Central do Brazil
In het najaar van 2025 maakte ik samen met mijn vriendin een onvergetelijke reis door Brazilië. We begonnen in Rio de Janeiro en via Manaus, het Amazonegebied, Pantanal en Bonito kwamen we uiteindelijk uit in Paraty. Voor Polarsteps maakte ik onderstaand reisverslag.
Her name was Lola (Rio de Janeiro)
Onderweg luister ik naar de vliegtuigversie van 'I fought piranhas' van The White Stripes. Of het zover gaat komen als we in de Amazone zijn, dat valt nog te bezien. Wel is ons een vangst, bereiding en nuttiging van dit lieflijke visje in het vooruitzicht gesteld. En dus beschouw ik de basale blues van Jack en Meg White als een prima opmaat voor drie weken Brazilië.Het dakterras van ons appartementje op de tiende verdieping in de wijk Ipanema biedt een vrij confronterend zicht op een van de favela's van Rio de Janeiro. Daar blijven we uiteraard zo ver mogelijk uit de buurt. Ondanks de waarschuwingen vooraf op dat gebied verlopen de vier dagen in Rio probleemloos. Al is er midden in de nacht wel opeens een enorm geknal te horen. Het lijkt een langdurige schietpartij en er klinkt zelfs het geluid van bomontploffingen. Maar er volgen geen politiesirenes, wat je verwacht. Dus waarschijnlijk is het vuurwerk geweest om te vieren dat de schurk Bolsonara de rest van zijn leven naar de cel moet.
.jpg)
En dan was er nog het voorval(letje) met mijn creditcard. Die ben ik op een ochtend, na onze gang naar de supermarkt, kwijt. Gestolen, concluderen we al snel, als gevolg van mijn zichtbare gepruts met het zoeken naar mijn pincode bij het betalen. Maar wat blijkt: de creditcard zit in een ander vakje van mijn portemonnee. Je kunt ook te slecht van vertrouwen zijn.
Onze tijdelijke woonplek wordt opgevrolijkt door de aanwezigheid van een piano en een viool. Helaas is de piano al een poosje niet meer gestemd en verloopt mijn eerste fysieke kennismaking met een viool minder voorspoedig dan gedacht. The girl from Ipanema spelen blijkt nog iets te veel gevraagd.
Het café waar die klassieker zijn oorsprong kent, Garota de Ipanema, ligt op loopafstand van ons appartement. De schrijver van het lied (Tom Jobim) zag er begin jaren 60 regelmatig een meisje voorbij paraderen op weg naar het strand. Het inspireerde hem tot de beroemde bossanova, bekend geworden natuurlijk in de uitvoering van Astrud Gilberto, João Gilberto en Stan Getz. In het restaurant tegenover het café spelen, net op het moment dat we er binnenlopen, een gitarist/zanger en saxofonist een verdienstelijke versie van het lied. Aangezien er geen ramen in het restaurant zitten, heeft het duo grote moeite om boven het geluid van de voorbijrazende motoren, auto's, bussen en taxi's uit te komen.
Prachtig is de enorme botanische tuin in Rio, met zo'n 10.000 verschillende plantensoorten. Het bijzondere is dat de Jardim Botânico een geheel vormt met het tropisch woud in de omgeving. We zagen er zijde-apen rondhupsen in een rode struik en veel gekleurde vogels voorbij fladderen, waaronder een kolibrie(!), die bij een fonteintje steeds kort zijn dorst kwam lessen en vervolgens snel terugvloog naar dezelfde plek in de boom. De Amazone-tuin gaf al een klein voorproefje op wat ons nog te wachten staat.
De reisgidsen raden het sterk af om (zeker 's avonds) te voet rond te gaan dwalen in de stad. De vele getraliede gebouwen spreken voor zich. En dus maken we regelmatig, en met veel genoegen (want snel en goedkoop) gebruik van de Uber. Een gesprekje aanknopen met de bestuurder lukt nauwelijks, het merendeel spreekt alleen Portugees. Een jeugdige krullenbol blijkt het Engels wel enigszins machtig. Het koffertje op de stoel naast hem doet dienst als opbergruimte voor zijn ukelele, zo vertelt hij. Gospel en rock hebben zijn voorkeur. Zijn favoriete nummer om te spelen? My Way. Maar Linked Park kan voor hem ook prima op ukelele. Voor optredens is hij te verlegen, zo zegt hij. Wel speelt hij thuis samen met zijn vrouw, die zangeres is. Of in zijn taxi als hij wacht op een klant. Dat gaan we dus helaas niet meemaken.
