vrijdag 26 juni 2009

Harold K wil literair spel met de luisteraar aangaan


De nieuwe cd is bijna klaar, maar eerst vertrekt hij voor vier maanden naar Berlijn. Harold K, een Limburgse troubadour die vanuit de Utrechtse wijk Lunetten zijn verhalende verkenningen van de ziel de wereld instuurt. Straatnieuws sprak met hem in het Louis Hartlooper Complex over zijn nieuwe album De Laatste Pionier: 'Het Nederlands mooi laten klinken, dat is voor mij de grote uitdaging.'

Zijn achternaam leidde regelmatig tot misverstanden, dus besloot Harold Konickx de letters achter de K weg te laten: Harold K werd de artiestennaam. Mooie bijkomstigheid is dat in een van zijn favoriete boeken, ‘Het Proces’ van Franz Kafka, de hoofdpersoon wordt aangeduid met Josef K. En een andere geliefd schrijver van de Limburgse neerlandicus, Gerard Reve, placht collega Harry Mulisch aan te duiden met Harry M.

Wendla
Het debuut van Harold K uit 2005, Mengsmering, bevatte voornamelijk ingetogen luisterliedjes, geworteld in de Amerikaanse blues en folk. De Laatste Pionier is rijker georkestreerd en neigt door de dromerige en vervreemdende sfeer eerder naar een band als Spinvis. 'Ja, dat klopt wel, ik wilde nu eens echt uitpakken. Ik heb altijd een voorliefde gehad voor indiepop en als het goed is hoor je dat op mijn nieuwe cd'. Harold K schreef voor De Laatste Pionier verhaaltjes vanuit diverse personages: 'Experimenteren met perspectieven, zoals Bertolt Brecht, Kurt Weill en ook David Bowie dat deden, dat was de opzet. Ik wil een literair spel met de luisteraar aangaan.'

dinsdag 26 mei 2009

La Primavera: tijd voor de flamenco


Van de zoete lentezon en rokjesdag is het een kleine stap naar de ruisende rokken, gracieuze dans en gepassioneerde gitaar van de flamenco. Ook in de Domstad wint deze Spaanse volksmuziek de laatste jaren flink aan populariteit. 

RASA fungeerde de afgelopen twee jaar als podium voor de Flamenco Biennale en op 10 mei is er in het wereldculturencentrum een optreden van Tino van der Sman, een rijkelijk getalenteerde Nederlandse flamencogitarist die zelfs in Zuid-Spanje geroemd wordt.

Het is een bijzonder verhaal: na twee jaar gitaarstudie reist de Haagse Tino van der Sman op zijn veertiende naar Spanje om er lessen te volgen bij Paco Pena, de grootmeester van de flamenco. Van der Sman raakt in de ban van de flamencomuziek en na afronding van het conservatorium in Rotterdam vestigt hij zich definitief in Sevilla. Aanvankelijk om zijn kennis op het gebied van de flamenco bij te spijkeren, maar het duurt niet lang aleer hij zelf zijn gitaarkennis doorgeeft. Een niet-Spaanse flamencodocent in Sevilla -bakermat van de flamenco- dat is een zeldzaam verschijnsel. Van der Sman is momenteel een grote jongen in de flamenco; hij trad op met grote muzikanten uit deze wereld (o.a. bij het gezelschap La Primavera). En 10 mei is hij dus te bewonderen in RASA.

zondag 26 april 2009

Herman Pouderoyen: 'Utrecht inspireert me'


'Mensen ontroeren of aan het lachen maken, dat is eigenlijk alles wat ik wil bereiken met mijn muziek. Maar een optreden in Carré zou natuurlijk ook leuk zijn.' Aan het woord is singer-songwriter Herman Pouderoyen. De Nick Cave van de Domstad wordt hij genoemd. Hoe denkt deze chroniqueur van de zelfkant over de stad waar hij sinds 1995 woont?


Pouderoyen heeft een zwak voor Utrecht: 'Ik ben geboren in Den Haag en getogen in Bilthoven. Zo heb ik al vroeg geleerd een hekel te hebben aan kouwe kak, opportunisten en corpsballen.' Vervolgens heeft hij het in meerdere steden geprobeerd, maar de muzikant heeft zijn keuze gemaakt: 'Utrecht is een prachtige stad die me inspireert en ontroert. Luister maar eens naar het liedje ‘Het bloed kruipt waar het gaan kan’ op mijn laatste cd. Nee, ik wil hier nooit meer weg.' 

