maandag 12 januari 2026

Een leven (op)getekend


Bij de naam Ien van Laanen zal niet bij iedereen meteen een belletje gaan rinkelen. Maar de kans is groot dat je ooit een illustratie, cartoon of tekening van haar hebt gezien. Op de cover van Harry Potter of de Griezelbus bijvoorbeeld, of in een krant of weekblad. Ien van Laanen heeft haar sporen achtergelaten.


De ontvangst in haar sfeervolle woning op de dijk bij de Linge is allerhartelijks. Op zijn Limburgs, ben je dan geneigd te zeggen. Met een stukje vlaai, klassieke muziek op de achtergrond en een hond die zich aan de voeten vleit van de interviewer, wordt de toon gezet voor een prettig gesprek. De tafel in de woonkamer ligt bezaaid met boeken, illustraties en tekeningen. Ien van Laanen heeft het interview goed voorbereid, dat wordt al snel duidelijk.

Foto: Thom Spierenburg

Ze woont lange tijd in Amsterdam, maar gezondheidsredenen brengen haar naar deze rustieke plek in de Betuwe. Van Laanen wil er wel iets over kwijt, maar daarna moeten we het snel over leuke zaken hebben. ‘Ongeveer twintig jaar geleden kreeg ik een hersenziekte, met coördinatie- en oriëntatiestoringen tot gevolg. Lopen lukte niet meer goed en dus werd Amsterdam voor mij onleefbaar. Gelukkig heeft de tremor het tekenen zelf nooit beïnvloed.’ Sinds een jaar of dertien jaar woont ze met haar man en hond in Geldermalsen. ‘Het gaat nu een stuk beter.’

En inderdaad, Van Laanen (68) maakt een energieke indruk en vertelt vol enthousiasme over haar werk. De schaterlach is nooit ver weg. Ze is nog steeds actief (‘ik werk nu aan een kinderverhaal over een klein meisje, dat samen met een beer naar de sterren gaat’), maar wel minder fanatiek dan voorheen, toen ze vaak tot diep in de nacht aan haar deadlines werkte.

Het laatste grote project deed ze in 2011 voor de Volkskrant. ‘Wilma de Rek en Bert Wagendorp hadden een gezamenlijke rubriek, getiteld Encyclopedie der Nederlanden. Ze schreven over typisch Nederlandse aangelegenheden, zoals intolerantie, hondenpoep, het Oranje-gevoel en de Efteling. Ik maakte er de illustraties bij, in een soort van Delfts blauw.’

Op een gegeven moment gaan mensen de krant bellen om te vragen waar de tegels te koop zijn. ‘Maar het waren illustraties, geen tegels. Toen hebben we snel een tegelbakker ingeschakeld. Die werd door alle aanvragen binnen no time overspannen. Mijn zwager nam de organisatie later over.’

De tegels zijn nog steeds te koop, vertelt Van Laanen niet zonder trots. ‘Sommige mensen hebben ze ingebouwd in hun badkamer. Wilma en Bert hebben er een paar ingemetseld in de keuken van hun nieuwe huis in Culemborg, hier niet zo ver vandaan.’

Ook voor de Volkskrant maakt Van Laanen jarenlang politieke prenten. ‘Dat heb ik altijd heerlijk gevonden. Ik was een de weinige vrouwen die politieke tekeningen maakte. Het was een clubje van mannen, met onder andere Peter van Straaten, Len Munnik, Stefan Verwey, Jos Collignon en, als grote voorganger Opland.’ Aan de muur hangt een collectie van illustraties van haar collega’s. ‘Jij kent ze niet allemaal? Tjonge …’

Ze toont enkele van haar politieke illustraties. ‘Deze over Schiphol, of deze over Kyoto en het klimaat zijn nog steeds actueel.’ Veel ingezonden brieven krijgt ze niet. ‘Mijn tekeningen waren vrij mild.’

Van Laanen is een van de eerste illustratoren die fotografie en tekenen combineert met een nabewerking op de computer (Photoshop). ‘Ik wilde er heel lang niet aan. Je kunt niet spetteren dacht ik, en alles is georganiseerd. Toeval doet niks meer. Niets was minder waar. De computer bleek een super kleurdoos te zijn!’ Ze krijgt les van een collega die handig is met fotobewerking. ‘Ik kon nu eindeloos schaven aan een tekening. Daarvoor was het: geplakt is geplakt.’