'Her name was Lola, she was a showgirl.' Nog zo'n iconisch lied over Rio, van Barry Manilow. Met een aanstekelijke swung, maar minder vrolijk qua tekst. De Copacabana dus. Uiteraard brengen we een bezoekje aan het legendarische strand, dat naast dat van Ipanema ligt. Zo'n beetje elke zandkorrel wordt gebruikt voor een partijtje voetvolleybal, mooi om te zien. Gezwommen wordt er niet. De reden: code rood. En dat blijkt niet overdreven, de golven zijn metershoog en denderen op het strand af. Een geweldig schouwspel. Maar ook verraderlijk. Jongens van de strandwacht waarschuwen met een schel fluitje de waaghalzen die toch te ver de zee ingaan. We zien het bijna misgaan: een paar stoere boys negeren de waarschuwing, hetgeen een van hen bijna fataal wordt. De strandwacht duikt, zichtbaar geïrriteerd, het water in om de knul aan land te krijgen. Dat lukt uiteindelijk, met de nodige moeite. Wat volgt is een ongekende tirade van hem tegen de ongehoorzame jongens. Ik doe ook maar snel een pasje terug in het water.
Over het bezoek aan het enorme beeld van Jezus Christus, die van bijna elke plek in de stad te zien is (en eigenlijk imposanter dan van heel dichtbij), kan ik kort zijn. Het was druk. En oh ja, we zagen gelukkig niet alleen duizenden mensen, maar ook een paar ugati's en zijdeapen aan zijn voeten.
In het café Bip Bip speelt een groot gezelschap authentieke Braziliaanse muziek. Het publiek (vooral locals denk ik) luistert kalm en respectvol -staande buiten het cafe(!)- naar de liedjes waar de saudade nooit ver weg is. Sommige worden woord voor woord, en bijna devoot, meegezongen. Aan het eind wordt er niet geapplaudisseerd, maar met de vingers geknipt. Na dit fijne vertoon van Braziliaanse saamhorigheid lopen we naar een café een klein stukje verderop, waar een formatie op leeftijd (op een bar slechte muziekinstallatie) een bijzonder energieke set speelt van opzwepende Braziliaanse muziek. Dat is andere shit.
Over shit gesproken, de walm van weed waait je overal op straat tegemoet. Met name in de wijk Lappa, waar de extravagantie hoogtij viert. Tal van bonte types in alle vormen, maten en uitdossingen, die zo uit een film van Fellini afkomstig zouden kunnen zijn, passeren de revue. In een klein café wordt uitbundig gedanst op wilde samba, vlakbij de plek waar mensen in volle devotie knielen en bidden bij de beeltenis van een heilig verklaarde Portugees. Het contrast is groot.
Ook volgen we de Pista Claudio Coutinho, een mooi wandelpad langs de zee en de Suikerbroodberg, ooit zo genoemd door de Portugezen omdat de vorm van de berg ze aan een suikerbrood deed denken. Vervolgens is het een flinke klim naar Morro da Urca. Onderweg zien we een paar schattige zijdeaapjes. Boven wacht een mooi uitzicht op ons en een ijskoud drankje op basis van açaibessen.
Tot slot: praten doen de taxichauffeurs nauwelijks vanwege hun gebrekkige kennis van het Engels. De laatste die ons naar het vliegveld rijdt, zingt op fluistertoon bijna alle liedjes op de radio mee, waaronder Felicidade van Marcelo Janeci, zie ik op zijn display. Die ga ik in Nederland nog eens checken. Wel iets andere kost dan The White Stripes.
Kunst voor iedereen (Manaus)
Manaus was ooit een van de welvarendste steden ter wereld door de aanwezigheid van rubber, maar raakte aan het begin van de 20e eeuw in verval. Nu is het een stad met twee gezichten. Je ziet er veel armoede, maar een aantal mooie gebouwen herinnert nog aan de glorietijd van de stad, waaronder het Teatro Amazonas. Gebouwd naar Frans voorbeeld, met alleen een kleurrijke koepel van Braziliaanse snit. We krijgen een informatieve, Engelstalige rondleiding door het theater uit de belle epoque, dat ook wel iets wegheeft van Theater Carré. Mooie bijkomstigheid: veel voorstellingen (opera, klassiek, theater, pop, e.a.) zijn gratis te bezoeken. Kunst is voor iedereen, is de te prijzen boodschap.
