Rick de Gier brengt cd uit over Houten
Het was de bedoeling om een roman te schrijven. Maar Rick de Gier kreeg het verhaal over zijn jeugd in Houten niet rond. Om het mislukte project toch een positieve draai te geven, bracht hij een cd en een boekje met korte verhalen uit: ‘Vliegtuigsporen boven Houten’.
Tien jaar was journalist Rick de Gier al met de roman bezig, maar nog steeds was hij niet tevreden over het resultaat. Zo’n 400 pagina’s had hij intussen geschreven van zijn verhaal met ‘grote thema’s, meerdere hoofdpersonages en een tijdsspanne van twintig jaar’. Is hij te ambitieus geweest? ‘Ja, dat denk ik wel. Ik had teveel hooi op mijn vork genomen. De uitgevers die ik benaderde vonden de roman op zich interessant en goed geschreven, maar het miste iets. Er zat te weinig lijn in het verhaal. Uiteindelijk dacht ik: ik kan er wel tot mijn dood mee bezig zijn, laat ik het project maar afronden ...’
Toen is het een cd geworden ...
‘Ja, ik ben ook muzikant (met zijn band Ponoka bracht De Gier vier albums uit, red.) en had in de tussentijd ook al liedjes geschreven. Ik besloot een album te maken met dezelfde thematiek als het boek. Daarnaast heb ik een theatervoorstelling gemaakt, waarin ik de liedjes zing en verhalen over Houten vertel. Die verhalen heb ik ook verwerkt in een boekje dat ik als bijlage bij de cd heb uitgebracht. Dus zo heeft die mislukte roman toch nog wel wat opgeleverd.’
Waarom wilde je zo graag een boek over Houten schrijven?
‘Ik heb als kind een tijdje in Canada gewoond. Daar heb ik twaalf jaar geleden een verhalenbundel over geschreven, ‘Verdwaald in Ponoka’. Toen we verhuisden naar Houten, kwam ik letterlijk van de prairie in een spiksplinternieuw dorp terecht. Alles leek op elkaar, het was bijna surrealistisch. Als puber vond ik het er maar saai en gezapig. Gelukkig had ik wel een vriendengroepje waarmee ik leuke dingen deed, o.a. een bandje oprichten. Dus ik heb zeker ook goede herinneringen aan Houten. In de roman wilde ik een sfeerschets geven van die tijd.’
Je opvoeding was vrij christelijk, zo blijkt uit je teksten …
‘Ja, we waren thuis gereformeerd. Elke zondag gingen we naar de kerk en aan tafel werd de bijbel gelezen. Daar heb ik gemengde gevoelens over. Dat ik de bijbel ken, vind ik een verrijking. Het zijn mooie verhalen. Maar als tiener zette ik me ook af tegen de rigiditeit en theologische denkbeelden. Ik had vooral moeite met het ‘wij/zij gevoel’: de christenen tegen de boze buitenwereld. Een deel van het geloof heb ik overboord gegooid, maar de kern heb ik bewaard. Ik ben nog steeds gelovig. De ideeën van Jezus over radicale naastenliefde blijven me aanspreken.’
Toen ontdekte je als tiener in een christelijke omgeving de popmuziek. Hoe ging dat?
‘Film en popmuziek hebben me altijd enorm aangetrokken (De Gier is film- en muziekjournalist bij de VPRO Gids, red.). In Canada zat ik op een streng christelijke privéschool, waar we leerden dat wereldse muziek fout was. Toen ging ik wel even nadenken. Maar popmuziek vond ik zo goed, ik begreep niet wat daar mis mee kon zijn. In Houten heb ik er verder geen problemen mee gehad. Mijn ouders waren niet zo streng op dat gebied. Misschien hebben mijn oudere zussen het pad voor mij geëffend.’
De liedjes op je album zijn elektronisch, terwijl je met Ponoka gitaarmuziek maakte. Waarom heb je daarvoor gekozen?
‘Ik vond het leuk om me muzikaal opnieuw uit te vinden. Nederlandstalige muziek had ik ook nog nooit gemaakt. Bij die jaren 80 wijken in Houten hoort ook synthpop, vind ik. Het is de muziek van die tijd. Ik hou niet alleen van gitaarmuziek, maar ook van bands als Depeche Mode, New Order en Pet Shop Boys.’
Ben je al met al toch tevreden over het eindresultaat?
‘Ja, ik ben echt trots op het album. En het voelt goed dat er toch iets concreets uit die periode van tien jaar is voortgekomen. Want het geworstel met die roman voelde wel als een grote mislukking. Het thema mislukking zit ook als rode draad door de verhalen en de liedjes. In het tweede deel van het boekje staat een essay waarin ik me afvraag wat een mens drijft om creatief bezig te zijn. En te blijven.’
