dinsdag 12 december 2017

Het bewogen leven van Iris Hond


Op 9 december treedt Iris Hond op in de Flint met haar theaterprogramma 'Bewogen', waarin zij nummers van haar eerste zelfgeschreven album Dear World speelt en vertelt over haar roerige leven.

"'Dear World' is een soort mix geworden van alle muziek waar ik naar geluisterd heb," verteld Iris Hond in een Hilversums café. "En dat varieert van klassiek, fado en klezmer, tot Leonard Cohen (die haar album bij het verschijnen nog de hemel in prees)". De eerste cd met eigen werk van de klassiek geschoolde pianiste varieert van ingetogen luisterliedjes tot orkestrale pianomuziek, met soms verrassende ritmische begeleiding. Op een paar liedjes is Hond ook als zangeres te horen. Aan het oer-Hollandse denken in hokjes heeft ze een broertje dood: "We leven in een tijd waarin grenzen vervagen en allerlei disciplines worden samengevoegd."

Hond jongleert op 'Dear World' met verschillende genres, maar ze verloochent haar muzikale afkomst zeker niet. Wel was ze een beetje bevreesd voor de reacties uit de klassieke muziekwereld, maar die waren alleen maar positief. "Het album is ook met veel respect voor de klassieke muziek gemaakt." In de voorstelling 'Bewogen' speelt ze, behalve nummers van haar nieuwe album, ook vertrouwde klassieke stukken van Chopin en Rachmaninoff. "En tussendoor vertel ik over de dingen die me hebben geïnspireerd en gevormd."

Gruppo Sportivo na 40 jaar nog springlevend


Eind jaren zeventig genoot Gruppo Sportivo een aanzienlijke populariteit met hun frisse, ironisch getinte en intelligente popliedjes. De band van Hans Vandenburg bleef actief de jaren erna, met wisselend succes. In mei verschijnt er een nieuw album. "Een band zonder humor is gewoon niet sexy."

De locatie van het gesprek is -verrassenderwijs- niet zijn thuisstad Den Haag, maar Centraal Station Amsterdam. "Ik ben hier op bezoek geweest bij mijn kinderen," legt Hans Vandenburg uit. "Maar ik ben ook zeker geen doorsnee Hagenees hoor. Ik ben niet zo gericht op Den Haag. Ik zou overal kunnen wonen." Dat is dan ook maar meteen gezegd. "Ik heb zelfs een seizoenskaart van Ajax tegenwoordig, ha ha."

In mei verschijnt er, na zo'n dertien jaar, een nieuw album van Gruppo Sportivo. Heuglijk nieuws voor de trouwe fans. "We zijn nooit weg geweest hoor. Vanaf 2013 zijn we wel een studio-only band. Maar ik hoef maar met mijn vingers te knippen en we pakken de draad weer op." Laatste wapenfeit van de Haagse formatie was een dubbel-cd in de reeks 'The Golden Years of Dutch Pop Music.' 

Wat betreft het nieuwe album is Vandenburg zeer content met het resultaat tot dusver. "Het moet nog afgemixt worden, maar we hebben nu veertien nummers die staan als een huis." Een werktitel is er ook al: "Great".

Eind jaren zeventig maakte het Haagse gezelschap nationaal (en ook internationaal) furore met intelligente popliedjes, waarin de knipoog en de relativering nooit ver weg waren. De albums 10 Mistakes en Back to 78, met songs als Beep Beep Love, Hey Girl, Disco Really Made It en Tokyo waren een groot succes. In Nederland, maar ook in Groot-Brittannië, Duitsland en Spanje. De band bleef vervolgens gestaag (goed besproken) albums maken, en Vandenburg liet ook solo regelmatig van zich horen (o.a. met de Nederlandstalige band Dierenpark). Het succes van die beginjaren is echter nooit meer geëvenaard.

woensdag 29 november 2017

Amerikaanse droom is niet zo vrolijk  


De Drents-Duitse tentoonstelling ‘The American Dream’ toont de mogelijkheden, maar vooral de schaduwkanten van naoorlogs Amerika. Het is voor het eerst dat zoveel werken uit die periode van overzee in Europa te zien zijn.