Bijzonder is ook het zwemmen in Rio Negro, bij een strandje een eindje buiten Manaus. Geen wilde zee, maar een kalme (donker gekleurde) rivier, dus hier kan het wel. Later zal ik nog te horen krijgen dat de rivier geneeskrachtige kwaliteiten heeft en eerlijk is eerlijk: na een wat moeizame dag kom ik er verkwikt uit na een kort zwemmetje.
Mieren tegen muggen (Presidente Figueiredo)
Vanuit Manaus gaan we met een groepje Braziliaanse toeristen in een minibus naar Presidente Figueiredo voor een tochtje door de jungle. Helaas spreekt de gids alleen Portugees, maar via de vertaling van enkele medereizigers krijgen we toch het een en ander mee over de flora en fauna van de jungle. Zoals info over de medicinale werking van sommige planten en dieren, de hoogste boom van de Amazone en een volledig holle boom, die vroeger door de Indianen werd gebruikt als communicatiemiddel. Bijzonder: een mierensoort die op een bepaalde tak zit, kun je op je arm zetten en uitsmeren. Het zou helpen tegen muggen. In een grot stroomt het waar het water van heel hoog in kleine straaltjes naar beneden. Er blijken ook vleermuizen rond te fladderen, dus binnen in het donker houden we het snel voor gezien (rabiës).
Mieren tegen muggen (Presidente Figueiredo)
Vanuit Manaus gaan we met een groepje Braziliaanse toeristen in een minibus naar Presidente Figueiredo voor een tochtje door de jungle. Helaas spreekt de gids alleen Portugees, maar via de vertaling van enkele medereizigers krijgen we toch het een en ander mee over de flora en fauna van de jungle. Zoals info over de medicinale werking van sommige planten en dieren, de hoogste boom van de Amazone en een volledig holle boom, die vroeger door de Indianen werd gebruikt als communicatiemiddel. Bijzonder: een mierensoort die op een bepaalde tak zit, kun je op je arm zetten en uitsmeren. Het zou helpen tegen muggen. In een grot stroomt het waar het water van heel hoog in kleine straaltjes naar beneden. Er blijken ook vleermuizen rond te fladderen, dus binnen in het donker houden we het snel voor gezien (rabiës).
Nog kort iets over de Braziliaanse medereizigers van die dag: in de vroege ochtend (7.00 u) zijn ze allemaal vrij stil en in zichzelf gekeerd. Naarmate de dag vordert (en de bierinname toeneemt) wordt het veelal jeugdige gezelschap steeds uitbundiger. Op de terugweg, als mijn vriendin en ik tamelijk moe (maar voldaan) een beetje willen wegdommelen voor een uurtje of twee, wordt er onophoudelijk gedronken, gekletst en gelachen, als ware het een feest. Rare jongens (en meisjes) die Brazilianen ...
I fought piranhas (Manacapuru)
De ontvangst door de gastheer annex gids van de lodge AltaVista is allerhartelijkst. Léon blijkt een entertainer en kundige gids in een. Al worden er de dagen dat we er zijn ook wel enige vraagtekens gesteld bij alle kennis die de bioloog zoal etaleert. Hoe dan ook, zijn enthousiasme ('ik doe dit werk al 30 jaar') is aanstekelijk en bewonderenswaardig.
De mooie lodge aan de Rio Negro hanteert een strak programma. Ontbijt: zeven uur (even wennen), half acht eerste boottocht tot een uur of tien, lunchen om 13.00, tweede boottocht om 16.30, diner rond acht uur. Het is wel wat veel om de medebewoners van de lodge (ongeveer 8) vier keer per dag te zien, ook al zijn het aardige mensen (bijna) allemaal, afkomstig uit Oostenrijk, Hongarije, Duitsland, Spanje en zowaar: Nederland, Oss.
We varen langs de groene oevers van de Amazone, waar het wemelt van de mooie vogels, zoals ara's, ijsvogels, pauwen, wilde kanaries, chacalaca's en tal van anderen waarvan ik de exotische naam niet kan onthouden. Boven het motorbootje cirkelen bij voortduring allerlei roofvogels, zoals adelaars, (zwarte) haviken, valken en gieren. Soms landen ze even op een tak, speciaal voor de foto. Dan wordt het motortje van de boot even uitgezet en is alleen nog het geluid van de jungle te horen. Op een van die momenten zien we een rog vlak langs de boot zwemmen.