Politiek besef krijgt ze van huis uit mee. ‘Mijn vader praatte veel over politieke zaken. Tijdens zijn leven werd hij steeds linkser, tot aan de Rode Linie en het communisme aan toe. Mijn moeder was volgzamer van aard.’

Van Laanen wordt geboren in Blerick, aan de Drie Decembersingel. Haar moeder is een ‘echte Limburgse’, haar vader ‘half Brabants.’ ‘Ze hadden allebei de oorlog meegemaakt: de bombardementen, het verstoppen van mensen, et cetera. Dat is altijd wel een ding geweest bij ons thuis. Mijn vader praatte er wel over, mijn moeder niet. Ik zag hoe het hun hele leven beïnvloed heeft.’

Het is haar opa die Van Laanen de liefde voor verhalen bijbrengt. ‘Hij woonde bij ons in en kon heel goed sprookjes vertellen. Dat deed hij tijdens een wandeling, of bij de kachel in de keuken. Alle kinderen uit de buurt kwamen dan luisteren. Het mooie was: hij zette zichzelf in de hoofdrol.’ Kan ze zich nog een verhaal voor de geest halen? ‘Ja, over een wedstrijdje stenen gooien met drie reuzen. Wie kon het hoogste gooien? Mijn opa pakte een vogeltje en legde daar de steen op. Die kwam nooit meer terug ...’

Ook haar passie voor tekenen wordt thuis aangewakkerd. ‘Kunstboeken waren er nauwelijks in huis en naar een museum gingen we nooit. Maar mijn zus en onze pap konden goed tekenen. Dat vond ik altijd magisch, ik probeerde ze dan na te tekenen.’ In huize Van Laanen hangen in die tijd overal schilderijen van haar vader. ‘De stijl? Super realistisch!’. Ook de fraaie illustraties uit sprookjesboeken inspireren Van Laanen. ‘Ik had al snel door hoe perspectief werkt, dus hoe je mensen van de zijkant tekent en dat soort dingen.’

Ze toont een foto van zichzelf, tekenend op de kleuterschool. ‘Dat kon ik toen al aardig. Alle kinderen uit de klas gingen, met een krijtje in de hand op mijn tekening, op eenzelfde soort schoolfoto. Toen ik hem terugkreeg, zat hij vol met stipjes en kon ik hem weggooien haha.’

Niet zo verrassend dus dat Van Laanen tekeningen gaat maken voor de schoolkrant. ‘Zuster Cecilia had al snel door dat ik handig was met een potlood of stift. Ik heb eindeloos Jezus in de woestijn getekend. Andere meisjes kleurden het dan in, het geel was pertinent op haha.’

Al op haar zestiende krijgt ze een eerste serieuze opdracht: ze mag de illustraties maken bij het kinderboek Gozewina de heks. ‘Mijn broer had een goed woordje voor mij gedaan. Dat vond ik heel leuk natuurlijk, maar ik kreeg een verschrikkelijke recensie: ‘Houterig getekend.’ Nee, daar was ik het beslist niet mee eens.’

Vervolgens werkt Van Laanen een tijdje voor de jeugdtijdschriften Jippo, Okkie en Taptoe. ‘Kinderboekenschrijver en striptekenaar Jean Dulieu (bekend van Paulus de Boskabouter, red.) was toen mijn grote voorbeeld.’

Na de middelbare school wil ze naar de kunstacademie, maar haar vader geeft geen toestemming. ‘Hij vond dat ik een vak moest leren. De kunstacademie was ook veel te vrij. Docenten liepen daar weg met leerlingen, en omgekeerd.’ Als compromis kiest Van Laanen voor de kunstacademie mét een lerarengraad. ‘Dat mocht wel van mijn vader.’ Ze begint in Nijmegen, vervolgt de opleiding in Amsterdam en doet het laatste gedeelte in Groningen.

