Farewell tour’ leidt de familieband, die zijn oorsprong kent in Donegal, noordwest Ierland, nog tot oktober van dit jaar langs podia over de hele wereld. In Nederland is Clannad vooral bekend van de nummers ‘Theme from Harry’s game’, ‘I will find you’ en ‘I a lifetime’, dat de band opnam met Bono van U2. De groep werd in 1970 gevormd door Máire (Moya), Ciarán en Pól Brennan en hun ooms Noel Duggan en Pádraig Duggan. De zus van Moya, Eithne Brennan, beter bekend als Enya, sloot zich aan in 1980, maar verliet de band twee jaar later om een solocarrière te beginnen.

Foto: Anton Corbijn
De laatste mogelijkheid dus voor de Nederlandse fans om Clannad live te bewonderen. Ik las ook ergens iets over een mogelijke doorstart …

‘Dat gaat zeker niet gebeuren. Anderhalf jaar geleden hebben we besloten om er definitief mee te stoppen. Al die 50 jaar ging het maar door: een klein tourtje hier, een grote tournee daar. Het was een hele mooie tijd hoor, maar we wilden ook allemaal onze eigen dingen doen. Ik ook (sinds begin jaren 90 heeft Moya Brennan ook twaalf soloalbums uitgebracht, red). En uiteindelijk was dat nog maar moeilijk te combineren. Op een dag zaten mijn broers, mijn oom en ik bij elkaar en zeiden we: ‘Laten we eruit gaan met een grote knal! Een laatste Clannad-tour, en dat is het dan.’ Dus ja, dit is echt de laatste kans om ons in Nederland te zien optreden.’

Een muzikale ontmoeting met een onvoorspelbare uitkomst


Jazzsaxofonist Ben van den Dungen gaat het muzikale avontuur aan met flamencogitarist Erik Vaarzon Morel. Vanwege corona is het optreden van dit duo al twee keer uitgesteld, maar in het najaar staan ze dan eindelijk samen op het podium van het Beauforthuis. ‘Het kan waanzinnig leuk worden, maar er kan ook sprake zijn van een moeizame exercitie, een worsteling.’


‘Ik heb nog nooit flamenco gespeeld,‘ antwoordt Ben van den Dungen op de vraag wat hij verwacht van de samenwerking met Erik Vaarzon Morel. Aan samen repeteren zijn ze nog niet toegekomen. ‘Het enige wat we tot nog toe hebben gedaan is het uitzoeken van het repertoire.’ Er is nog tijd genoeg natuurlijk, maar is dat toch niet wat opmerkelijk? ‘Nee hoor, Erik en ik kennen elkaar al jaren. We komen elkaar regelmatig tegen en weten heel goed hoe de ander speelt. Het belangrijkste is dat we elkaar op het podium niet in de weg zitten, elkaar een beetje aanvoelen en elkaar stimuleren. Hoe moeilijk kan het zijn?’ En dus gaan de twee pas op de dag van het optreden, een paar uurtjes voordat ze het podium betreden, de nummers van de avond repeteren. ‘Het komt vast helemaal goed!’

Net als Erik Vaarzon Morel is Ben van den Dungen een grote naam in de muziekwereld. Vanaf begin jaren 80 treedt de Haagse saxofonist met diverse bands op over de hele wereld. Meerdere keren is hij in de prijzen gevallen. Ook speelde hij samen met tal van bekende namen uit de jazz. Dat hij nu in de flamenco verzeild is geraakt, komt niet helemaal uit de lucht vallen. Van den Dungen speelde jaren geleden al eens in een latin jazzgroep, genaamd Nueva Manteca. Met zijn kompaan, trompettist Jarmo Hoogendijk -met wie hij lange tijd de jazzpodia onveilig maakte met het Van den Dungen/Hoogendijk Quintet- richtte hij in 1984 de groep Brand New Orleans op, waarin moderne jazz en Afrikaanse percussie werden gecombineerd. Gaandeweg zijn carrière verdiepte Van den Dungen zich steeds meer in muziekgenres buiten de jazz, zoals Indiase muziek, Afro-Cubaanse muziek en tango.

vrijdag 17 juni 2022

 ‘Ik was geen podiumdier’

Toen nederpop begin jaren tachtig opkwam, liet het Delftse kwartet The Mo een heel ander geluid horen: inventieve pop zonder bas en elektrische gitaar, maar met clavinet, elektrische piano en fagot. ‘Het ging zo snel, het was amper te bevatten.’

Aanvankelijk reageert Heili Helder, de oorspronkelijke zangeres van The Mo, wat terughoudend als ze gevraagd wordt om terug te blikken op de succesperiode van de band. ‘Het is ruim veertig jaar geleden. Wat moet ik daar nog over zeggen?’ Een dag later laat ze weten toch te willen meewerken. ‘Ik ben fan van de VPRO.’

Helder wordt nog regelmatig herinnerd aan haar tijd bij de Delftse formatie The Mo, ook bekend als Mo. ‘Mensen vragen me dan of ik de zangeres ben van die leuke band van toen.’ Een leuke band was The Mo zeker. Het debuutalbum klinkt nog even fris en origineel als toen. Helder: ‘“Fred Astaire” vind ik nog steeds erg goed. Net als “Release Me”, met die mooie fagotsolo aan het eind. Mijn favoriete nummer is “Nancy”, met die stuwende fagot, de staccato zang en het kinderkoor – dat waren wij zelf trouwens.’