We zien ook enkele kaaimanen, iguana's en diverse apen. Vlakbij ons hutje treffen we in een boom een luiaard aan, een bijzonder beest dat zijn naam alle eer aan doet. Het lijkt alsof hij in slowmotion beweegt. En een hele school kapucijner apen die met bewonderenswaardige lenigheid van boom naar boom springen. Ook worden er kolibries gespot (door mijn vriendin, eerlijk is eerlijk).
Wat de wild-life sfeer extra cachet geeft: de opzichter van het park die doodleuk met een boa constrictor in zijn armen langs onze hut voorbij wandelt, opgeduikeld uit een bosje vlakbij, en dezelfde man die kort daarna een zwarte schorpioen (giftig!) over de mouw van zijn jas laat lopen. Dit alles nog voor het ontbijt.
Tja, en dan die piranhas. Het duurt even voordat Léon en zijn compagnon een goede visstek hebben gevonden in de Rio Grande (schaduw, niet te diep), maar dan worden al gauw de hengels enthousiast overboord gegooid. Ietwat teleurstellend: ik ben een van de weinige die er geen aan de haak slaat, althans wel aan de haak, maar ik haal de hengel te snel op. Maar ook niet teleurstellend, vanwege mijn liefde voor vissen (ik had een aquarium vroeger, meer hierover in mijn verhaal over Mexico). Zo red ik er een paar van de barbecue. Misschien onbewust met voorbedachte rade.
Dat neemt niet weg dat ik een uurtje later gretig een hapje neem van de gevangen visjes als ze worden gebakken op een rooster van takjes(!). De smaak valt een beetje tegen, hij is een beetje taai en smakeloos. Onvergelijkbaar met eerdere voortreffelijke Braziliaanse visjes die we gegeten hebben, zoals de tambaqui. Die heb ik niet gevangen zien worden, misschien scheelt dat ook. Hoe dan ook: fighting piranhas is een bijzondere ervaring.
Dat is ook het zwemmen vanaf het bootje midden op de rivier. Heerlijk warm water, en, als we Léon moeten geloven, door de aanwezigheid van zuren de reden dat er geen malaria in de omgeving voorkomt. Maar hem nemen we af en toe met een korreltje zout, zoals gezegd ...
Ons verblijf in Manacapuru krijgt nog een pikant staartje. En nee, niet van een piranha. Op een ochtend is er grote consternatie bij het Spaanse (en jongste) stel. De nacht ervoor heeft het ietwat vreemde Oostenrijks/Hongaars stel partnerruil voorgesteld. En niet op subtiele wijze: de Hongaarse man (A. genaamd) heeft langdurig (en tamelijk dronken) op de deur van de hut van het Spaanse stel staan kloppen. Zijn vrouw B. (androgyn Instagram-model, 45 jaar) was wel geïnteresseerd in de Spaanse man (politieagent, 31 jaar), A. (special effect designer bij blockbusters, 35 jaar) op zijn beurt in diens vrouw (flamenco-lerares), 31 jaar). Dit alles vertelde ons de zichtbaar ontdane Spaanse man bij het ontbijt, zijn vrouw was aanmerkelijk relaxter. De daders waren (uiteraard) net die ochtend vertrokken van de lodge. Extra wrang was het feit dat de twee Spanjaarden op huwelijksreis waren, wat ze ook tegen iedereen verteld hadden ...
Maar goed, zo krijgt dit reisblog misschien (onbedoeld) een beetje een onverkwikkelijk tintje. En het laatste wat ik wil is deze prachtige reis bezoedelen. We hebben er met het stel uit Oss wel nog een dagje pret van gehad. Goed verhaal, was de conclusie …
Wat de wild-life sfeer extra cachet geeft: de opzichter van het park die doodleuk met een boa constrictor in zijn armen langs onze hut voorbij wandelt, opgeduikeld uit een bosje vlakbij, en dezelfde man die kort daarna een zwarte schorpioen (giftig!) over de mouw van zijn jas laat lopen. Dit alles nog voor het ontbijt.
Tja, en dan die piranhas. Het duurt even voordat Léon en zijn compagnon een goede visstek hebben gevonden in de Rio Grande (schaduw, niet te diep), maar dan worden al gauw de hengels enthousiast overboord gegooid. Ietwat teleurstellend: ik ben een van de weinige die er geen aan de haak slaat, althans wel aan de haak, maar ik haal de hengel te snel op. Maar ook niet teleurstellend, vanwege mijn liefde voor vissen (ik had een aquarium vroeger, meer hierover in mijn verhaal over Mexico). Zo red ik er een paar van de barbecue. Misschien onbewust met voorbedachte rade.