Daar gaat ze werken in de theaterwereld (‘decors bouwen, theaterbeelden maken’). Ook verzorgt ze de illustraties bij de rubriek ‘Langs de meetlat’ van het tijdschrift Opzij, waarbij mannen (veelal politici) worden beoordeeld op hun feministische eigenschappen. ‘Een aantal van die illustraties heeft nog in de Tweede Kamer gehangen. Het was een heel gedoe om dat voor elkaar te krijgen, maar uiteindelijk is het toch gelukt.’

Ook illustreert ze voor opiniebladen (o.a. Vrij Nederland en HP De Tijd) en jeugd- en welzijnsorganisaties. ‘Ik heb met de paplepel binnen gekregen dat het altijd ergens over moet gaan. Aan reclame heb ik altijd een hekel gehad. En bij de Shell kon ik veel verdienen, maar ik heb ‘nee’ gezegd.’ Bij de Volkskrant werkt Van Laanen voor de literaire bijlage Cicero en voor de katernen van Economie en Wetenschap. ‘Op zaterdag ging ik in de kroeg in Amsterdam kijken of mensen mijn tekening wel opmerkten, haha.’

Van Laanen werkt aan de hand van een tekst, maar ze wil benadrukken dat illustreren meer is dan ‘een plaatje bij een praatje’. ‘Dat zeg ik ook altijd tegen mijn studenten. Een tekening is een op zichzelf staand iets, met een geheel eigen boodschap. Je moet het los van de tekst aan de muur kunnen hangen. Een goed beeld komt meteen bij je binnen, net als muziek. Naast illustrator ben ik ook altijd een vrij kunstenaar geweest.’

De meeste bekendheid krijgt Van Laanen door haar illustraties bij de Nederlandse uitgave van Harry Potter. ‘Dat was een hele eer ja. Ik vond die verhalen altijd al geweldig. Een toverwereld en een grotemensenwereld die in elkaar werden gewoven. Ik kon me goed voorstellen dat die wereld echt zou bestaan. En vliegen was altijd een kinderwens van mij geweest. Er zat ook veel humor in. Ik moest aan de verhalen van mijn opa denken.’

Ze vervolgt: ’Vroeger toen ik kinderboeken las, kwam het beeld dat ik had van een hoofdpersoon nooit overeen met de tekening. Ik heb Harry’s gezicht zelf dan ook niet écht in beeld gebracht, maar veel meer de sfeer getekend waarin hij zijn avonturen beleeft.’ De eerste boeken van Harry Potter doen nog niet zo veel, maar vanaf deel drie worden de verhalen over de tovenaarsleerling wereldwijd een hype. ‘Ze zijn zelfs in het Fries uitgegeven. Ik vind dat er nog een Limburgse editie moet komen.’

In een aflevering van het kinderprogramma Het Klokhuis (2007) doet Van Laanen uit de doeken hoe ze te werk is gegaan bij de illustraties van Harry Potter. ‘Een kinderboek dat op de computer is getekend, dat was heel bijzonder in die tijd.’ Ook legt ze uit hoe een aardappel de inspiratie vormt voor haar illustratie van Kneister. Overigens zijn de boeken van Harry Potter taboe in de christelijke omgeving waar Van Laanen momenteel woont: ‘Die mogen hier niet bij de dokter liggen, dat is helse literatuur.’

Ze is blij met alle mooie opdrachten die ze heeft gekregen. Maar wat ze beslist niet onbenoemd wil laten: haar illustraties voor Kankerspoken.nl. ‘Dat is een website die hulp biedt aan jonge kinderen van wie een gezinslid ernstig ziek wordt. Een vader, moeder, opa of oma. Of een broertje of zusje. Hoe ga je daar als ouder of leerkracht mee om? Hoe vertel je het aan de kinderen? Kankerspoken.nl is een mooie organisatie die heel belangrijk werk doet.’

Tot slot: wat is er overgebleven van haar band met Noord-Limburg? ‘Een deel van mijn familie woont er nog, maar ik kom er bijna nooit meer. Blerick is onherkenbaar veranderd. De korenvelden en bossen uit mijn jeugd zijn helemaal volgebouwd. Ik ken er de weg niet meer terug.’ Voor een ding zou ze beslist naar Venlo komen: ‘Een expositie in Bommel van Dam, dat zou geweldig zijn!’

Eerdere publicatie in de Buun.  

Geen opmerkingen:

Een reactie posten