De argeloze bezoeker van de tentoonstelling zal toch wel even van zijn à propos zijn als hij in een hoekje van het Drents Museum de sculptuur aantreft van een laveloze vrouw, liggend in de goot. Het hyperrealistische, en nogal opzienbarende kunstwerk van Duane Hanson is getiteld 'Derelict woman' (Verlaten vrouw). "Als er geen lijntje voor gespannen was, zou je inderdaad denken dat het echt is," vertelt Annemiek Rens, conservator van het Drents Museum. "Mijn collega's schrokken er van. Ik ben benieuwd naar de reacties van het publiek."

Het moge duidelijk zijn: het realisme staat centraal in deze expositie over de Amerikaanse naoorlogse kunst. Na de Tweede Wereldoorlog verschuift het centrum van de cultuurwereld van Parijs naar New York. De tentoonstelling The American Dream toont zowel de onbegrensde mogelijkheden van die periode, als ook de schaduwkanten: het toegenomen egoïsme en de sociale uitsluiting van de zwakkeren in de maatschappij. De tentoonstelling geeft zo een fraaie inkijk in het culturele en maatschappelijke leven in de VS tussen 1945 en nu.

Een dergelijk omvangrijke tentoonstelling over deze periode was er niet nog eerder in Europa. Bijzonder is ook dat de collectie van de schilderijen, werken op papier, foto's en sculpturen zijn verdeeld over twee locaties: het Drents Museum van Assen en de Kunsthalle Emden. "Je ziet wel vaker dat een expositie een reis maakt van het ene museum naar het andere, maar zoals nu is het nog niet eerder gedaan," zegt Rens. "Voor ons is het ook interessant om te ontdekken of we zo meer Duitse bezoekers kunnen trekken. Andersom geldt dat natuurlijk ook voor de Kunsthalle Emden."

Big in Japan


In eigen land is het nog even wachten op de grote doorbraak, maar in Japan hangt zijn foto naast die van Phil Collins in de platenzaken. Tijd voor een gesprek met de Utrechtse muzikant Tim Treffers.


Zijn tweede album Carnival of Life is niet alleen in de Nederlandse platenzaken te vinden, maar ook in die van Japan. Binnenkort gaat hij zelfs een tour maken door het land. "Ik had niet speciaal iets met Japan, tot me werd verteld dat het andere muzikanten, zoals Wouter Haemel en Hans Dulfer, ook gelukt is om daar bekend te worden." Toen is het balletje gaan rollen: "Ik ben me in het land gaan verdiepen en veel mensen gaan mailen. Binnen een dag had ik een platencontract."

Waarom lukt het in Japan wel, maar in eigen land vooralsnog niet? "Voor mijn muziek is in Nederland geen grote markt. Het is te geen 538 muziek. Ik durf zelfs te zeggen: Het is te muzikaal." In Japan lopen ze wel warm voor de vrij zorgeloze mix van jazz, pop en soul, geënt op de jaren 70 en 80. "Zeker als het ook nog met een lichtelijk hoge stem wordt gezongen." Inspiratie haalt Treffers o.a. uit Stevie Wonder, Elton John en Michael Mc Donald. "En niet te vergeten: Hans Vermeulen. Hij is een van mijn grootste helden," vertelt de Utrechter, niet wetende dat de zanger/componist van de Sandy Coast een dag later plotseling zou overlijden.

Bananenelpee na 50 jaar nog springlevend


50 jaar geleden debuteerde The Velvet Underground met The Velvet Underground & Nico, een van de meest invloedrijke albums uit de rockgeschiedenis. 11 november wordt deze plaat in het Paard van Troje integraal gespeeld door een all-star gelegenheidsformatie.


Een van de muzikanten is Henk Koorn, al drie decennia de frontman van de Haagse rockband Hallo Venray. Ook hij raakte ooit in de ban van 'het bananenalbum': "Eind jaren '70 was ik bij een vriend aan het luisteren. In die tijd kocht je een plaat en ging je met zijn allen nabespreken. Na afloop zei ik meteen: zet die plaat nog eens op, ik heb 'm niet door!" Met de jaren is het album gaan groeien. "Het was echt iets nieuws. Na de Beatles en CCR was dit heel andere koek, vooral qua sfeer. Het is geen mooimakerij. En de teksten bleken ook nog eens heel goed."