Dat neemt niet weg dat ik een uurtje later gretig een hapje neem van de gevangen visjes als ze worden gebakken op een rooster van takjes(!). De smaak valt een beetje tegen, hij is een beetje taai en smakeloos. Onvergelijkbaar met eerdere voortreffelijke Braziliaanse visjes die we gegeten hebben, zoals de tambaqui. Die heb ik niet gevangen zien worden, misschien scheelt dat ook. Hoe dan ook: fighting piranhas is een bijzondere ervaring.
Dat is ook het zwemmen vanaf het bootje midden op de rivier. Heerlijk warm water, en, als we Léon moeten geloven, door de aanwezigheid van zuren de reden dat er geen malaria in de omgeving voorkomt. Maar hem nemen we af en toe met een korreltje zout, zoals gezegd ...
Ons verblijf in Manacapuru krijgt nog een pikant staartje. En nee, niet van een piranha. Op een ochtend is er grote consternatie bij het Spaanse (en jongste) stel. De nacht ervoor heeft het ietwat vreemde Oostenrijks/Hongaars stel partnerruil voorgesteld. En niet op subtiele wijze: de Hongaarse man (A. genaamd) heeft langdurig (en tamelijk dronken) op de deur van de hut van het Spaanse stel staan kloppen. Zijn vrouw B. (androgyn Instagram-model, 45 jaar) was wel geïnteresseerd in de Spaanse man (politieagent, 31 jaar), A. (special effect designer bij blockbusters, 35 jaar) op zijn beurt in diens vrouw (flamenco-lerares), 31 jaar). Dit alles vertelde ons de zichtbaar ontdane Spaanse man bij het ontbijt, zijn vrouw was aanmerkelijk relaxter. De daders waren (uiteraard) net die ochtend vertrokken van de lodge. Extra wrang was het feit dat de twee Spanjaarden op huwelijksreis waren, wat ze ook tegen iedereen verteld hadden ...
Maar goed, zo krijgt dit reisblog misschien (onbedoeld) een beetje een onverkwikkelijk tintje. En het laatste wat ik wil is deze prachtige reis bezoedelen. We hebben er met het stel uit Oss wel nog een dagje pret van gehad. Goed verhaal, was de conclusie …
Barbecue! Bacon! (Pantanal)
Je moet eerst een hobbelig, stoffig zandpad en een aantal gammele houten bruggetjes over om er te komen, maar dan heb je ook wat: de pousada Santa Klara in de Pantanal, een drassig natuurgebied dat in het regenseizoen voor een groot deel onder water staat, met als gevolg een bijzonder rijke flora en fauna. De tuin van de tot vakantieverblijf omgebouwde oude boerderij is een waar vogelparadijs, zo ervaren we meteen bij binnenkomst. Een groepje blauwe ara's (makau's) zit in een boom rustig te knabbelen aan bacuri-fruit.
De dagen die volgen vliegen de ara's (blauw, geel en groen) ons om de horen, net als veel andere kleurrijke vogelverschijningen. Het fraaie roodgekopte kardinaaltje en de felgele flycatcher vertonen zich dagelijks. Ook pauwen, roofvogels (vliegend of lopend) en diverse reigers zijn er talrijk op het schaduwrijke terrein. Vanuit strategisch gepositioneerde hangmatten kun je al het natuurschoon in alle rust aanschouwen: het is een wonder.
Ook een wonder zijn de toekans die we er in een boom aantreffen. Qua uiterlijk best merkwaardige vogels (alsof ze uit een Disneyfilm komen), die bij de locals niet erg geliefd zijn vanwege hun agressief gedrag. Ze eten de eieren op van de blauwe ara's, zo lees ik later in ons gidsje Wildlife of the Pantanal. In een boom voert een tweetal echter een soort van komische sketch uit (zie filmpje), geweldig om te zien
De rondscharrelende kippen, de lieve hond van het huis met muizenoren (vast zonder rabiës) en de varkens met hun schattige kroost maken het idyllische plaatje compleet. Hier wil je wel wonen, is een gedachte die al snel opkomt. Zeker als je de sfeervolle eetruimte met lange houten tafels en een open oven waarop allerlei heerlijks staat te pruttelen in aanmerking neemt. De reden waarom ik het toch niet zou kunnen: de ara's zien er prachtig uit, maar maken een hels kabaal, zeker als ze aan het kibbelen zijn.
