zondag 16 november 2008

Valse kraaien


Ideale band voor een begrafenis: The Dead Brothers. Een curieus theater/muziekgezelschap uit Zwitserland dat tijdens liveoptredens steevast gekleed gaat in het zwart en getooid is met rijzige hoeden. 

Banjo, tuba en een charismatische voorman zijn de belangrijkste ingrediĆ«nten van dit stelletje doodgravers. De spotzieke blik in de ogen van de muzikanten maakt dat de band oogt als een groepje valse kraaien dat de wacht houdt bij een teraardebestelling. Gezongen wordt er in het Engels, Frans, Duits of Spaans en muzikaal gezien is het een ratjetoe van ketelblues, rammelrock, hoempapa en zigeunermuziek. 

maandag 10 november 2008

Hoofdkaas


Het blijft iedere keer weer een belevenis: een live-optreden van De Kift. Vorige week zag ik het gezelschap uit Koog aan de Zaan weer eens, in de Helling te Utrecht deze keer. 

Het punk/fanfare-ensemble verrast steeds weer opnieuw met haar maffe, maar bijzonder aanstekelijke combinatie van muziek, theater en literatuur. De opkomst dwars door de menigte in de zaal met een basdrum gemonteerd aan een fiets was al vrij ongewoon, de show die volgde toonde wederom aan dat De Kift een volstrekt unieke en magnifieke band is. En dat al meer dan twintig jaar. 

Zelf teksten bedenken doen ze niet; zanger Ferry Heyne plukt hier en daar een bladzijde uit de wereldliteratuur onder het motto: waarom zelf schrijven als er al zoveel moois is opgetekend? Op hun negende -opnieuw schitterend vormgegeven- album Hoofdkaas citeert Heyne onder andere uit Venedikt Jerofejev’s Moskou Op Sterk Water en is er een bewerking te beluisteren van een gedicht van W.H. Auden. 

maandag 3 november 2008

Eiland in de storm


Het hoesje van de cd toont een bebaarde zonderling in een rivier, met in zijn handen het levenloze lichaam van een meisje. Voor enige opmontering ben je bij Matt Bauer aan het verkeerde adres, dat mag duidelijk zijn. 

Voor bedachtzame, licht bevreemdende en ronduit schitterende folk kun je wel bij hem terecht. Nieuwsgierig geworden door de lovende recensie van collega Hugo Vogel beluisterde ik het debuutalbum van Bauer, The Island Moved In the Storm. En ik kan niet anders dan concluderen dat de banjo-speler van Alela Diane’s band op de valreep heeft gezorgd voor een van de mooiste albums van 2008. 

Thematisch is de cd gebaseerd op een dramatisch voorval in 1968 te Georgetown, Kentucky; vlakbij de Eagle Creek werd toen een jong meisje dood aangetroffen. Veel vrolijker wordt het niet, maar pure schoonheid stemt ook gelukzalig. Fluisterzingend brengt Bauer zijn donkere teksten, liefdevol omstrengeld door de engelachtige tweede stemmen van Alela Diane en Mariee Sioux. 

zaterdag 18 oktober 2008

Recovery


Waarom covert een artiest zijn of haar eigen nummers? De meest voor de hand liggende reden is dat de oorspronkelijke interpretaties niet meer bevallen; jaren ouder en wijzer geworden komt een zanger tot het inzicht dat de inkleuring van een song net een tikkeltje ingetogener had gekund of juist een stukje uitbundiger. 

Bonnie ‘Prince’ Billy besloot een paar jaar geleden nummers uit zijn desolate Palace Brothers-periode opnieuw op te nemen en maakte er vrij onschuldige countrydeuntjes van; het resultaat miste duidelijk de urgentie van het oorspronkelijke werk. Loudon Wainwright III hanteert op zijn laatste cd Recovery dezelfde formule. Met meer succes. 

