dinsdag 13 januari 2026

Jonge held op saxofoon


De 15-jarige Utrechter Mink Jaspers won met zijn saxofoon de eerste prijs van het Prinses Christina Jazz Concours 2025, dé landelijke muziekwedstrijd voor verschillende muziekstijlen. Een bijzondere prestatie.


In de Hertz-zaal van TivoliVredenburg overtuigde Mink de jury van zijn kunnen. Hij won in de categorie 12 t/m 15 jaar. Op jonge leeftijd werkt de jonge saxofonist al aan verschillende projecten, zoals een bigband, een duo met jazz-kamermuziek en een trio met eigen composities. Volgens de jury van het concours is Mink al ‘flink onderweg op een veelbelovend muzikaal pad’.

Foto: Angeliek de Jonge
Om te beginnen: gefeliciteerd! Superblij zeker?

‘Jazeker! Toen ik gebeld werd dat ik in de finale stond, had ik net schoolpauze. Ik realiseerde me niet meteen wat ik bereikt had. Een grote concurrent had ik in de halve finale al verslagen. In de finale deed ik iets wat anderen niet deden: ik speelde in een triosetting. Zonder gitaar en piano, maar met contrabas en drums. En als enige in mijn leeftijdscategorie speelde ik een eigen stuk. Nu begint het wel tot me door te dringen dat ik iets bijzonders heb gedaan.’

Je schrijft dus ook al je eigen muziek?


‘Ja, daar ben ik net mee begonnen. Het was wel spannend om mijn eerste eigen stuk, getiteld Enya, te spelen tijdens de finale. Maar ik dacht dat het een mooi moment zou zijn. En het heeft goed uitgepakt.’

Wat zei de jury over je optreden?

‘Wacht, ik pak het juryrapport er even bij: ‘Als je met de eerste tenorklanken de zaal stil en geboeid kunt krijgen, en een sfeer creëert van subtiliteit en intensiteit, ben je al flink onderweg op een veelbelovend muzikaal pad’.

Dat is niet mis. Was het nog bijzonder voor jou om in TivoliVredenburg te spelen?

‘Toen ik jong was, stond ik met een jeugdsymfonieorkest al eens in de Grote Zaal. Ook doe ik regelmatig mee aan de sessies bij de Rabo Stage. Dus ik kom er vaak. Maar spelen in de Hertz-zaal was de eerste keer voor mij. Ik ben er wel regelmatig geweest om naar optredens te kijken. De laatste keer dat ik er was, trad Yuri Honing (internationaal bekende Nederlandse saxofonist, red.) op. Nu kon ik er zelf spelen, dus dat was supermooi.’

Hoe ben jij bij de saxofoon terecht gekomen?

‘De sound pakte me meteen. Mijn eigen stem past er goed bij. Bij de tenorsax die ik nu heb, hoort wel een grappig verhaal. Mijn docent gaf me die een keer mee en er was meteen een klik. Ik vond het geluid fantastisch! Ik heb er veel op gespeeld totdat ik hoorde dat hij van Bob Rigter, de vader van mijn docent, was geweest. Dat vond ik wel bijzonder, er zat al een hele geschiedenis aan vast!’

Ongeveer 2.5 jaar geleden sprak ik je ook voor deze krant. In hoeverre heb je je sindsdien ontwikkeld als saxofonist?

‘Ik zit nu in het derde jaar van het Junior Jazz College, een opleiding voor jongeren aan het Conservatorium van Amsterdam. Daar vind ik het fantastisch en ik heb er veel vrienden gemaakt. Mijn docent zegt dat ik elke dag moet spelen, al is het maar een toonladder van een minuut. Maar meestal speel ik langer. Ik speel ook dwarsfluit en ben net begonnen met de klarinet. Wat beter is geworden aan mijn saxofoonspel: de lijnen die ik speel en het improviseren. Ik ben nu veel bezig met de muziek van John Coltrane. Er komt iets bij me vrij als ik zijn muziek speel. Ik streef ernaar om een eigen sound en stijl te ontwikkelen om mezelf te kunnen uiten in muziek.’

Hoe vinden je vrienden het dat je jazzsaxofonist bent?

‘Ik ben eraan gewend dat ze andere dingen doen. Ze weten wel wat ik doe, maar zijn niet echt geboeid door jazz. Dat vind ik geen probleem. ‘Je moet ernaar leren luisteren,’ zag ik altijd. Dat doe ik al mijn hele leven, de kasten in ons huis staan vol met cd’s. Op het Conservatorium kan ik wel met vrienden over muziek praten.’

Zie jij AI als een bedreiging voor de muziek?

‘Nee, maar ik denk er wel over na. Ik vind het bizar dat je Chat GPT kunt vragen om in no time een nummer te schrijven. Maar een concert is heel anders dan muziek op Spotify beluisteren. Liveoptredens zullen altijd blijven bestaan. Ik zou nooit naar een optreden gaan om naar een computer te kijken. AI kan alleen iets maken op basis van muziek die al bestaat. Dus als je uniek en vernieuwend wil zijn, heb je niks aan AI. En ik streef ernaar om een eigen stijl te ontwikkelen.’

Je bent dus een veelbelovend muzikaal pad ingeslagen. Wat is je droom?

‘Tijdens het vorige interview met deze krant (ongeveer 2,5 jaar geleden, red.) zei ik dat ik heel graag in het Bimhuis zou willen spelen. Dat is nog steeds zo, maar eigenlijk wil ik op zoveel mogelijk plekken spelen en met zoveel mogelijk mensen. In het najaar sta ik opnieuw in TivoliVredenburg, tijdens de Orange Jazz Days. Dat is een van de prijzen die ik heb gewonnen. En ook best een droom die uitkomt. Een echte droom heb ik niet meer. Ik heb ooit gelezen dat iemand zei: ‘Wanneer je één oog op je doel gericht houdt, heb je nog maar één oog over om de weg te vinden.’

Eerdere publicatie in AD Utrechts Nieuwblad

Geen opmerkingen:

Een reactie posten