Mooiste plekje in Utrecht? 'De Oude Gracht natuurlijk, vooral als het regent”. En wat is zijn meest geliefde schuilplaats tegen de regen? 'Café Averechts, een kroeg die wordt gerund door vrijwilligers. Bovendien gaat al het geld naar goede doelen en herkent niemand me daar.' Een andere favoriete kroeg van Pouderoyen is de Ierse pub O’Leary’s: 'In dit café is het zo rustig dat je jezelf kunt horen denken. En tot voor kort werkte er de leukste barvrouw van Utrecht, Sophie. Helaas vond zij het nodig om een wereldreis te maken.' Een laatste tip nog van de Utrechtse zanger: 'Cees Place: elke week hangt in deze kroeg een nieuwe schimmelsoort aan het plafond, dus hier voel ik me wel thuis.'

maandag 23 februari 2009

Russian Dance

Vorige week was ik in het buitenland: in Sint Petersburg om precies te zijn. Altijd al een droom geweest om de stad van Dostojevski te bezoeken. Om een beetje in de stemming te komen draaide ik voorafgaand aan de reis nog maar eens Russian Spy and I van de Hunters, met een geweldige Jan Akkerman op gitaar.

Sneeuw en winterse kou vormden de perfecte entourage voor een eerste bezoek aan Sint Petersburg. Glibberend en glijdend heb ik me enkele dagen vergaapt aan het ene moois na het andere. Schitterende stad, rijk aan historie. En muziek? Er sijpelt niet veel door naar het westen, dat is zeker. Het zijn voornamelijk klassieke componisten die hier bekend zijn. De Leningrad Cowboys zegt u? Die komen uit Finland. 

maandag 2 februari 2009

Blues in Baarlo


Voormalig bioscoop Thalia te Baarlo, Noord-Limburg, vormde afgelopen zaterdag het decor voor een optreden van de Limburgse troubadour Arno Adams. In het zuiden van het land is Adams een grote meneer, boven de rivieren zal het noemen van zijn naam menig muziekliefhebber de wenkbrauwen doen ophalen. 

Vreemd, want Arno Adams is een talentvol liedjesschrijver die gezegend is met een dijk van een (donkere)stem. De man uit Belfeld heeft een roerig leven achter de rug met drank/drugs, een gokverslaving en andere sores, en dat hoor je. Sinds hij drieëntwintig jaar geleden definitief voor de muziek koos, komt hij vanuit zijn schuilplaats in Venlo met het ene na het andere prachtlied op de proppen. 

zondag 18 januari 2009

De Staat


In de Volkskrant van maandag schreef Gijsbert Kamer een lovende recensie over Noorderslag in Groningen. Ik heb het Nederlands popfestival een uurtje op tv bekeken en kwam wederom tot de conclusie dat bandjes van eigen bodem voornamelijk goed zijn in een ding: het naspelen van andere (Amerikaanse of Britse) formaties. 

Foto: Jelmer de Haas
Enige inventiviteit valt er niet of nauwelijks te ontwaren bij al die zogenaamde veelbelovende acts. Uitzonderingen zijn er natuurlijk wel, zoals Lucky Fonz III, Roosbeef en Paulusma. Sinds kort kan er een formatie worden toegevoegd aan het rijtje vaderlandse bands dat meer doet dan imiteren: De Staat. 

Steeds gedacht dat het hier weer zo’n vervelende Nederlandstalige hiphopformatie met temerige maatschappijkritiek zou betreffen; het tegendeel is waar: De Staat is een (echt) stoere en eigengereide rockformatie uit Nijmegen die tegelijkertijd rootsy en rauw klinkt. Oer-Amerikaans èn oorspronkelijk. Hoekig èn opzwepend. Aards èn hip. Met name de coole zangpartijen zijn een lust voor het oor. 

Alom opgehemeld in de landelijke muziekpers en deze keer is dat terecht. De band heeft het al geschopt tot voorprogramma van dEUS. 21 januari nog voor 8 (!) euro te bezichtigen in de Utrechtse Ekko. Beluister alvast het geweldige Prison of Love.

zondag 11 januari 2009

Surfer Rosa


Enkele weken geleden bekeek ik een dvd met een reünieconcert -opgenomen in 2004 te Boston- van een van de leukste bands van eind jaren 80/begin jaren 90: de Pixies. 

Aanvankelijk voornamelijk succesvol in Groot-Brittannië en Nederland, maar toen Kurt Cobain meldde dat zijn Smells Like Teen Spirit een vergeefse imitatie was van Gouge Away, een nummer van de Pixies, was de doorbraak in hun thuisland ook een feit. 

Behalve dat ik de Pixies toentertijd een ware sensatie vond, is de band voor mij onlosmakelijk verbonden met een van mijn grootste muzikale overwinningen ooit: toenmalige vrienden beschouwden me als volslagen krankjorum toen ik ze enthousiast wilde maken voor het tweede album Doolittle. Wat een herrie! Hoe kon ik daar naar luisteren? 

Een paar maanden later waren ze volledig om en vergezelden ze me als fan naar het concert in het Utrechtse Vredenburg, alwaar de band bijkans de zaal afbrak (en waar ik de prachtige poster van Surfer Rosa op de kop tikte).