Een dertiental nummers uit zijn rijke repertoire zijn opnieuw gearrangeerd en ingezongen. Joe Henry zorgt voor de productie. Qua succes mag Loudon Wainwright III dan momenteel overvleugeld worden door zoon Rufus en dochter Martha, de oude meester bewijst op zijn laatste albums dat hij allerminst van plan is het bijltje er bij neer te gooien. 

zondag 14 september 2008

Moss


Onterecht onbekend: er zijn vele voorbeelden te bedenken. Een band die wat mij betreft dat label zeker verdient is de Nederlandse formatie Moss. 

Begin 2007 verscheen op het Excelsior-label het debuut Long Way Back van het viertal, bestaande uit drie Amsterdammers en een Engelsman. Liedjesschrijver Marien Dorleijn was ooit medeverantwoordelijk voor het fijne dwarse geluid van Caesar, de Amsterdamse band die het onlangs voor gezien hield. 

Moss maakt mooie melodieuze, subtiele popliedjes van vaak niet langer dan een minuut of drie. Onnadrukkelijk en puur van aard met als basis-ingrediĆ«nten een akoestische gitaar, een Fender Rhodes en meerstemmige zang die bij vlagen schitterend is. De onaardse schoonheid van enkele liedjes doet soms denken aan een band als Midlake. The Beatles zijn ook nooit ver weg. 

Hier en daar klinkt misschien iets te veel het typische (brave) Excelsior-geluid van formaties als Johan en Daryll Ann door, maar Long Way Back beschikt over een aantal kwalitatief hoogstaande liedjes zoals ze in Nederland slechts zelden worden gemaakt. Luister maar eens naar Previously Unreleased. 


maandag 8 september 2008

Next


Alleraardigst om meerdere redenen is de uit 2006 daterende dvd The Harry Smith Project Live. ‘Hedendaagse’ artiesten als Elvis Costello, Nick Cave, Beck, Lou Reed en Richard Thompson coveren een aantal stokoude songs afkomstig uit de collectie van Harry Smith. 

Net als Alan Lomax was Smith verwoed verzamelaar van oude Amerikaans folk, country en blues. Zijn standaardwerk The Anthology of American Folk Music zorgde ervoor dat artiesten als Blind Lemon Jefferson, Missisippi John Hurt en The Carter Family in de VS de erkenning kregen die ze verdienden. Behalve gloedvolle bijdrages op de dvd van eerder genoemde artiesten, zijn er ook nog fraaie covers van Geoff Muldaur en Beth Orton. 

Verrassend zijn de namen van Sonic Youth en Philip Glass. En die van een artiest die ik al bijna vergeten was: Gavin Friday. Het laatste levensteken van deze Ierse muzikant/schilder was te horen op Rogue’s Gallery - Pirate Ballads, Sea Songs and Chanteys. Gavin Friday is niet alleen bekend vanwege zijn vriendschap met Bono, maar vooral vanwege zijn sterke debuutalbum: Each Man Kills The Thing He Loves. Met dit werkje uit 1989 raakte Friday –in samenwerking met The Man Seezer- een gevoelige snaar bij de liefhebbers van Jacques Brel, David Bowie en Tom Waits. 

dinsdag 26 augustus 2008

(Te) jong

Amper achttien jaar en dan al met zo’n volwassen album komen, je gelooft je oren niet. Laura Marling. Afkomstig uit Reading, Engeland en naar eigen zeggen “verschrikkelijke shit-popliedjes” schrijvend totdat ze I See a Darkness van Bonnie ‘Prince’ Billy hoorde. Je kunt je een slechtere bron van inspiratie voorstellen. 

Laura Marling is eigenlijk te jong voor haar eigen muziek: vanwege haar leeftijd werd de jeugdige blondine een keer de toegang tot haar eigen concert geweigerd. Ze ging op straat spelen. 

In februari van dit jaar verscheen haar debuutalbum Alas I Cannot Swim en deze cd toont aan dat Marling beschikt over een prachtige stem en over de gave om fraaie, lyrische folkliedjes te schrijven die zowel tijdloos als modern klinken. Soms onopgesmukt, een andere keer muzikaal rijker ingekleed. 

Ze stond al het podium van Lowlands en Paradiso, dus helemaal onbekend is ze hier niet meer. Laura Marling is een dame waar we nog veel van gaan horen. Bekijk hieronder het clipje van My Manic & I.