Je moet eerst een hobbelig, stoffig zandpad en een aantal gammele houten bruggetjes over om er te komen, maar dan heb je ook wat: de pousada Santa Klara in de Pantanal, een drassig natuurgebied dat in het regenseizoen voor een groot deel onder water staat, met als gevolg een bijzonder rijke flora en fauna. De tuin van de tot vakantieverblijf omgebouwde oude boerderij is een waar vogelparadijs, zo ervaren we meteen bij binnenkomst. Een groepje blauwe ara's (makau's) zit in een boom rustig te knabbelen aan bacuri-fruit.
De dagen die volgen vliegen de ara's (blauw, geel en groen) ons om de horen, net als veel andere kleurrijke vogelverschijningen. Het fraaie roodgekopte kardinaaltje en de felgele flycatcher vertonen zich dagelijks. Ook pauwen, roofvogels (vliegend of lopend) en diverse reigers zijn er talrijk op het schaduwrijke terrein. Vanuit strategisch gepositioneerde hangmatten kun je al het natuurschoon in alle rust aanschouwen: het is een wonder.
Ook een wonder zijn de toekans die we er in een boom aantreffen. Qua uiterlijk best merkwaardige vogels (alsof ze uit een Disneyfilm komen), die bij de locals niet erg geliefd zijn vanwege hun agressief gedrag. Ze eten de eieren op van de blauwe ara's, zo lees ik later in ons gidsje Wildlife of the Pantanal. In een boom voert een tweetal echter een soort van komische sketch uit (zie filmpje), geweldig om te zien
De rondscharrelende kippen, de lieve hond van het huis met muizenoren (vast zonder rabiës) en de varkens met hun schattige kroost maken het idyllische plaatje compleet. Hier wil je wel wonen, is een gedachte die al snel opkomt. Zeker als je de sfeervolle eetruimte met lange houten tafels en een open oven waarop allerlei heerlijks staat te pruttelen in aanmerking neemt. De reden waarom ik het toch niet zou kunnen: de ara's zien er prachtig uit, maar maken een hels kabaal, zeker als ze aan het kibbelen zijn.
In ons sobere appartementje, met een luid ratelende airco (oordopjes in 's nachts), hebben we die paar dagen een ongenode gast: een piepklein kikkertje. Ook die kunnen hier giftig zijn, zo leren we via internet. Hij (of zij) gaat en komt via het raampje in de badkamer. Als we een verfrissende douche willen nemen (in de niet zo frisse douche), begint hij vrolijk op en neer te hupsen. Op een gegeven moment schakelen we toch maar de kikkeropruimdienst in, gewapend met veger en blik. Natuurlijk is het beestje dan nergens meer te bespeuren.
Brazilianen houden van eten, lekker en veel, zoveel is me intussen wel duidelijk. Dat gaat zelfs zover dat onze gids bij het zien van een koe of varken olijk uitroept: 'Barbecue! Bacon!' Léon van ons vorige verblijf AltaVista zei op een gegeven moment dat hij bij het zien van iguana altijd honger kreeg.
Of Brazilianen dat gevoel ook krijgen bij het zien van een kaaiman, betwijfel ik. Het zou wel verklaren waarom onze bootgids, tijdens een mooie riviertocht vol roofvogels, kapibara's en waterlelies tot vlakbij een tamelijk boos kijkende kaaiman aan de waterkant vaart. We komen zo dichtbij dat het beest moeiteloos op ons bootje zou kunnen springen als hij dat zou willen. Mijn vriendin en ik zitten vooraan. Het beest vreest ongetwijfeld de barbecue en kiest eieren voor zijn geld.
Ook 'nachts gaan we op kaaimanexpeditie. Op een open truck, met voorop een kaaimankenner met cowboyhoed, die met een nachtkijker onafgebroken van links naar rechts de donkerte in schijnt. Best spannend, maar behalve een paar kaaimannen en een aguti wordt er niet veel aangetroffen. Wel op grote afstand een mooi wit vosje, dat even als bevroren in de lichtbundel blijft staan.
In dezelfde truck gaan we ook op zoek naar een jaguar. Die is een paar dagen geleden nog gesignaleerd, zo luidt de niet te verifiëren beloftevolle boodschap voor vertrek. Maar helaas. We zien wel zijn voetsporen en dat is ook wat waard.
Tegen de stroom in (Bonito)
Het stadje Bonito in de Pantanal is minder mooi dan de naam suggereert. Het is niet toevallig dat we er allebei geen foto's van hebben. Het oogt behoorlijk armoedig en de wegen zijn op zijn zachtst gezegd niet om over naar huis te schrijven. In onze huurauto moeten we allerlei capriolen uithalen om de kraters in de straten te omzeilen.