‘Fred Astaire’ betekende de doorbraak van The Mo. ‘Een bijzondere compositie: geen refrein aan het einde, maar alleen handgeklap. En het swingt ontzettend! Iemand vertelde ooit dat het een klassiek akkoordenschema heeft. Dat vond ik wel verrassend. We hebben het singletje trouwens opgestuurd naar Fred Astaire. Hij schreef terug dat hij het een mooi nummer vond. Die brief heb ik nog steeds.’

A seat at the table; een tijdloze voorstelling van deze tijd


De voorstelling ‘A Seat at the Table’ van theatergroep Black Sheep Can Fly gaat over alledaags, vaak onbewust racisme en is gebaseerd op ervaringen van Saman Amini, Nima Mohaghegh en drie vroegere kompanen van Toneelacademie Maastricht.

De titel A Seat at the Table verwijst naar de plek aan tafel die voor mensen met een andere afkomst of huidskleur nog te vaak ontbreekt. Martin Luther King was de eerste die deze uitdrukking bezigde. Samen met zijn compagnon en filmregisseur Nima Mohaghegh maakte Saman Amini met Black Sheep Can Fly -een stichting die verhalen vertelt met een menselijke en maatschappelijke urgentie bedoeld om mensen te verbinden- eerder al de voorstellingen Samenloop van Omstandigheden (2016) en In het Hol van de Leeuw (2018). Voor A seat at the table werd hij getriggerd door de zwartepietendiscussie in 2015. ‘Ik voelde een vaag soort onrust waar ik iets mee moest doen. Niet zozeer om een standpunt in te nemen, maar om het onbegrip dat was ontstaan tussen mensen aan te kaarten.’

A seat at the table werd voor het eerst opgevoerd op Oerol, vier jaar geleden. Is er iets veranderd in de tussentijd?

‘Jawel, er is het een en ander verbeterd. We hebben nu de eerste zwarte vrouw in het parlement en Omroep ZWART is opgericht. Maar nog steeds komen er na afloop van onze voorstelling mensen naar me toe die verkeerde grappen maken. Een voorbeeld: ‘Ik begrijp het helemaal,’ zei een witte man. ‘Maar als je grote oren of een grote neus hebt …’ ‘Ho, stop,’ zei ik. ‘Er is nog nooit iemand geweigerd bij een discotheek vanwege zijn oren of neus. U bagatelliseert mijn verhaal, waarschijnlijk onbedoeld, maar toch.’ Toen zag hij dat ik een flesje wijn bij me had. ‘Dat ga je nu lekker opdrinken, het is vast alcoholvrij.’ Ik dacht: ‘Damn! Hij heeft de voorstelling gezien, maar hij heeft er niks van begrepen.’ Dat vond ik vreemd en ontmoedigend.’ Zo zie je maar dat A seat at the table een tijdloze voorstelling is die over tien of twintig jaar nog steeds actueel zal zijn.’

De Kleedkamer: Bodil de la Parra

Wat doen acteurs voor ze het podium opgaan? Hebben ze last van plankenkoorts? Wat zijn hun kleedkamerrituelen? Deze maand: Bodil de la Parra. 

  Dagen van Rijst is je tweede solovoorstelling. Heb je meer last van zenuwen als je alleen op het podium staat?

‘Ja, je moet toch in je eentje anderhalf uur de boog gespannen houden. Cabaretiers zijn niet anders gewend natuurlijk, die hebben directe interactie met het publiek. Maar voor mij is dat lastiger. Het meeste kijk ik op tegen een scène waarin ik met stukken decor moet slepen. Dat vraagt om een goede spelersconditie. Tegelijkertijd wil je dat de tekst vloeiend doorstroomt. Als je in een solovoorstelling een stukje tekst vergeet, moet je het zelf opvangen. Maar als je de eerste zinnen van de voorstelling eenmaal hebt gezegd, zit je er – als het goed is – wel meteen in. Dan kun je gáán en is optreden heerlijk!’

Artiesten met een bijsmaak


Experimenteel én toegankelijk, dat zijn de podiumavonden van De Komijnen. Artiesten op het gebied van klank, beeld en literatuur vertonen er hun kunsten. Absurdisme is een pré, aldus medeorganisator Daniel Hentschel. ‘Die cracker met slagroom was een heel fijne act.’

‘We hebben iets opgezet wat we misten in Utrecht: een avontuurlijk podium met meer humor en relativering. Mensen kunnen bij ons dingen doen die je niet zo vaak ziet en die een beetje schuren. We zoeken artiesten met een bijsmaak, net als het kruid komijn. Maar we willen niet dat je zomaar gek doet, het is wel de bedoeling dat je jezelf serieus neemt.'

Aan het woord is Daniel Hentschel, samen met Jeroen Winkelman en Katja van Nus oprichter van De Komijnen. Het collectief organiseerde tot corona avonden in De Kargadoor, en staat nu om de twee maanden met een divers programma in dB’s. Daniel maakt ook cartoons onder de naam Danibal, speelt de mondharp en is deel van het muzikale duo Heug.