En?
‘Het mooie van een verhaal is dat je er in je hoofd altijd verder mee kan. Dromen en fantaseren geven je een gevoel van vrijheid. Verhalen zijn het rijkste wat we hebben.’
Dus je gaat het nog eens proberen?
‘Ja, maar het volgende boek wordt wel een stuk minder omvangrijk haha. Een novelle van een pagina of honderd. Ik ben toch meer van het korte werk, zo heb ik ervaren.’
‘Ja, ik ben ook muzikant (met zijn band Ponoka bracht De Gier vier albums uit, red.) en had in de tussentijd ook al liedjes geschreven. Ik besloot een album te maken met dezelfde thematiek als het boek. Daarnaast heb ik een theatervoorstelling gemaakt, waarin ik de liedjes zing en verhalen over Houten vertel. Die verhalen heb ik ook verwerkt in een boekje dat ik als bijlage bij de cd heb uitgebracht. Dus zo heeft die mislukte roman toch nog wel wat opgeleverd.’
Waarom wilde je zo graag een boek over Houten schrijven?
‘Ik heb als kind een tijdje in Canada gewoond. Daar heb ik twaalf jaar geleden een verhalenbundel over geschreven, ‘Verdwaald in Ponoka’. Toen we verhuisden naar Houten, kwam ik letterlijk van de prairie in een spiksplinternieuw dorp terecht. Alles leek op elkaar, het was bijna surrealistisch. Als puber vond ik het er maar saai en gezapig. Gelukkig had ik wel een vriendengroepje waarmee ik leuke dingen deed, o.a. een bandje oprichten. Dus ik heb zeker ook goede herinneringen aan Houten. In de roman wilde ik een sfeerschets geven van die tijd.’
Je opvoeding was vrij christelijk, zo blijkt uit je teksten …
‘Ja, we waren thuis gereformeerd. Elke zondag gingen we naar de kerk en aan tafel werd de bijbel gelezen. Daar heb ik gemengde gevoelens over. Dat ik de bijbel ken, vind ik een verrijking. Het zijn mooie verhalen. Maar als tiener zette ik me ook af tegen de rigiditeit en theologische denkbeelden. Ik had vooral moeite met het ‘wij/zij gevoel’: de christenen tegen de boze buitenwereld. Een deel van het geloof heb ik overboord gegooid, maar de kern heb ik bewaard. Ik ben nog steeds gelovig. De ideeën van Jezus over radicale naastenliefde blijven me aanspreken.’
Toen ontdekte je als tiener in een christelijke omgeving de popmuziek. Hoe ging dat?
‘Film en popmuziek hebben me altijd enorm aangetrokken (De Gier is film- en muziekjournalist bij de VPRO Gids, red.). In Canada zat ik op een streng christelijke privéschool, waar we leerden dat wereldse muziek fout was. Toen ging ik wel even nadenken. Maar popmuziek vond ik zo goed, ik begreep niet wat daar mis mee kon zijn. In Houten heb ik er verder geen problemen mee gehad. Mijn ouders waren niet zo streng op dat gebied. Misschien hebben mijn oudere zussen het pad voor mij geëffend.’
De liedjes op je album zijn elektronisch, terwijl je met Ponoka gitaarmuziek maakte. Waarom heb je daarvoor gekozen?
‘Ik vond het leuk om me muzikaal opnieuw uit te vinden. Nederlandstalige muziek had ik ook nog nooit gemaakt. Bij die jaren 80 wijken in Houten hoort ook synthpop, vind ik. Het is de muziek van die tijd. Ik hou niet alleen van gitaarmuziek, maar ook van bands als Depeche Mode, New Order en Pet Shop Boys.’
Ben je al met al toch tevreden over het eindresultaat?
‘Ja, ik ben echt trots op het album. En het voelt goed dat er toch iets concreets uit die periode van tien jaar is voortgekomen. Want het geworstel met die roman voelde wel als een grote mislukking. Het thema mislukking zit ook als rode draad door de verhalen en de liedjes. In het tweede deel van het boekje staat een essay waarin ik me afvraag wat een mens drijft om creatief bezig te zijn. En te blijven.’
En?
‘Het mooie van een verhaal is dat je er in je hoofd altijd verder mee kan. Dromen en fantaseren geven je een gevoel van vrijheid. Verhalen zijn het rijkste wat we hebben.’
Dus je gaat het nog eens proberen?
‘Ja, maar het volgende boek wordt wel een stuk minder omvangrijk haha. Een novelle van een pagina of honderd. Ik ben toch meer van het korte werk, zo heb ik ervaren.’
Eerdere publicatie in AD Utrechts Nieuwsblad

Geen opmerkingen:
Een reactie posten