We zitten wel op een fijne plek, aan de rand van Bonito. In een appartement op een soort van camping waar we de enige gasten zijn en waar het buiten (met een fijne veranda, lekkere hangmat, een open grasveld voor de deur en een toekan in de boom) net iets beter toeven is dan binnen. Daar hebben we te maken met een lekkage tijdens een tropische regenbui (kleren nat), een loszittende plastic wc-bril die meebeweegt met je billen (en soms van de pot af schuift) en een rijkelijk beschimmeld espresso-apparaat. En een overdaad aan muggen.
Maar er zijn ook twee lieve poezen, die elke avond lieflijk miauwend komen informeren of we eten over hebben. Ze schurken onophoudelijk tegen onze benen aan, wat mij dan toch weer extra alert maakt ivm rabiës. Wilde katten kunnen het ook onder de leden hebben natuurlijk. Maar goed, ze zijn de kwaadste niet en daarom krijgen ze op de laatste avond een restje pasta met tonijn.
Het stadje Bonito in de Pantanal is minder mooi dan de naam suggereert. Het is niet toevallig dat we er allebei geen foto's van hebben. Het oogt behoorlijk armoedig en de wegen zijn op zijn zachtst gezegd niet om over naar huis te schrijven. In onze huurauto moeten we allerlei capriolen uithalen om de kraters in de straten te omzeilen.
We zitten wel op een fijne plek, aan de rand van Bonito. In een appartement op een soort van camping waar we de enige gasten zijn en waar het buiten (met een fijne veranda, lekkere hangmat, een open grasveld voor de deur en een toekan in de boom) net iets beter toeven is dan binnen. Daar hebben we te maken met een lekkage tijdens een tropische regenbui (kleren nat), een loszittende plastic wc-bril die meebeweegt met je billen (en soms van de pot af schuift) en een rijkelijk beschimmeld espresso-apparaat. En een overdaad aan muggen.
Maar er zijn ook twee lieve poezen, die elke avond lieflijk miauwend komen informeren of we eten over hebben. Ze schurken onophoudelijk tegen onze benen aan, wat mij dan toch weer extra alert maakt ivm rabiës. Wilde katten kunnen het ook onder de leden hebben natuurlijk. Maar goed, ze zijn de kwaadste niet en daarom krijgen ze op de laatste avond een restje pasta met tonijn.
En we maken een paar fijne trips vanuit Bonito. De eerste, op een uurtje rijden, voert te voet en met een holderdebolder open truck langs een aantal mooie watervallen, waar ook een gelegenheid is tot zwemmen. Het water is frisjes, maar fijn verkoelend op deze warme dag. Minder fijn is dat ik op een gegeven moment gestoken wordt door een of ander insect. Aan de binnenkant van mijn linkerbovenarm zie ik opeens (niet al te scherp, want ik heb mijn leesbril niet op) een beetje bloed en een minuscuul zwart wormpje.
Ik attendeer de gids erop, die vervolgens zonder aarzelen het beestje in een beweging uit mijn huid trekt. 'Een teek,' is zijn conclusie. Omdat ik zeker wil weten dat het weg is (want enge verhalen gehoord over tekenbeten), vraag ik onze tweede gids om een second opinion. 'Ja hoor, die is eruit!', zegt ze vrolijk. Fijn, hup naar de volgende waterval. Ik ben wel extra alert vanaf nu.
Een van de hoogtepunten van de reis ervaar ik de volgende dag. De ochtendwandeling door het tropenbos langs een goed verstopte curassow (bruine hokko, bedreigde vogel!), mooie paarse acacia's, beginnende ananasvruchten en een enorme kloof waar talrijke ara's in vogelvlucht te aanschouwen zijn (met naast ons een paar Engelse toeristen op leeftijd met een telelens van een meter of twee) is al de moeite waard, maar het neusje van de zalm is voor deze vissenliefhebber natuurlijk de snorkeltocht van een kilometer of vijf door Rio da Prata. Mijn eigen snorkeluitrusting (bril met plastic glas, beslaat snel) ruil ik vrijwel direct in voor een huurexemplaar, met echt glas. Ook weer iets geleerd.
Ik attendeer de gids erop, die vervolgens zonder aarzelen het beestje in een beweging uit mijn huid trekt. 'Een teek,' is zijn conclusie. Omdat ik zeker wil weten dat het weg is (want enge verhalen gehoord over tekenbeten), vraag ik onze tweede gids om een second opinion. 'Ja hoor, die is eruit!', zegt ze vrolijk. Fijn, hup naar de volgende waterval. Ik ben wel extra alert vanaf nu.