Organisch
Dat het album ook nu nog springlevend is, bewijzen de volle zalen die de gelegenheidsformatie trekt. Samen met Carol van Dyk van Bettie Serveert, Bewilder zanger Maurits Westerik, Jerry Hormone en The Tambles staat Henk Koorn op diverse podia in het land om het album in zijn geheel te spelen. Zelf is hij verantwoordelijk voor de vocale uitvoering van de (meer experimentele) songs 'Heroin', 'Black Angel' en 'European Son'. "'Heroin' is echt een gezamenlijke effort: de hele band moet achter me staan. Als zanger trek ik dat niet alleen." Volgens Koorn is Heroin het meest organische nummer op de plaat. "Je hoeft er technisch gezien het minst voor te kunnen spelen, maar je moet het wel begrijpen."

maandag 6 november 2017

Twee generaties Crossing Border


Crossing Border bestaat 25 jaar. Vader en zoon Behre kijken terug op de geschiedenis van het Haagse muziek- en literatuurfestival. "Schrijvers willen vaak in het diepst van hun hart een muzikant zijn, en vice versa."


De man van het eerste uur, Louis Behre, woont momenteel in Drenthe. "Maar ik ben nog lang niet met pensioen hoor. Ik kom nog iedere week een of twee dagen in Den Haag," vertelt hij monter. Tijdens de eerste editie van Crossing Border, in 1993, had Behre nooit kunnen bevroeden dat het festival 25 jaar later nog zou bestaan, laat staan zo zou floreren. "Het vond toen plaats in een kraakpand, zonder elektriciteit. Na elke tien nieuwe bezoekers rende ik naar de kleedkamer om de volgende artiest uit te betalen." Op het eerste affiche van Crossing Border prijkten de namen van o.a. Herman Brood, Sonic Youth en Jules Deelder.

Dat Louis Behre een festival opzette waarbij de inbreng van muziek en literatuur gelijkwaardig is, kent een eenvoudige reden: "Ik kon niet kiezen tussen beide genres, dus daarom koos ik ze maar allebei." Enthousiast vertelt hij over de beginjaren: "Soms sliepen artiesten met twee of drie man op een hotelkamer. Maar ze kwamen allemaal hoor. Met een mooie brief nodigde ik ze persoonlijk uit."

Schaken op school


Een bezoek aan het Hoogovens Schaaktoernooi, dat begin 2016 een dag neerstreek in het Utrechts Spoorwegmuseum, bracht Henk ten Hoeve van basisschool Het Schateiland op het idee om schaken meer onder de aandacht te gaan brengen op basisscholen. 

Met name de daar vertoonde film "De Droomvermenigvulderaar", over een schaakschool in de Indische Buurt in Amsterdam, inspireerde hem tot dit initiatief. Samen met Anne-Marie Benschop (voormalig Nederlands kampioen schaken) begon Ten Hoeve schaaklessen te organiseren op zijn school in Kanaleneiland, waarvan een groot deel (zo'n 90 procent) van de kinderen een immigratieachtergrond heeft. "Ook bij deze groep slaat het schaken aan. Het mooie van schaken is dat het wereldomvattend is en dat iedereen het kan spelen. Mondeling taalgebruik is niet belangrijk."

Door het organiseren van schaaklessen hoopt Ten Hoeve de interactie, en ook de integratie in zijn buurt te verbeteren. "Schaken kan vanaf vier jaar tot hoogbejaard. Als kinderen met hun oom, tante of buurman gaan schaken, kan er tussen de verschillende generaties een goede interactie ontstaan." En ziet hij al succes in Kanaleneiland? "Ja het werkt, maar het gaat heel langzaam. Het is een kwestie van lange adem." Om kinderen niet alleen op school, maar ook thuis te laten schaken, organiseerde Ten Hoeve voor hun moeders eveneens schaaklessen. En vanaf januari 2018 wordt het schaken zelfs, vanaf groep 4, een verplicht lesonderdeel op het Schateiland.