Een van de hoogtepunten van de reis ervaar ik de volgende dag. De ochtendwandeling door het tropenbos langs een goed verstopte curassow (bruine hokko, bedreigde vogel!), mooie paarse acacia's, beginnende ananasvruchten en een enorme kloof waar talrijke ara's in vogelvlucht te aanschouwen zijn (met naast ons een paar Engelse toeristen op leeftijd met een telelens van een meter of twee) is al de moeite waard, maar het neusje van de zalm is voor deze vissenliefhebber natuurlijk de snorkeltocht van een kilometer of vijf door Rio da Prata. Mijn eigen snorkeluitrusting (bril met plastic glas, beslaat snel) ruil ik vrijwel direct in voor een huurexemplaar, met echt glas. Ook weer iets geleerd.
We missen de lunch voorafgaand aan het snorkelen, dus met alleen een karig ontbijtje wordt het wel afzien die vier uur. Zeker als ik onderweg een aantal overheerlijke dourada's voorbij zie zwemmen. Maar zonder gekheid, een paar uur snorkelen met de stroom mee (en lekker lui verpakt in een zwemvest), met vele prachtige vissen die het pad kruisen, is een geweldige ervaring. Af en toe zwem ik (figuurlijk) tegen de stroom in en zoek ik, los van de groep, toch even de randen van de rivier op. Met het gevaar op geïrriteerde kaaimannen, maar ook met de beloning van het zien van prachtige kleine rode visjes, die verder niemand heeft opgemerkt, volgens mij.
Pas op voor vallende kokosnoten! (Paraty)
De laatste dagen van onze reis brengen we door in Paraty, een kleurrijk, koloniaal stadje ('de koloniale parel van Brazilië'), met tal van 18e en 19e-eeuwse sobrado's (villa's) uit de Portugese tijd, toen de haven werd gebruikt voor het verschepen van goud gedolven in de omgeving. Tal van sfeervolle ateliers, Indiaanse straatverkopers, leuke winkeltjes, fijne restaurant en Franssprekende inwoners maken het hier fijn toeven. Het onregelmatige plaveisel van de straten is wel een puntje van aandacht. Als je even niet oplet, ga je onderuit.
Paraty is prachtig gelegen, tussen de groene bergen en de zee in. Uiteraard maken we een paar mooie wandelingen langs de kust en door de jungle. Het is heel bijzonder om na een flinke tocht door een bos met allerlei exotische vegetatie en vol van dierengeluiden (er zitten veel iguana's) opeens uit te komen op een paradijselijk strand. De duik is na alle inspanning (flinke klim!) dan snel gemaakt.
Pas op voor vallende kokosnoten! (Paraty)
De laatste dagen van onze reis brengen we door in Paraty, een kleurrijk, koloniaal stadje ('de koloniale parel van Brazilië'), met tal van 18e en 19e-eeuwse sobrado's (villa's) uit de Portugese tijd, toen de haven werd gebruikt voor het verschepen van goud gedolven in de omgeving. Tal van sfeervolle ateliers, Indiaanse straatverkopers, leuke winkeltjes, fijne restaurant en Franssprekende inwoners maken het hier fijn toeven. Het onregelmatige plaveisel van de straten is wel een puntje van aandacht. Als je even niet oplet, ga je onderuit.
Paraty is prachtig gelegen, tussen de groene bergen en de zee in. Uiteraard maken we een paar mooie wandelingen langs de kust en door de jungle. Het is heel bijzonder om na een flinke tocht door een bos met allerlei exotische vegetatie en vol van dierengeluiden (er zitten veel iguana's) opeens uit te komen op een paradijselijk strand. De duik is na alle inspanning (flinke klim!) dan snel gemaakt.
Op advies van mijn nicht die in Brazilië is opgegroeid, bezoeken we ook een 'natuurlijk zwembad': omgeven door rotsen blijft een klein stukje zee gevrijwaard van de woeste golven die we overal zien en kun je rustig (nou ja, met vele anderen) poedelen in het frisse, kalme water. Het is een soort picknickplek voor veel Brazilianen, zo lijkt het.
We sluiten onze prachtige reis in Brazilië af met een glaasje kokosmelk, in een ligstoel met uitzicht op zee. Niet onder een palmboom uiteraard, want 'Beware of falling coconuts' staat er op een bordje even verderop. Het zal je maar gebeuren op de laatste dag ...






Geen opmerkingen:
Een reactie posten